Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Geplaatst op 28-12-16 door Gerhard Vedder

vuurwerk

Op de kermis hoorden we aleer regelmatig de kreet: “Nieuwe ronde, nieuwe kansen.”

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. De evangelist W. Jonker had het gezegd kunnen hebben na aankomst op Erica;   zijn Nieuwe Omgeving. Om die reden wil ik graag weer een hoofdstuk met u delen uit het door de evangelist W. Jonker geschreven boek “Het Morgenrood in de Drentsche Venen”.

Dit keer pakken we het hoofdstuk: XVI. DE NIEUWE OMGEVING.

In dit hoofdstuk mijmert de evangelist over de periode waarin hij zich in 1885 met zijn gezin in op Erica had gevestigd.

Nu we met z’n allen hier op Erica zo’n 130 jaar later op de drempel van 2017 staan is het misschien wel aardig om even samen met de evangelist terug te keren naar de tijd van onze grootouders en overgrootouders en even gaan mee-mijmeren.

 XVI. DE NIEUWE OMGEVING.

De evangelist schrijft: Zoo was ik dan met de mijnen te Erica, bijna afgezonderd, want men kon er moeielijk komen en moeielijk weg. De straatweg naar Hoogeveen of Coevorden begon eerst te Nieuw-Amsterdam, en wilde men naar Emmen, dan bereikte men eerst te Noordbarge den grindweg.

Overigens niets dan zand- en veenwegen, de eerste met diepe wagensporen. De beste gelegenheid om op reis te gaan was per trekschuit of „snik” van Westra, een beurtschipper zooals er maar weinigen waren wat accuratesse en hulpvaardigheid betrof. Tweemaal per week kon men van Erica naar Hoogeveen, en hoewel Erica even ver van Hoogeveen ligt als Hoogeveen van Erica. duurde de terugreis toch altijd een paar uur langer, omdat overal gelost moest worden.

‘s Nachts om 1 uur vertrok de snik, die in den regel reeds den vorigen avond naar de Kalffsluis was vertrokken. Men kwam dan om ongeveer 8 uur te Hoogeveen. De roef was gewoonlijk bezet en de atmosfeer liet er heel wat te wenschen over, evenals de gesprekken. De tabaksrook kon men als ‘t ware snijden, en ware het dan nog maar de rook Van Varinas geweest ! Was het zomer en droog, dan ging ik het liefst in den stuurstoel zitten bij den schipper of zijn knecht Roelof. Zoo nu en dan blies Jan Kiewiet, de jager, een deuntje op een gedeukten en afgekeurden infanteriehoorn of zat op zijn paard te slapen, even rustig als een ander in zijn bed.

snikke-westra

Er was een tijd, dat er een felle concurrentie heerschte tusschen Westra en twee andere trekschuiten-schippers, wat menigmaal aanleiding gaf tot heftige tooneelen en het afranselen der jagerspaarden. Westra behield ten slotte „de vrije vaart”.

Nu is de reisgelegenheid belangrijk beter. De NoordOoster-Lokaal-Spoorweg heeft een station te Nieuw Amsterdam, van waar men ook per stoomtram naar Hoogeveen kan, en de Dedemsvaartsche Stoomtram Maatschappij stopt te Erica. Bovendien zijn goede straatwegen aangelegd.

dsmToen ik te Erica kwam, was er zelfs geen brievenbus, laat staan een hulp-postkantoor. De trouwe bode Borgman  bezorgde de brieven. die hij van het hulpkantoor te Nieuw Amsterdam haalde; de brieven moesten tot ver achter in het veld bezorgd worden; een enkele maal legde hij ze bij dezen of genen winkelier neer, waar de geadresseerde boodschappen haalde en dan den brief ontving.

Na besprekingen met den inspecteur der posterijen te Zwolle, den heer Menschaar, kwam er een veel betere regeling; er waren weldra twee brievenbussen geplaatst; er kwam een tweede bode en nu is er zelfs een hulp-post- en telefoonkantoor. Waarlijk, Borgman verdiende het wel, dat hij met het beheer belast werd.

