Het Verenigingsleven op Erica

Geplaatst op 30-09-19 door Gerhard Vedder

We schreven het reeds: “Erica kent vanaf dag één een rijk en bloeiend verenigingsleven”. En het is dus geheel terecht dat daar dan ook eens tijdens de jaarlijkse foto expositie aandacht aan wordt besteed. En dan niet alleen aan “de Heidepiepers” of aan de clubs die al in 1929 bij elkaar kwamen in het jeugd en verenigingsgebouw “Aurora”.

Neen, want als we het over het verenigingsleven op Erica willen hebben dan wil ik toch even met u terug naar hoofdstuk 7 van het boek uitgegeven bij de gelegenheid van de 150ste verjaardag van ons dorp. Want dat hoofdstuk 7 over de Ericase samenleving begint met de kop “Zo rijk aan verscheidenheid en saamhorigheid”. Als we dit hoofdstuk er nog weer eens bij pakken dan moeten we vaststellen dat we ook op Erica te maken hadden met de rijkdom van verscheidenheid maar ook die van saamhorigheid. Meester A. C. van Heesewijk schreef het al in zijn boek bij de gelegenheid van onze 100ste verjaardag dat we vroeger op Erica zo “tegenover elkaar konden staan”. Het leidde er toe dat we voor bijna alles op Erica minstens twee hadden; een protestante en een katholieke variant. En dan krijg je bijna vanzelf veel clubs en verenigingen, want ondanks dat de pastoor en de dominee het altijd wel goed met elkaar konden vinden wilden hun volgelingen niet alleen het brood en de melk van de “eigen” bakker en melkboer, maar wilden ze hun eigen voetbalclub, hun eigen gymnastiek vereniging en ga zo maar door.

Dat werd natuurlijk ook nog bevordert door dat er al in 1929 achter de Nederlands Hervormde kerk een houten jeugd en verenigingsgebouw verrees met de fraaie naam “Aurora”, hetgeen zoveel betekend als “Ochtendstond” of licht. En het waren de oud-leden en leden van de “jongelingsvereniging” de “vrouwen en meisjes vereniging” die later aan de slag gingen om met oliebollen bakken en het verkopen van eigengemaakte brei en haakwerkjes geld inzamelden om de bouw van ’t Schienvat mogelijk te maken.

En het zal u niet verbazen dat toen in 1933 een nieuwe katholieke kerk gebouwd werd (omdat de oude en eerste kerk inmiddels te klein was) er aan de Kerklaan een katholieke variant van het verenigingsgebouw: “het parochiehuis” verrees.

Zoals we allemaal wel weten was deze verzuiling ook buiten het eigen kerk- en verenigingsgebouw zichtbaar. Bijvoorbeeld ook bij de sportverenigingen. Zo werd al in 1920 door enkele dorpsgenoten de voetbalclub “Sparta” opgericht. Sparta was echter geen lang leven beschoren en ging drie jaar later al weer ter ziele. Veel van de Sparta voetballers sloten zich daarna, in 1922, bij de “v. v. Erica” aan.

In 1930 werd een rooms-katholieke voetbalvereniging opgericht: “Nobile”. Deze vereniging ging vervolgens in 1932 op in de in dat jaar opgerichte rooms katholieke voetbalclub “Ericase Boys”. Aanvankelijk mocht er door de rooms katholieken alleen tegen rooms katholieke verenigingen uit de omgeving worden gespeeld. Dit werd anders toen de verenigingen van de rooms-katholieke voetbalbond R. K. F. ook uitkwamen in de KNVB competitie. Nu mocht “Ericase Boys” ook in het veld treden tegen clubs van een ander geloof.

Qua prestaties was de “v.v. Erica”, vergeleken met “Ericase Boys”,  veelal de betere partij.
Er was een gezonde rivaliteit tussen beide verenigingen, maar dit heeft nooit tot ernstige onregelmatigheden geleid. Als de gemoederen al eens hoog opliepen, was dat nooit tussen
de spelers, maar tussen de mensen langs de lijn.


Wel zijn enkele spelers van “Ericase Boys” uit onvrede over het een en ander een tijdlang lid geweest van de “v.v. Erica”. We noemen hier Gerard Rolink, Jo Sommer en Willem v.d. Kolk.

Wel moet vermeld worden dat de spanningen vóór en tijdens deze dorpsderby wel eens hoog konden oplopen. Dat was aanleiding voor de besturen van beide clubs om de KNVB  te verzoeken een “goede” scheidsrechter voor deze match der matches aan te stellen.  Na zo’n wedstrijd kon het gebeuren, dat Gienus Veenstra, speler van de “v.v. Erica”, zich ‘s maandags als bakkersknecht van de katholieke bakker Savenije moest verantwoorden als de uitslag voor de “Ericase Boys” ongunstig was uitgevallen. Daar tegenover stond natuurlijk ook dat Gienus bewierookt werd als zijn “v.v. Erica” verloren had. Uiteindelijk kwamen beide verenigingen in 1966 tot een fusie.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan over het “sportieve” en “vermakelijke” Erica. De Dikke van Dale zegt over vermakelijkheden, dat het dient als amusement, genoegen of ontspanning en dat het zowel onschuldig, inspannend als sportief kan zijn. De Ericase samenleving heeft een rijk verenigingsleven gekend door vele sportieve successen. In het boekwerkje “60 jaar bondsvoetbal, 1922-1982, S. C. Erica” schrijft Roel Klaassens, die na de fusie in 1966 als hoofdtrainer werd aangesteld: “We kregen een goed elftal, de keuze was nu veel groter. Er ontstond een enorme strijd om een plaats in het eerste. Ik herinner mij nog goed, dat er ook eens moeilijkheden waren, omdat ik zeven spelers van “v.v. Erica” en vier van “Ericase Boys” opstelde; men dacht natuurlijk dat de jongens van “v.v. Erica” een streepje vóór hadden bij hun trainer ….”. Feit is wel dat er met het samengaan van “v.v. Erica” en “Ericase Boys” tot “S.C. Erica” één van de grootste voetbalverenigingen in Zuidoost Drenthe ontstond een voetbal club die Erica naamsbekendheid tot ver over de dorpsgrenzen gaf.

