Molen De Heidebloem, een blikvanger op Erica

Geplaatst op 06-11-18 door Gerhard Vedder

De molenaar Hendrik Westerling, op 16 april 1825 in Zuidbroek geboren, heeft tussen 13 maart 1877 en 21 april 1882 in Erica gewoond. Hij kreeg in 1877 de kans om een molen te bouwen. De plaats waar deze moest  staan, was dezelfde waarop tegenwoordig de windkorenmolen ‘De Heidebloem’ staat.

De windkorenmolen van Westerling in Erica kwam aan de Verlengde Hoogeveense Vaart te staan. De molen brandde echter omstreeks één uur in de nacht van woensdag 1 op donderdag 2 mei 1878 geheel uit.

Er moest in Erica een nieuwe molen komen. Het daarnaast gebouwde huis kreeg een ‘welbeklante bakkerij annex winkelaffaire’ onder dak. Alles stond op een stuk grond van 57 aren groot.

Na Hendrik Westerling verscheen de landbouwer Hendrik Strating uit Noord-Barge ten tonele. Hij kocht in 1880 de molen van Westerling en verhuisde later Erica.

Deze grootgrondbezitter, houthandelaar en landbouwer bezat in 1885 bijna 50 hectare grond in Erica en omgeving. Hij en zijn broer Klaas leverden in de laatste jaren van de negentiende eeuw alle soorten vuren en grenen hout, deuren, kalk, steen, pannen enz. Tevens kon men bij hen terecht voor ijzerwaren en landbouw- en keukengereedschappen. Toen in 1895 de erfgenamen van de vervener Klaas Strating de molen te koop zetten, betaalde de huurder van de molen een huur van 475 gulden per jaar.

De molen werd uiteindelijk in twee kavels verkocht. De windkorenmolen met het bijbehorende huis en de schuur waarin zich de hout- en ijzerzaak bevond ging voor 4.885 gulden naar de al eerder genoemde houthandelaar Johannes Schuurman.

Het andere huis met de bijbehorende schuur werd voor 2.057 gulden verkocht aan de landbouwer en beurtschipper Willem Westera. Bults uit Oranjedorp kocht uit de boedel een huis met schuur en erf waarin de bakkerij zich bevond en nog enkele stukken grond.

In die tijd was J. ten Brink nog steeds molenaar/huurder. Hij had in 1896 opdracht gekregen om ‘op afbraak een windkoren- of pelmolen, gunstig staande aan het vaarwater’ te verkopen en ‘deze per scheepsgelegenheid te laten vervoeren naar Nieuw-Amsterdam’.

In 1897 is op de plek aan de Verlengde Hoogeveense Vaart een nieuwe windkorenmolen gebouwd. Deze kreeg de welluidende naam van ‘Heidebloem’.

Met de bouw van de nieuwe molen is veel haast gemaakt, omdat iedereen in het dorp wist dat de molen in de dorpsgemeenschap een centrale plaats innam. De in Odoorn geboren Hendrik Dijks is vanaf medio 1903 molenaar op Erica geweest. Naast het malen van allerlei graansoorten handelde hij ook in maïs, gerst, buil- en voerrogge, voerrijst, boekweit, haver en lijnmeel. In de door hem geplaatste advertenties noemde hij met name zijn ‘puike Geulsche zaairogge’. Verder verkocht hij lijn- en raapkoeken, meel van gemalen Amerikaanse lijnkoeken die als ‘eigen fabrikaat’ de markt opging en varkensmestpoeder die per pakje 35 cent kostte.

Omdat de zaken goed gingen heeft hij omstreeks 1909 met zijn zonen een vennootschap onder firma aan onder de handelsnaam ‘H. Dijks & Zonen’ opgericht. De zaken werden steeds verder uitgebreid. In 1910 adverteerde een Groningse firma:

Kwade melk! H.H. Landbouwers! U behoeft geen melk meer af te zonderen of uit de tobbe te houden. Hebt ge een koe die harde uiers heeft, of onbruikbare melk geeft,  geeft haar dan een pak kwalsterpoeder.

