De hachelijke oversteek over het IJ bij Amsterdam

Geplaatst op 04-06-21 door Gerhard Vedder

De hachelijke oversteek over het IJ bij Amsterdam en “de business” van W. A. Scholten aldaar.

Op de groepsfoto hiernaast zien we hoe een vrolijke familie Scholten het glas heft in de tuin van Villa Gelria, hun prachtige landhuis in de stad Groningen.

Tja, Scholten is voor mij synoniem met de Avebe. En aan de Avebe denk ik als ik links en rechts kijken overal buiten de bebouwde kom van Erica de aardappelen weer uit de grond zie komen. Maar de aanleiding van dit verhaal is een olieverf op doek 102,0 x 150,0 cm, gesigneerd rechtsonder en gedateerd 1870. Geschilderd door Charles Henri Joseph Leickert.

Charles Leickert was korte tijd leerling van W.J.J. Nuijen en vanaf 1839 van Andries Schelfhout. Vooral deze laatste had veel invloed op zijn werk. Hij schilderde prachtige Hollandse ijsgezichten, zomerse landschappen en riviergezichten, waarin hij allerlei motieven verwerkte uit zijn schetsboeken.

Na 1859 schilders hij daarnaast ook strandtaferelen en stadsgezichten. De aantrekkelijkheid van zijn schilderijen wordt onder andere bepaald door de prachtige lichtval en sterk verhalende details. Wek van hem hangt onder andere in het Rijksmuseum in Amsterdam, het Haags Gemeentemuseum en het Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. De hachelijke oversteek van den zuinige Hollander in de winter van 1836 –’37 moest een Amsterdamse handelsreiziger enige stalen op zicht brengen bij een cliënt aan de overzijde van het IJ te Amsterdam. Vanwege de vele ijsschotsen berekende de veerman een prijstoeslag, die de handelsreiziger veel te hoog vond. Daarom besloot deze handelsreiziger, als enige, lopend over het ijs de oversteek te wagen. Hij bereikte zo gratis de overkant, waar de stalen aan de cliënt werden getoond.

Ook de terugweg besloot hij lopend te doen, maar ongelukkigerwijze zakte hij ditmaal door het ijs. Nadat hij, met zijn kistje handelswaar, weer uit het wak wist te klauteren, weigerde hij toch de verdere reis met de veerboot te maken.

Drijfnat, met ijspegels aan zijn jas, vervolgde hij zijn overtocht. Helaas kon zijn werkgever deze overdreven zuinigheid niet zo waarderen.

Na drieëndertig jaar, in 1870 kreeg deze zuinige handelsreiziger een naam en gaf Willem Albert Scholten, aan de bekende romanticus en schilder Charles H. J. Leickert de opdracht om dit avontuur in beeld te brengen op een panoramisch schilderij.

Het schilderij was tot 1892 onderdeel van de collectie van de Familie Scholten, daarna verhuisde het, in bruikleen, naar het Rijksarchief Groningen. Op 25 april 1990 werd het als lotnr. 235 bij Sotheby’s geveild waarna het terecht kwam bij de kunsthandel Simonis & Buunk te Ede, tussentijds maakte het nog even een uitstapje naar de collectie van Van der Heide Assurantiën in Scherpenzeel waarna het in 1999 terugkeerde bij Simonis & Buunk.

Van de Alpen naar de Veenkoloniën

Het schilderij stond te koop voor € 70.000,- bij Simonis en Buunk Kunsthandel in Ede dat het doek al in bruikleen had uitgegeven aan het Veenkoloniaal museum. Kunsthandelaar Frank Buunk kreeg het dus drie keer in handen. In 1988 kocht hij het voor het eerst bij veilinghuis Sotheby’s. het schilderij werd doorverkocht aan een onroerend goed makelaar en belegger. Toen die na 20 jaar ging verhuizen ruilde hij het doek in, dat vervolgens werd verkocht aan ene Dick Rolf in Zwitserland. Toen die al zijn romantische schilderijen van de hand deed, kwam het schilderij voor de derde keer in de galerie in Ede. Na enige tijd gaat het echter al in bruikleen naar het Veenkoloniaal Museum in Veendam.

Dan kunnen we lezen dat het Veenkoloniaal Museum in Veendam haar grootste aankoop ooit doet.

“Het is het Veenkoloniaal Museum in Veendam gelukt! Met steun van het Rembrand Fonds, het Groninger Fonds met € 16.000, en vooral particuliere schenkingen is voor € 65.000,- een bijzonder schilderij gekocht. Het is de grootste aankoop ooit, laat conservator Elise van Ditmars van het museum weten.

Op het IJ

Het gaat om het doek Op het IJ van de romantische schilder Charles Leickert (1816-1907). Daarop is Willem Albert Scholten (1819-1892) als jongeman te zien. Die is net door het ijs gezakt. De man die zou uitgroeien tot grootindustrieel en multinational en geldt als de grondlegger van de aardappelmeelindustrie op onze veenkoloniale akkers waaruit Avebe is ontstaan, weigerde een paar munten neer te tellen voor een pontje.

