Jan Peters en de “monstertocht” met zijn kano

Geplaatst op 14-04-22 door Gerhard Vedder

Jan Peters werd geboren op 27 augustus 1925 en overleed, bijna 96 jaar later, op 15 juni 2021. Jan werd geboren aan de Kerklaan en kwam via omzwervingen in “het Zesde Blok” terecht aan de Verlengde Heerendijk, “Achter op Erica” waar Jan alle ruimte had.

Vele jaren was Jan een actief lid van de Historische Kring Erica en bijvoorbeeld altijd met zijn scanner te vinden op de HKE fototentoonstellingen in ’t Schienvat. Jan was getrouwd met Mini en hebben samen vele jaren in de Binnenbaan gewoond.

Jan heeft niet alleen veel betekend voor de HKE maar ook voor menige andere club hier op Erica. In de “nalatenschap” van Jan kwamen wij het onderstaande door Jan zelf opgetekende en waar gebeurde verhaal tegen. Een verhaal dat wij graag met u delen.

Een verhaal dat zich direct na WO II afspeelde toen Jan dus een jonge kerel van bijna 21 jaren was. En wie weet, misschien komen er nog wel meer mooie verhalen van Jan boven water.

Jan Peters en zijn kano.

In het voorjaar 1946 was ik bij mijn oom en tante in Enschede (de kapper) en we kregen het over zijn  kano.

Die kano lag inmiddels in het botenhuis in de haven van Enschede.

Mijn oom zei: “Je mag hem wel hebben”. Dat was gemakkelijk gezegd. Wij hadden een plan gemaakt om hem naar Erica te varen.

Wij vertrokken al vrij vroeg uit de haven. De een peddelen en sturen en de ander lopen en trekken, om de beurt.

Wij waren nog maar een kilometer onderweg toen er een gil kwam: “Hij is lek.”

Wat was er gebeurt? Het had ‘s nachts gevroren en er lag een laagje ijs op het water. De kano had aan beide kanten een behoorlijk lek door het ijs ingesleten.

Snel naar de kant getrokken en de boel daar in het hoge riet verborgen.

Lopend naar huis en verder overleggen. Mijn oom haakte af want die had geen vrije dagen meer.

Ik heb toen uit een groot Amerikaans Biscuitblik stukken uitgeknipt en dat met veel stopverf er op gespijkerd.

(Van de redactie)

Deze Amerikaanse Biscuitblikken (zie afbeelding) danken hun oorsprong aan  de voedseldroppings tijdens WO II. Voor het westen van ons land ontstond in april 1945 een regelrechte noodsituatie. De hongerdood dreigde, omdat de voedseltransporten over het IJsselmeer stil waren komen te liggen. Om een oplossing te vinden voor deze noodsituatie vonden onderhandelingen plaats tussen de Duitse autoriteiten, vertegenwoordigers van het College van Vertrouwensmannen en de Binnenlandse Strijdkrachten. Met toestemming van de Duitsers werden de geallieerden in de gelegenheid gesteld om op aangewezen plaatsen in de Randstad voedseldroppings uit te voeren. In het voorjaar van 1945 vlogen de formaties laag over om hun pakketten uit te werpen. Voor de bevolking een onvergetelijk schouwspel. Juichend en zwaaiend in de straten en op de daken werden de vliegtuigen met hun kostbare lading begroet. En zoals we uit Jan zijn verhaal kunnen lezen was er zelfs een nuttige bestemming voor de lege blikken.

Alleen voor die stopverf moest ik toen de hele stad afstruinen en dat allemaal lopend.

Maar na dagen knoeien kreeg ik hem toch weer min of meer waterdicht.

En toen stond ik er alleen voor. Maar ik had mij vast voorgenomen om die boot in Erica te krijgen.

Op een morgen ben ik daar in Enschede weg gepeddeld met een paar boterhammen van de tante en dat was alles.

Zo ben ik het hele Twente kanaal afgepeddeld van Enschede tot Zutphen.

Daar ben ik naar een boer gegaan vragen of ik daar in de stal mocht overnachten. Dat was geen bezwaar.