Nu moeten we die tweedeling ook niet overdrijven want niet voor niets hebben we op Erica een Eendrachtstraat. Het was namelijk de toenmalige Veldwachter Velt, een belangrijke functionaris op het dorp en “vertrouweling” van Burgemeester en Wethouders, die in 1948 aan B&W het voorstel deed om de nieuwe straat parallel lopend met de Kerkweg zo te noemen “om de dankbaarheid voor de goede verstandhouding en saamhorigheidsgevoel van de bewoners van het Geitenveld tot uitdrukking te brengen”. Dus zo groot was die tweedeling nu ook weer niet, want als er eentje was die het kon weten dan was het wel Veldwachter Velt.

Afijn, we gaan met nog een club even terug naar “die goede oude tijd”. U weet wel dit tijd waarin in iedere winter de kanalen nog dicht vroren en er dus iedere winter schaatswedstrijden werden georganiseerd. Niet alleen de plaatselijke caféhouders organiseerden hardrijderijen met prachtige geldprijzen, maar ook de verschillende buurtverenigingen en de katholieke werkliedenvereniging spanden zich samen in om samen met de in 1940 opgerichte ijsvereniging “Volharding” om op aangename en sportieve wijze de winter door te komen. Veel arbeiders konden dan vanwege de vorst niet werken en “waren dan op de steun”, waardoor zij met het winnen van geldprijzen van de schaatswedstrijden wat extra’s konden bijverdienen. In de winter van 1942 gaf de ijsvereniging  renteloze aandelen á fl 2,50 (één Euro en een paar cent) per stuk uit om zo toch in deze moeilijke oorlogsjaren haar kapitaal te vergroten. En zoals weten bestaat de ijsvereniging Volharding nog steeds en anno 2019 zijn vele Ericanen donateur of hebben anderzijds een warm plekje in hun hart voor de ijsvereniging.

Dan is er nog zoiets als, in goed oud Nederlands geschreven, “ter leering ende vermaeck”.

 

Erica kent en kende natuurlijk ook verenigingen die er niet zozeer voor het organiseren van het (volks)vermaak zijn of waren. Erica en haar bevolking heeft zich ook ingespannen om de krachten te bundelen voor het algemeen belang of nut.  Zo was het in de laatste weken van 1918 (de exacte datum is niet bekend) dat de “Stichting Woningbouw Erica en Omstreken” werd opgericht.

Een van de eerste daden van het stichtingsbestuur was bij de gemeente een verzoek voor de aankoop van een stuk grond in te dienen. Het proces verliep niet zonder slag of stoot maar de stichting hield vol en ze kocht vervolgens de “veenplaatsen 357 en 358, beter bekend als “Het Geitenveld”. De huizen op het Geitenveld werden gebouwd en de eerste woningbouw vereniging in de gemeente Emmen, opgericht op Erica, was een feit. En dat is nog niet alles. In de loop der jaren zou dit Ericase initiatief uitgroeien tot “Emmer Centrale Woningbouw, de ECW. Nog later zou het uitgroeien tot “Wooncom”. En sinds 1 januari 2009 heet deze woningcorporatie “Lefier”. De “Corporatie” verhuurt tegenwoordig zo’n  33.000 woningen, kamers en bedrijfsruimtes en is actief in de provincies Groningen en Drenthe. En dat begon dus allemaal zo’n 100 jaar geleden op Erica.

Zo werd er bijvoorbeeld ook al in 1926 op Erica een “Vereeniging Ziekenzorg” opgericht. Het doel ervan was “hare leden de finantiële lasten verbonden aan de opname en verpleging in een ziekenhuis of ooglijdersgesticht, te helpen dragen”. En ook toen al had die club een “selectief” lidmaatschapsbeleid. Want allen zij konden lid worden: “die ten noorden der Hoogeveenschevaart, en ten zuiden van de weg welke loopt ten noorden van school II, ofwel ten oosten der Veenschapswijk en ten westen der 2e Boerwijk”. Alleen met toestemming van het bestuur mocht iemand die buiten deze grenzen woonde of ging wonen lid worden. Ook tuberculoselijders (in die tijd volksziekte nummer 1) konden geen lid worden.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan met het opsommen van Ericase Verenigingen, want zoals we al vaker zeiden “Erica heeft altijd al een zeer rijk en gevarieerd verenigingsleven, zowel voor de “leering ende vermaeck”.

Maar voor de echte verhalen en de bijbehorende namen moet u natuurlijk wel naar de grote Foto Expositie op zaterdag 19 en zondag 20 oktober in ’t Schienvat komen. Om daar samen met anderen en onder het genot van een goeie kop koffie of iets anders te genieten van weer veel mooie oude foto’s.

Bron: Het boek “Op Erica (1863-2013) Van boekweit en veenkolonie naar een moderne dorpssamenleving”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


7 + zeven =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.