Het verhaal van W. A. Scholten

En natuurlijk geeft het Veenkoloniaal Museum in Veendam, dat ook zeker voor de veenkolonialen uit Zuidoost Drenthe een bezoek waard is, een leuke draai aan het tafereel met de Industrieel W. A. Scholten in het middelpunt.

Hij gaf niet alleen de naam van liefhebbende echtgenote ons buurdorp Klazienaveen geeft, maar hij had ook principes, eigenaardige principes. Zoals wordt over Scholten verteld dat hij tegen een van zijn veenarbeiders die bij een bedrijfsongeval een hand verloor: “Je kunt, als je straks weer kunt werken, gewoon terug komen, maar wel voor half geld, want je hebt nu ook een hand minder om mee te werken”.

Beschrijving die het Veenkoloniaal Museum Veendam met hun schilderij mee gaf

De veerman op het Amsterdamse IJ vroeg in de barre winter van 1837 een fikse toeslag. Twee gulden in plaats van de gebruikelijke twee dubbeltjes voor een overtocht. Belachelijk vond de toen twintigjarige Willen Albert Scholten. Als het water van het IJ toch grotendeels was dichtgevroren kon hij ook wel lopend oversteken!

Dat lukte, tot ongenoegen van de veerman. Als iedereen, die dit zag, zou gaan lopen, zat hij immers zonder werk. Of Scholten gratis mee terug wilde? De jongeman bedankte voor het aanbod, zette een paar stappen op het ijs – en zakte er door. Charles Leickert schilderde het moment dat daar op volgde. De veerman vraagt de drijfnatte Scholten nogmaals of hij meewilde – opnieuw zonder resultaat.

Want Scholten was (ook toen al) een man van principes, en een snelle loper ook. De veerpont voer nog midden op het IJ toen Scholten alweer aan de overkant was.  

Een mooi verhaal dat in de kern waar gebeurt is. Want al bij de eerste veiling bij Sotheby’s wordt het tafereel toch wel iets bondiger weergegeven.

Een nat pak De scène op het schilderij is een gebeurtenis uit de jonge jaren van Willem Albert Scholten (1819-1892), die bekend zou worden als ’s werelds eerste landbouwindustrieel. Hij is op weg naar een klant in Amsterdam en moet hiervoor het IJ oversteken. Het is een strenge winter in 1837 en het IJ is bevroren. Het pontje vaart nog wel, maar in plaats van twee dubbeltjes vraagt de veerman nu twee gulden. Dat vindt Scholten te dol en daarom besluit hij over het ijs naar de overkant te lopen. Op de heenweg gaat dit goed, maar op de terugweg wordt hij overmoedig en zakt hij door het ijs. Het schilderij laat het moment zien waarop hij net uit het wak is geklommen en het water nog van zijn kleding druipt.

Daar staat Scholten in de kou op het besneeuwde ijs tegen een achtergrond van de gevels aan de Texelse Kade (thans Prins Hendrikkade, gezien vanaf het standpunt waar nu het Centraal Station van Amsterdam ligt). Een onderwerp dat de romantische ‘winterschilder’ Charles Leickert (1816-1907), woonachtig in Amsterdam, op het lijf is geschreven.

Wat bracht W.A. Scholten naar Amsterdam

Maar de vraag blijft toch wel: “Waarom was W.A. Scholten  zo rond 1837 regelmatig voor zaken in Amsterdam? Niet om bij gelegenheid door het ijs te zakken!

Wel weten we dat in die tijd erin het Haagse al druk gebakkeleid werd over concessies voor het graven van kanalen in het de Zuidoost hoek van Drenthe. En belangrijke lieden achter de op te richten Drentsche Kanaal Maatschappij waren onder andere de heren Heemskerk, Meinesz en Kalff. Zij hadden het geld en goede contacten met onze regering in Den Haag. Alle 3 de heren zijn nog steeds op Erica aanwezig. Aanvankelijk gaven zij hun naam aan een sluis in hun kanaal en tegenwoordig hebben ze alle drie nog een straatnaambordje waarop hun naam prijkt.

Mr.Dr. J. (Jan) Heemskerk Azn was misschien niet de rijkste van de drie maar hij was wel een belangrijke negentiende-eeuwse politicus, die driemaal een bekwame minister van Binnenlandse Zaken was, met grote kennis van zaken. Aanvankelijk gematigd liberaal Tweede Kamerlid voor Amsterdam. Werd allengs conservatiever. Speelde een voorname rol in de conflictenperiode (1866-1868), waarbij kabinet en koning de strijd aanbonden met de Tweede Kamer. Was daarna enige tijd raadsheer in de Hoge Raad. Bracht in zijn tweede periode als minister belangrijke wetten tot stand zoals de Hoger-onderwijswet, de Hinderwet en de Spoorwegwet. In 1883 formateur en leider van een gematigd kabinet, die behendig de Grondwetsherziening verdedigde die de weg opende naar uitbreiding van het (mannen)kiesrecht. Van hem werd gezegd dat hij een hardwerkende pragmaticus was met een conservatieve levenshouding. Politicus zonder partij, die bedaard en met milde humor optrad.