Zonder eten en  voor de koeien geslapen als een roos.

De andere dag al vroeg op en naar de kano, die nog door de sluis moest. Er schoof net een grote rijnaak naar binnen en daar schoof ik achteraan.

De schipper was aan het manoeuvreren en kreeg mij in de gaten, ik werd stijf gevloekt. Als het geen tien meter diep was geweest had hij mij de wal op gesmeten met zijn schroefwater.

Maar ik kwam verder, aan de andere kant van de sluis, zonder ongelukken op de IJssel.

Daar peddelde ik lekker stroomafwaarts richting Deventer, zover mogelijk aan de kant anders werd ik met de boeggolven van de schepen de wal opgeslagen.

De kano stond soms haast rechtop in het water. Ik was nogal gauw in Deventer en daar moest ik de IJssel af. Ik heb hem op de wal getrokken en verder getrokken naar het Overijssels kanaal. Het was een vermoeiende dag geweest.

(van de redactie)

In het bovenstaande kaartje zien in het blauw de door Jan “gepeddelde” route van Enschede via Zutphen, Deventer, Raalte, Mariënberg en Dalen naar Erica. De totale lengte van deze “monstertocht” over het water was zo’n 160 kilometer. Waarlijk een “monstertocht” met een opgelapte kano tussen alleen maar beroepsvaart, die natuurlijk met hun boeggolven altijd voorrang hadden. 

In de buurt van Raalte ben ik weer naar een boer gestapt, of ik daar kon slapen.

Ik lag daar heerlijk in het hooi en de boerin bracht mij een paar boterhammen met een beker melk. De andere dag voor dag en dauw weer verder, ik was nog voor de boeren aan.

Later zag ik ze, door het riet, de boeren fietsen naar de kerk. Het was zondag.

Zo kwam ik in Mariënberg en daar moest ik een brug passeren. Ik ging plat in de kano liggen ging en kon zo net onder de brug door.

Ik was honderd meter verder toen mij iemand achterop fietste.

Ik had de brug gepasseerd en moest betalen. Ik heb hem 3 cent op de wal op en ik mocht verder, en dat op een zondagmorgen.

In dat Overijssels Kanaal moest ik geregeld de boot de wal op trekken omdat er weer een gebombardeerd en gezonken schip de weg versperde.

Maar ik schoot toch lekker op.  Voor het donker werd was ik voor Dalen maar kon niet meer thuis komen.

Er stond een boerderij waarop “Eldorado” stond. Ik er naar toe maar kon er niet overnachten.

Toen moest ik het spoor over met aan beide kanten een kanaal. Ik heb mij er over gewurgd en kon bij de eerste de beste boer terecht. Maar ik kreeg niets te eten.

De volgende dag weer het spoor over en met de laatste loodjes verder. Het was toch nog in de middag dat ik aan kon leggen in “Stout zien wiekie.” (kanaaltje van boer Stout)

Dat was een paar honderd meter van ons huis.

Ik had mij in vier dagen niet gewassen en weinig gegeten dus had ik wat in te halen en ‘s avonds met de hele familie naar de kano.

Wij hebben jaren lang veel plezier aan de kano beleefd.

De boot is ook nog eens als transportmiddel gebruikt. Ik had een kist met 10.000 gladiolenbollen gekocht.

Voor een prikkie, de Duitsers hadden ze vergeten mee te nemen.

Die bollen heb ik gepoot en de bloemen later verkocht aan een bloemist in Klazienaveen.

Ik bracht ze met de kano naar Klazienaveen.

3 reacties op “Jan Peters en de “monstertocht” met zijn kano”

  1. H. Sijbom schreef:

    Jan spreekt over Dalen. In Dalen is echter geen kanaal. Ik denk dat hij via Coevorden door het Stieltjeskanaal is gegaan richting Nieuw-Amsterdam

  2. Thea schreef:

    Wat ‘n geweldig avontuur!

  3. Jan schreef:

    Leuk verhaal! Gewoon mooi bij de boer logeren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


+ 5 = negen

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.