En de geneeskundige dienst! In de zoo uitgestrekte gemeente Emmen met haar vele dorpen en gehuchten (in oppervlakte op één na de grootste) was slechts één geneesheer, de oude Dr. Schönfeldt, die de geheele gemeente moest bedienen en gewoonlijk den ganschen dag in zijn tilbury of Utrechtsch tentwagentje met twee prachtige paarden bespannen er op uit was: ‘s morgens was hij soms te Roswinkel en ‘s middags in het Amsterdamsche Veld. Hij moest overal lijkschouwing houden. De lezer neme eens een kaartje van Drenthe om zich een voorstelling te maken van de afstanden die ook bij slecht weêr en op soms onbegaanbare wegen moesten worden afgelegd.

haarlemmerolieGelukkig kwamen de buren of huisgenooten van een zieke gewoonlijk op het spreekuur van den dokter. Nadat zij de diagnose (?) hadden vastgesteld; gewoonlijk was het „een stee in de zied” (pijn in de zijde) of „erge kolde” (zware koude). In den regel had de dokter wel vertrouwen (?) in wat gezegd werd en gaf hij medicijnen. Want om medicijnen was het toch te doen. Al gaf men menigmaal de voorkeur aan de Haarlemmer Olie, die in bijna ieder huis gevonden werd.

In een donkeren avond was Jauk bij de lokfabriek aangevallen en gesneden: achter in den hals had hij een diepe snede van bijna een decimeter lang. Toen ik den volgenden morgen bij hem zat, kwam de dokter om de wonde te hechten en toen hij begon, zeide hij: „Houd je taai, Jauk!” en de man hield zich taai: geen spier in zijn gelaat bewoog zich.

Hoeveel snijwonden zou Dr. Schönfeldt wel dichtgenaaid hebben? En hoeveel onbetaalde posten zouden er in zijn boek gestaan hebben? We durven het bij geen benadering te zeggen.

vroedvrouwEen vroedvrouw was er in den geheelen omtrek niet te vinden. Wat het werk van een verloskundige was, deed bij groote uitzondering de dokter; regel was dat een buurvrouw de kraamvrouw bijstond, of Griet Berends, die in een aardig huisje aan den Ericaschen weg woonde, dat verscholen lag tusschen lijsterkralen, gele brem en huls. De goede dokter had haar eenig onderricht gegeven en nooit werd hij in zijn eer getast, als de vrouwen zeiden liever door vrouw Berends dan door hem geholpen te worden. Hij vond het best, veel beter dan de vroedvrouw, die later te Erica zich vestigde en proces-verbaal tegen vrouw Berends liet opmaken wegens het ongeoorloofd uitoefenen der verloskunde. Er werd toen gezegd, dat de dokter toen in het belang van de vrouw, die hem zoo menige tocht naar de venen bespaard had, eens naar Assen is gegaan om met den Officier van Justitie over het geval te spreken, dat voor vrouw Berends geen schadelijke gevolgen had.

Was er een kind geboren, dan ging een buurvrouw in het beste kleed er op uit om aan buren, familie en kennissen (het was een lange lijst van namen) aan te zeggen, dat die of die een „jonge” zoon of „jonge” dochter gekregen had, en als ik dan eens een enkele maal vroeg of er altijd jonge kinderen geboren werden, begreep men mij niet.

Was de bevalling naar wensch afgeloopen. Doch we moeten hier even wachten. In zeer veel gevallen zeide men, dat alles best was gegaan, maar dit was dan ook het oordeel van hen, die het geval niet beoordeelen konden.

kind-kinderwagenLater openbaarden zich wel eens ernstige verschijnselen. Maar als dan alles „naar wensch” was afgeloopen en het in den graaftijd der turf was, dan gebeurde het meer dan eens, dat reeds op den vierden of vijfden dag de kraamvrouw haar kind medenam in een kruiwagen naar het veld om haar werk te verrichten.

Thans zijn er meer geneesheeren in de gemeente Emmen, en ook meerdere vroedvrouwen.

 Erica had in die jaren nog geen kerkhof. Hoe menigmaal heb ik een lijkstoet gevolgd naar het kerkhof van Nieuw Amsterdam, om op dien eenvoudigen akker der dooden een wekstem ten leven te doen hooren. Op die „stille rustplaats van Gods dooden” liggen ook twee onzer kinderen naast elkander ; het ééne grafschrift luidt : „Veilig in Jezus’ armen”, het andere : „Veilig aan Jezus’ hart.”

In Drenthe heb ik de waarde van de zoogenaamde „burenplichten” leeren verstaan. die vooral bij een sterfgeval uitkomt. kerkhofDe buren doen in één woord alles: zij doen aangifte van het overlijden aan het gemeentehuis en maken het bekend aan familie enz.; zij zijn de dragers en zij delven en sluiten het graf; alles zonder betaling; de eenige vergoeding is… een paar borrels. O, die drank! Bij alle mogelijke gelegenheden drank. Het is een harde en lange strijd geweest, voor en aleer hierin eenige verbetering kwam.

