Herdenken van WO II met de “bovenbouwertjes” van de onze drie Ericase Basisscholen.

Geplaatst op 01-05-18 door Gerhard Vedder

Deze week herdenken ook wij op Erica op 4 mei de vele slachtoffers van WO II om een dag later, op 5 mei, onze vrijheid te vieren.

Op 23, 24 en 26 april is de HKE samen met de bovenbouw- leerlingen van de Brummelbos, de Anbrenge en de Willem Alexander op de fiets gestapt om eerst een bezoek te brengen aan het “Monumentje voor Akkerman” en om daarna door te fietsen naar het “Griendtsveenpark”. Hier had de HKE een kleine foto expositie ingericht en werd aan de hand van een powerpoint presentatie de kinderen een “inkijkje” gegeven in “Erica tijdens WO II” en gingen we virtueel ook nog even een bezoek bij de “crashsites” van de vliegtuigen die in WO II in het Amsterdamscheveld neergestort zijn.

Zo’n fietstocht is best wel “inspannend” en daarom kregen alle kinderen een versnapering voordat we, na een 3 uur durend programma, alle kinderen weer veilig bij hun school afleverden.

Voordat we met de kinderen op stap gingen hadden ze zich op hun eigen school goed voorbereid. Niet alleen tijdens de geschiedenis lessen waarin de Tweede Wereldoorlog behandeld werd maar ook tijdens een speciale les van “het Huus van de Taol” waarin alle kinderen de kunst van het dichten werd geleerd en als opdracht hebben ze toen allemaal al een gedicht met als thema “oorlog” gemaakt.

We hadden afgesproken dat de kinderen zelf en onder elkaar mochten bepalen wie van hen in hun groep het mooiste gedicht had gemaakt. Dat leverde dus per school een winnaar of winnares op. Deze winnaar of winnares werd vervolgens in de gelegenheid gesteld om bij het “Monumentje van Akkerman” zijn of haar gedicht voor te dragen.

Alle kinderen mochten ook nog, als eerbetoon aan alle oorlogsslachtoffers, een door Boerma Chrysanten gesponsorde bloem bij het monumentje leggen.

Omdat in totaal zo’n 90 kinderen meededen, hebben we over het hele project 3 dagen gedaan met op iedere dag een school.

Op maandag 23 april waren we onder weg met de kinderen van de Brummelbos, hun meester Johan en het echtpaar Middeljans. Op dinsdag 24 april was de Willem Alexander aan de beurt en zij werden begeleid door juf Rolinka. Tenslotte was op donderdag de Anbrenge met juf Melanie en haar kinderen aan de beurt.

Voordat wij u nu vertellen hoe het allemaal ging en wat we zoal gedaan hebben toch even een antwoord op de volgende vraag:

Wie was Akkerman en waarom een Monumentje?

De kinderen weten het nu allemaal, maar u misschien nog niet.

Voordat we bij Jakobus (Koos) Akkerman aankomen moeten we even de situatie schilderen en daarvoor gaan we terug naar het begin van de Tweede Wereldoorlog. Net over de grens bij Nieuw Schoonebeek had het Duitse Nazie regime al jaren voor het uitbreken voor de oorlog “strafkampen” aangelegd, zo ook bij Bathorn.

Kampen die aanvankelijk gebruikt werden om Duitsers die het Nazi systeem “onwelgevallig” waren in op te sluiten. Deze Duitsers moesten net als de Franse krijgsgevangenen, die er omstreeks 1940-41 kwamen, overdag bij de boeren op het land of aan het verbeteren van straten in de omgeving werken. Met behulp van kleine landkaartjes, bijvoorbeeld verstopt in een stukje zeep, konden deze Franse krijgsgevangen soms ontsnappen. De vluchtinstructies gaven aan dat ze noordwaarts moeste lopen totdat ze eenmaal op Nederlandse bodem, bij Weiteveen, op een smalspoorlijn stuitten. Daar aangekomen moesten ze linksaf tussen de rails verder lopen. En omdat het hier de spoorlijn van de Griendtsveen betrof, die van de Griendtsveen fabrieken in het Amsterdamscheveld achter Weiteveen langs, als een rechte lijn naar het Duitse Schöninghsdorf liep, kwamen de mannen vanzelf in het Amsterdamscheveld terecht.

