Jan de Roos, “Kunstenaar met een grote K”

Geplaatst op 12-08-19 door Gerhard Vedder

Jan de Roos, bij de al wat rijperen onder ons gaat er onmiddellijk een belletje rinkelen. Jan de Roos was tot zijn overlijden op 13 december 1979 (en voor velen nog lang daarna)  een begrip in Groningen, Friesland en Drenthe. Getooid met slipjas, hoge hoed, kettingen en medailles trok hij zingend van dorp tot dorp. Hij had een wandelstok waarmee hij zijn strofen kracht bijzette en omstanders op afstand hield. Hij boog af en toe diep door de knieën om zijn hoge halen te benadrukken en zong met een onnavolgbaar vibrato.

Zijn vrijwel onverstaanbare zang met die lange uithalen, het zwaaien met zijn stok en de diepe buigingen waren zijn handelsmerk.

Of Jan ooit op Erica geweest is weet ik niet maar in Emmen werd hij wel gesignaleerd, want Jan reisde, net als de koningin, altijd gratis met de bus.

Jan is geboren op 23 november 1896 als vierde kind, uit een totaal van elf kinderen, van Sjoerd en Geertje de Roos, een arbeidersgezin uit Siegerswoude onder Ureterp. Het gezin dat op een boerderijtje woonde, telde elf kinderen.

Hij heeft verschillende beroepen, maar hij is niet in de wieg gelegd voor een vast beroep met een vast inkomen. Hij is ook nog in militaire dienst geweest, maar werd door een ongeval afgekeurd. Een inwoner uit Drachten die zich inzet voor mobilisatieslachtoffers uit de eerste wereldoorlog 1914-1918 heeft er voor gezorgd dat Jan voor een uitkering in aanmerking komt. Dit wegens psychische beschadiging opgelopen in militaire dienst.

Hij huwde in 1931 de 18-jarige dienstbode Siebrigje Dorst (1912-1982) uit Bedum, die zich in augustus 1941 van hem liet scheiden en later hertrouwde.

Siebrigje was geen gemakkelijke vrouw. Jan had haar leren kennen op een boerderij in Bedum. Jan werkte daar als arbeider en Siebrigje als dienstmeisje.

Toen Jan daar twee jaar had gewerkt, werd bekend, dat het dienstmeisje Siebrigje „in een gezegende staat verkeerde”.

Maar niemand wist echter wie hier de wettelijke of de natuurlijke vader was. En aangezien Jan de Roos samen met het meisje onder een dak leefde, kreeg hij de schuld, en „in zijn onschuld” gaf Jan zijn ja-woord aan Siebrigje waarna ze trouwden Bedum.

Uit het huwelijk zijn vijf kinderen geboren waarmee hij echter na zijn scheiding geen contact meer mee heeft. In volgorde van hun leeftijd zijn dat Sjoerd Jan, Hotse Klaas, Geertje Dieuwke, Dieuwke en Betje.

Zijn vrouw Siebrigje is twaalf jaar jonger dan Jan en moest de kinderen helemaal alleen opvoeden, omdat Jan altijd op pad was.

Siebrigje heeft geen geld voor eten en kleren en daarom worden de kinderen bij haar weggehaald. Dieuwke sterft op tweejarige leeftijd aan verwaarlozing. Het is dan oorlogstijd en er is niets wat haar kan genezen.

Velen zeiden van Jan dat hij niet “zuiver op de graat” was, maar bij een ongeval in militaire dienst liep Jan “psychische schade” op en hij ontving daarvoor sindsdien een invaliditeitsuitkering.

Een inwoner uit Drachten die zich inzet voor mobilisatieslachtoffers uit de eerste wereldoorlog 1914-1918 heeft er voor gezorgd dat Jan voor deze uitkering in aanmerking komt. Na werkzaam te zijn geweest als landarbeider werd Jan scheepsbouwarbeider te Waterhuizen, daarna grondwerker te Woltersum, waar hij in de werkverschaffing terecht kwam. Alles bij elkaar geen florissant bestaan.

Zijn carrière als straatzanger begon in zijn geboorteplaats Ureterp in 1927. Zijn collega’s in de werkverschaffing moedigden hem later aan komische dansjes als te maken en operaliederen te zingen, deels om hem belachelijk te maken.

Bij voorkeur zong hij liederen van Verdi en Beethoven die hij had gehoord op de radio, verder enkele christelijke liederen. Jan zei zelf dat hij “ontdekt” was door de burgemeester van Ten Boer in Groningen. Sindsdien noemde hij zich “Kunstenaar met een grote K”.

Hij merkte dat hij ondanks zijn “ongeschooldheid als klassieke zanger” met het nodige theater de kost kon verdienen. De jaren in de werkverschaffing waren traumatisch voor hem. “Laat anderen maar met de schop werken, ik pak hem nooit weer op”, zei hij later.

Jan de Roos zong op straat in de stad Groningen, maar ook elders in de noordelijke provincies, onder andere op markten en kermissen en bij steunkantoren, tot in Amsterdam, Leiden en Enschede. Hierdoor was hij telkens wekenlang van huis. Enkele zelfgemaakte liedjes waarin hij de ellende uit de crisistijd bezong, bezorgden hem een zekere populariteit, met name in Duurswold.

Zijn voorkeur ging uit naar de opera. Dankzij een breukoperatie werd zijn zang beter verstaanbaar; zijn repertoire bleef echter beperkt. Ook na de Tweede Wereldoorlog voorzag hij met zijn optredens in zijn levensonderhoud.