Een begrafenis was sober; de kist, met verhoogd deksel, werd met aan weerszijden een paar bossen stroo op een open boerenwagen gezet. Op de kist namen een paar vrouwelijke bloedverwanten plaats, met een zwarte doek over het hoofd; familie, buren en vrienden volgden te voet of liepen naast den wagen; Ook de voerman liep. Alles zonder eenige regelmaat. Na terugkomst aan het sterfhuis werd gegeten en gedronken en gepraat. Dan richtte ik de aandacht naar de dingen die hooger zijn dan deze aarde en meer waarde hebben dan turf, aardappelen of een geit, want daarover sprak men bij voorkeur, als men uitgepraat was over al de deugden van hem of haar die ten grave was gebracht.

huilebalkToen ik eenige jaren geleden weer eens te Erica was, kon ik mijn oogen bijna niet gelooven toen ik mijn vriend Geert Walkot, die gewoonlijk de dooden op zijn wagen naar het kerkhof bracht, op een heuschen lijkwagen zag zitten, met een huilebalk op en zwarte mantel om, terwijl zijn trouwe viervoeter een lang zwart kleed over den rug had. Dat was een verbetering!

En Erica had nu een eigen kerkhof ook; het ligt daar, waar eenmaal de kleine, oude school stond.

ols-1De oude school! Zij bestond uit twee kleine lokalen. Over school en onderwijs zou heel wat gezegd kunnen worden, maar ik doe dit niet, want meester Keep is niet meer. De meester was ongehuwd en woonde bij zijn vader en moeder, welke laatste hij hartelijk liefhad. Ook zijn school had hij lief. Hij had veel gaven, maar was ook een zonderling. Men kon meester niet altijd begrijpen. Dit speet mij. Er moest wel eens ernstig met hem gesproken worden; ook gebeurde het wel, dat een bezoek aan den burgemeester moest gebracht worden om over het onderwijs te spreken, en dan stond men voor de moeielijke vraag wat gedaan moest worden. De ouders hadden vele bezwaren. Nog eens: meester was een zonderling man; men verstond zijn wijze van doen niet. Hij bedoelde het goed. Hoe jammer, dat hij ten slotte zijn ontslag moest nemen omdat het niet meer ging, hoewel hij zeker nog wel twintig jaren hoofdonderwijzer had kunnen zijn. Het deed mij goed toen ik vernam, dat de Gemeenteraad gunstige beschikkingen ten zijnen aanzien had genomen.

Uit het voorgaande ziet men wat Erica te aanschouwen gaf.

Er heerschten vreemde toestanden en toch gevoelde ik er mij spoedig thuis. Het leven daar trok in menig opzicht aan. Het was zoo ongekunsteld; er was zoo weinig schijn. De eenzaamheid deed weldadig aan. Er was wel een werkzaam, doch geen gejaagd leven. Zoo nu en dan passeerde een voetganger onze woning of gingen wagen en paard voorbij. Het uitzicht was ruim. Hoe menigmaal genoot ik ‘s zomers als ik ‘s avonds met mijn vrouw op de zoden bank voor ons huis of in het kleine, voor een deel uit „keenstobben” opgetrokken prieel in den tuin zat. In gesprekken, overdenkingen of lectuur werd men niet gestoord.

stille-kniepeMenigmaal werd ik dan getrokken door het lied van Lute, die voor de keet van vader en moeder achter den molen aan de vaart gezeten, met flinke jongensstem een Zondagsschoollied zong, gewoonlijk het „Gij alleen, mijn Zielsverlosser”, en dan hoorde ik zoo duidelijk het refrein: „Gij alleen, Gij alleen!”

Ach, het ging later, zooals men mij vertelde, na den dood van zijn besten vader, niet goed met hem. Maar wie weet! Misschien is het goede zaad niet geheel verstikt en hebben de lessen van vader en van Zondagsschool toch nog hun uitwerking gedaan. Gods Woord keert immers niet ledig weer?

Tja, het lot van Lute hoort natuurlijk ook bij het leven en is dus ook bij onze tijd. We spreken echter hier en nu af dat we in 2017 op Erica onze best gaan doen om er samen weer een mooi jaar van te maken.

Maar eerst gaan we het oude jaar traditioneel, op gepaste wijze en veilig uitluiden.

melkbussen

 

Geef een reactie


zeven + 2 =