Deze poeder, gedeponeerd bij de wet, is beslist het geneesmiddel voor kwalster bij koeien of bloederige melk.

Prijs per pak met gebruiksaanwijzing f. 0,75. Zogdrank à f. 0,80 per fles. Zogpoeder à f. 0,75 per pak. Ook hoestpoeder voor paarden à f. 1,50 per pak voor hoesten zonder zwelling.

Alleen met naam Firma Jansen & Co, Eerste Groninger Fabriek voor verpakte geneesmiddelen.

Verkrijgbaar bij onder andere: H. Huizing te Emmen en H. Dijks & Zn te Erica.

Hendrik Dijks heeft een aantal jaren in de molen gewoond. Hij huurde deze, net als zijn voorganger, van Johannes Schuurman. In 1913 besloot hij malen van meel over te doen aan de in Schoonebeek geboren, toen 26-jarige koopman Bernardus Popping. Popping heeft in de periode van 23 mei 1913 tot 6 juli 1926 in de molen gewerkt die zowel op wind- als op motorkracht kon werken, waardoor de molen constant in bedrijf kon zijn.

Ook Popping verkocht veevoeder zoals zuiver S.K. lijnmeel, gemengd kippenvoer, maïsmeel en kokoskoekenmeel.

De motor in de molen is een tijdlang voor de plaatselijke bevolking van Erica een uitkomst geweest. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog namelijk, in een periode dat overal in de gemeente Emmen kleine elektrische centrales zijn opgericht, zorgde Popping ervoor dat zijn motor stroom leverde voor een deel van de plaatselijke verlichting langs de wegen en in de huizen. Dat was toen zo’n succes dat hij in augustus 1921 een nieuwe gasmotor van 45 PK kocht omdat de oude motor niet toereikend was om onvoldoende stroom te geven voor het al maar groeiende aantal aansluitingen. Voor de bestaande afnemers in Erica was dat goed merkbaar ‘omdat het licht soms minder goed was’. De nieuwe motor werd geplaatst in de schuur van Schuurman.

In datzelfde jaar heeft zich nog een dodelijk ongeval voorgedaan op de molen van Popping toen molenmaker Hubert uit Coevorden en hij met reparatiewerkzaamheden bezig waren.

Terwijl Hubert zich samen met Popping op de zwikstelling van diens molen bevond om deze te herstellen stortte deze plotseling in. Beide personen stortten naar beneden. Popping is er betrekkelijk goed van afgekomen, maar Hubert werd zwaar gewond weggedragen en overleed later aan zijn verwondingen. Het ongeval heeft de onderneming geen goed gedaan.

Kennelijk is Popping met zijn firma daarna in de versukkeling geraakt.

Of dit de reden was dat Popping begin 1923 failliet ging en in 1926 naar Apeldoorn verhuisde is niet bekend. Het bericht in de Emmer Courant van 24 oktober 1923 luidde:

‘De korenmolen van Schuurman & Co alhier is voor enige tijd weer “molen” geworden. Sinds het breken van de ‘zwikstelling’, waarbij zo’n noodlottig ongeval voorkwam, stond hij daar maar steeds, eerst zonder stelling en later zonder wieken. ’t Gaf een droevig aanzien hem daar zó te zien staan, naakt en kaal. Thans is hij echter weer hersteld. Voor de oude as is een geheel nieuwe in de plaats gekomen, terwijl de wieken weer hernieuwd zijn en van zeildoeken voorzien’

Na Popping is de in Vlagtwedde geboren Abel Wigbold van Aalst een tijdje molenaar geweest. Wigbold woonde vanaf 12 oktober 1914 op het adres Erica 86. Hij kwam uit Sleen, naar welk dorp hij op 5 juli 1920 weer verhuisde. Op 17 september 1923 kwam hij weer terug naar Erica om een jaar later naar Veenoord te verhuizen.