Op 3 september 1952 vierde hij zijn 25-jarig artiestenjubileum in Drachten, dat waar een dubbelganger van Prins Bernhard hem tot “grootofficier in de orde van de zangers” benoemde.

Hij reisde doorgaans per bus, maar betaalde naar verluidt zelden voor een kaartje. Want zij Jan, die gewoon op straat voor de rijdende bus ging staan: “De koningin betaold ok nait, as sie met de bus gait.”

We weten dat hij zo ook naar Emmen, Emmercompascuum en naar Klazienaveen kwam. Mij is niet bekend dat hij ook daadwerkelijk op Erica kwam, maar Ericanen zullen hem zeker in de onze omstreken gezien en gehoord hebben. En mochten er nog getuigen zijn van zijn muzikale bezoeken aan Erica, dan houd ik mij aanbevolen om ook daar kennis van te nemen.

Her en der kreeg hij medailles, onderscheidingen en diploma’s die hij op zijn slipjas mee torste. De meningen over zijn kwaliteiten als performer waren verdeeld. Sommigen vonden het niets, anderen zagen hem als een kleurrijk fenomeen. De Groninger onderwijsinspecteur en dichter Jan Boer gaf in 1965 in het Nieuwsblad van het Noorden een liefdevolle beschrijving van zijn zangstijl, die hij met trillende leeuwerikszang vergeleek.

Zelf was Jan de Roos overtuigd van zijn zangtalent; hij beschouwde zichzelf als voortzetter van een traditie met Groningse straatzangers als Prummedroad en Deessie.

Later woonde hij in een kosthuis in de Groningse wijk Oosterpoort, waar zijn hospita en haar man zich over hem ontfermden. In het telefoonboek stond hij een tijdlang vermeld als “Roos, J. de, zanger, Verlengde Nieuwstraat 16b“. Dat was volgens hem fout: “Het moet zijn: Gróót Zanger en verder ook: Zijne Excellentie Jan de Roos”.

Hij werd geregeld door de jeugd maar ook door volwassenen uitgelachen, maar hij trok zich daar naar eigen zeggen niets van aan, omdat hij het deed “voor de kunst” en genoot van het zingen.

Wie zijn talenten miskende door hem kopergeld te geven, kon rekenen op een woede-uitbarsting. Met straatjongens die hem pestten, ontstond vaak een kat-en-muis-spel, waarbij hij hen met opgeheven stok achterna zat. Aan de jeugdcultuur van de jaren zestig had hij een hekel. “Ik praat ook helemaal niet met langharigen, mag van m’n geloof niet”, zei hij in een interview.

Op latere leeftijd was hij voornamelijk in de Herestraat te Groningen te vinden. De meeste onderscheidingen liet hij voortaan thuis om niet te zwaar beladen te raken.

Jan de Roos was gelovig en bezocht regelmatig de bijeenkomsten van het Leger des Heils in nette burgerkleding.

Oktober 1975 beëindigde hij zijn artiestenloopbaan. Daarna trad hij nog sporadisch op.

In 1979 later overleed hij, na een langdurige ziekenhuisopname. op 83-jarige leeftijd in het Groningse Treslinghuis.

Zijn lievelingskettingen hield hij ook om toen hij in het ziekenhuis lag. Hij werd behangen met zijn sieraden begraven in Ureterp.

Commandant François Favre van het Leger des Heils te Groningen hield de afscheidsrede. Behalve familie, bekenden en heilsoldaten was slechts een handjevol belangstellenden uit Groningen aanwezig.

Nagedachtenis.

Na zijn dood ijverde het comité “Beeld voor Jan Roos” onder leiding van VVV-directeur Jan Kappenberg en enkele middenstanders voor de oprichting van een standbeeld in de Herestraat, hetgeen aanleiding gaf tot een felle discussie.

Kappenberg noemde De Roos “de personificatie van Groningen”. Burgemeester Harm Buiter, die het startschot moest geven, bleek echter niet enthousiast. Oud-hoofdredacteur Ger Vaders van het DvhN  schreef over hem “de morsige figuur met de nepmedailles en zijn grogstem”.

Uiteindelijk wisten de initiatiefnemers de benodigde gelden niet bij elkaar te krijgen. Een bronzen miniatuurbeeld dat beeldhouwer Wladimir de Vries als voorstudie maakte, bevindt zich in het Groninger Museum.

Ook de jonge beeldend kunstenaar Jan Wagensfeld probeerde in 1980 de opdracht binnen te halen. Het gipsportret dat hij als voorstudie van zijn standbeeld voor Jan maakte, werd in 2011 aan het museum overgedragen.

En mocht u nog iets meer willen zien en horen van Jan de Roos dan vond ik voor u ook nog voor u op het www de volgende geluid en beeld fragmenten:

https://www.youtube.com/watch?v=O-j-tPM7al8

en:

https://www.youtube.com/watch?v=G7nr_CNiqFY

en

https://www.youtube.com/watch?v=6EytZMgNmfI

2 reacties op “Jan de Roos, “Kunstenaar met een grote K””

  1. Thea schreef:

    Bij de brug op Erica heb ik hem gezien!

    • Gerhard schreef:

      Bedankt Thea. Daarmee kunnen we Erica ook in het rijtje van “belangrijke dorpen voor Jan de R.” plaatsen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


4 + = zes

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.