En ik kan mij goed voorstellen dat W.A. Scholten graag een omweg maakte om met Jan Heemskerk Azn, daar in Amsterdam, een kop koffie te drinken en van gedachten te wisselen over hun gemeenschappelijke belangen.

Feit is dat Jan, als politicus, zich ook met de graverij en de loop der kanalen in onze, en dus ook de hoek van W.A. Scholten, bemoeide. We weten ook dat W. A. er belang bij had om  het kanaal dat de weg over water met het Duitse achterland moest banen over “zijn” Klazienaveen moest lopen. En dat was niet langs het oorspronkelijk uitgezette traject door de venen.

Want toen de kanaalgravers op de plaats van het  huidige Erica waren aangekomen stagneerden de werkzaamheden. Dit had alles te maken met een besluit van de Boermarke van Noord- en Zuidbarge, genomen in 1859, om het kanaal “even voorbij Erica” af te laten buigen in noordoostelijke richting maar de minister verbood de DKM om het kanaal in die richting door te trekken.

Het getouwtrek, waarbij W.A. Scholten zich, volgens mij, ook niet onbetuigd heeft gelaten, duurde alles bij elkaar zo’n 15 jaar voor men het eens was. Intussen raakte de DKM financieel uitgeput maar de Jhr A. W. van Holte tot Echten schoot de DKM te hulp. De  Jonkheer Van Echten probeerde nog even om, daar in de bocht van het kanaal, een nederzetting van de kanaalgravers met zijn naam te vereeuwigen door de buurt “Nieuw Echten” te noemen. Op Erica waren ze daar niet van gediend en pas op Klazienaveens grondgebied mocht hij zijn naam aan het kanaal verbinden en dus staat daar een straatnaambordje et daarop de naam Van Echtenskanaal, maar we weten natuurlijk ook allemaal waar we “de Kanaallinie” kunnen vinden.

Een zaal voor Scholten

Het Veenkoloniaal Museum in Veendam besteedt in zijn vaste opstelling aandacht aan de geschiedenis van de Groninger Veenkoloniën, waaronder de vervening, zeevaart en landbouwindustrie.

Een aparte zaal is gewijd aan Scholten, die vanuit de Groninger Veenkoloniën een aardappelmeelimperium opbouwde en de regio welvaart en werkgelegenheid bracht. Zijn firma W.A. Scholten groeit uit tot de eerste industriële multinational van Nederland.

Rond 1870 vroeg de industrieel aan verschillende kunstenaars om markante momenten uit zijn leven op doek vast te leggen. In totaal werden er vijftien grote schilderijen voor hem gemaakt, waaronder dit werk van Leickert.

Slechts van zes ‘Scholten-schilderijen’ is bekend waar deze zich bevinden. Het Veenkoloniaal Museum had er vier, en is ontzettend blij dat het dankzij een bijdrage van de Vereniging Rembrandt en haar Groninger Fonds is gelukt daar een vijfde aan toe te voegen.

Op het IJ is het hoogtepunt in de reeks en de uitsnede toont een vastberaden Willem Albert S.

Laat niet onverlet dat W. A. Scholten in de tussentijd wel zijn aardappelmeelimperium vanuit de veenkoloniën uitbouwt. In 1842 had hij al in Foxhol zijn eerste grote fabriek geopend. De aardappelmeelindustrie groeit uit tot een grensoverschrijdende keten van 24 fabrieken in Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Rusland. En 9  van de 10 aardappelen die op de Ericase akkers geoogst worden verdwijnen in de fabrieken van wat nu de Avebe is.

 

In Groningen laat hij aan de Hereweg de imposante Villa Gelria bouwen en op de Grote Markt het huis dat bekend komt te staan als het Scholtenhuis dat in de Tweede Oorlog dienstdoet als hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD). Bij de bevrijding van Groningen wordt meerdere dagen in april 1945 zwaar gevochten en wordt ook het Scholtenshuis met de grond gelijk gemaakt.

Afijn, eind goed al goed.

Want ook dit jaar (2021) kijkt de Avebe, nu de laatste aardappelen van de 2020 oogst verwerkt zijn, weer tevreden terug en zijn ook de aandeelhouders weer blij.

2 reacties op “De hachelijke oversteek over het IJ bij Amsterdam”

  1. Henk Sijbom schreef:

    Heel mooi verhaal.

  2. Thea schreef:

    Prachtige geschiedenis.
    Het familiegraf van de Scholtens (begraafplaats aan de Hereweg) is een opvallend praalgraf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


2 + = negen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.