Hilly Kuper-Velthuis schreef over de molenaars in Erica dat na Van Aalst ook nog ene Bakker op de molen molenaar is geweest en dat deze woonde in het witte huis dat voor de molen aan de straat stond. Zij schreef verder dat Johannes Veldkamp inmiddels de nieuwe eigenaar was geworden en dat Jan Kuper in die periode bij het werk in de molen betrokken was. Om Jan Kuper aan onderdak te helpen werd de witte molenaarswoning aan de kant van de weg verbouwd, zodat er twee gezinnen in konden wonen. Jan Kuper werd later de opvolger van molenaar Bakker die met pensioen was gegaan.

Vermoedelijk heeft Hilly Kuper-Velthuis geschreven over de firma Borker & Bakker met hun molenaars graan- en meelbedrijf die op 1 mei 1934 als vennootschap is ontbonden.

Zowel J.B. Borker als R. Bakker zijn daarna als zelfstandige ondernemers verder gegaan. Bakker in de molen, die als wind en elektrische malerij, graan- en meelhandel bekend stond, en Borker met een nieuwe elektrische korenmalerij en graanhandel in een nieuw gebouwd pand, van waaruit hij alle voorkomende samengestelde voederartikelen, onder andere varkensmeel, biggenmeel en ochtendvoer ging leveren.

Door het uiteengaan van de vennoten bezat Erica over drie praktisch identieke zaken. De bestaande zaak werd door Bakker in ‘de van ouds bekende molen’ voortgezet, waarin reeds geruime tijd behalve door middel van wind, ook elektrisch gemalen wordt. Dat nog steeds van windkracht gebruik kon worden, was een gehele geruststelling voor de bewoners van Erica, omdat ze er niet bang voor behoefden te zijn, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog wel eens was voorgevallen dat ze door het uitvallen van de stroom hun koren in een koffiemolen moesten malen.

Op bovenstaande foto, uit 1976, zien we De Heidebloem in verval.

In de jaren van de Tweede Wereldoorlog heeft de molen, vermoedelijk door slijtage, twee van zijn wieken verloren. Omdat de molen al geruime tijd over een elektrische aandrijving beschikte, vond men het aanvankelijk niet nodig om deze te vervangen.

Regelmatig is daarna gesproken over reparatie en vervanging. Tijdens het 100-jarig bestaan van Erica was de molen in gebruik bij de Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging voor Z.O. Drenthe “Landbouwbelang” G.A. te Veenoord.

In de jaren 1977/1978 zijn er aanzienlijke restauratiewerkzaamheden uitgevoerd omdat de molen in verval was geraakt. Na de restauratie kreeg de molen opnieuw de naam Heidebloem. Tegenwoordig is de molen, zoals wel bekend op Erica, nog steeds in bedrijf en wordt de molen bediend door Jannes Tigelaar.

 

Deze achtkante stellingkorenmolen uit 1895 kreeg een stelling van 7,5 meter hoogte en een vlucht van 20,2 meter. Door zijn hoogte is het een belangrijke en mooie blikvanger op Erica.

 

2 reacties op “Molen De Heidebloem, een blikvanger op Erica”

  1. Rudy Hanenbergh schreef:

    Ik zou wel eens willen weten hoe de bouw van zo’n molen destijds werd gefinancierd. Had de bouwer eigen geld of kon hij daarvoor al geld lenen bij een bank? En voor wiens rekening kwam de herbouw na de brand? Of kon men zich daar toen ook al voor verzekeren?

  2. Nienke van Leur-Postma schreef:

    Mijn overgrootmoeder, Dirkje Schuurman, was een zuster van Johannes Schuurman. Leuk om te weten dat deze molen in familiebezit geweest is!
    Fijn dat de “Heidebloem”er weer zo mooi bij staat!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


een + 3 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.