Eenmaal daar aangekomen wisten ze dat ze door een groepje mensen die in het verzet zaten verder werden geholpen naar Brabant om vandaar uit verder te vluchten naar hun vaderland Frankrijk.

Dit groepje verzetslieden vormde zich als verzetsorganisatie al in 1941 en bestond uit een harde kern bestaande uit onder andere Andries Kalter, J. Tromp en Jaap Rotman allen uit Nieuw Amsterdam. J. Tromp beheerste de Franse taal en Koos Akkerman de boer uit het Amsterdamscheveld was met zijn gezin helemaal georiënteerd op Nieuw Amsterdam en vormde dus een logische “voorpost” voor de groep. Verder werd de groep ook nog ondersteund door nog meer mensen uit het Amsterdamscheveld maar ook uit Emmen. Onder de Emmenaren bevonden zich ook in Emmen ondergedoken politiemannen die het in Rotterdam te heet onder de voeten kregen.

Nadat de gevluchte Franse krijgsgevangenen hun gevangeniskleding bij de familie Akkerman thuis ruilden voor gewone burgerkleren, die de manufacturier Rotman uit Nieuw Amsterdam bezorgde, werden ze door de verzetsbeweging verder geholpen naar het Brabantse Goirle. Van daar uit werden ze via België naar hun vaderland Frankrijk geholpen.

Hoe werd Akkerman gearresteerd?

Op 29 juli 1942 lichtte adjudant-onderofficier groepscommandant der marechaussee Hendrik Spreen in Emmen de Sicherheitsdienst te Assen in over het feit, dat een landwachter op het Kringhuis van de Emmer Landwacht had verteld, welke personen in Erica en Nieuw-Amsterdam ontsnapte Franse krijgsgevangenen hielpen om terug te komen in Frankrijk.

Een dag later, 30 juli 1942, meldde Hendrik De Kruyff, als politieambtenaar (rechercheur) werkzaam bij de Sicherheitsdienst (SD) in Assen, zich omstreeks 14.00 uur op het politiebureau van Emmen, waar hij een gesprek had met Hendrik Spreen. Na dit gesprek begaven de mannen zich eerst naar het huis van de gebroeders Geraets aan de Peelstraat 96 in de Peel. De Kruyff zei tegen de mannen dat ze verdacht werden hulp te bieden aan ontsnapte Franse krijgsgevangenen. De broers ontkenden dit ten stelligste maar merkten wel aan de vragen van De Kruyff dat hij allerlei details over het verzetswerk kende.

De Kruyff en zijn kompaan verlieten onverrichterzake het huis van de Familie Geraets en gingen daarop naar Nieuw Amsterdam, waar de manufacturier Rotman door De Kruyff aan een persoonlijk verhoor werd onderworpen. Rotman werd vervolgens meegenomen naar het huis van de Familie Geraets. De Kruyff nam Rotman mee naar binnen en liet hem zeggen, dat hij “alles” had bekend en hij raadde de beide broers aan ook “alles” te bekennen. De beide broers deden dat en werden daarna samen met Rotman afgevoerd naar de Marechaussee kazerne in Nieuw Amsterdam gebracht.

Vervolgens bleef het ongeveer 14 dagen stil op Erica, maar we mogen aannemen dat de naar verluid barbaarse verhoren van de gebroeders Geraets en Jaap Rotman in die tijd wel iets “opleverden”.

Op 30 juli 1942 werden de 3 gearresteerde mannen, Hendrik en Jans Geraets en Jaap Rotman afgevoerd naar de Marechaussee kazerne in Emmen.

Op 15 augustus bracht De Kruyff samen met de marechaussee Vos een bezoek aan de vervener/landbouwer Koos Akkerman. Toen ze bij Akkerman aankwamen was deze achter zijn boerderij op het land bezig om zijn  arbeiders uit te betalen. Hij werd door de politiemannen meegenomen naar de boerderij, waar hij werd verhoord. Na dit korte verhoor verlieten De Kruyff en Vos de boerderij en reden ogenschijnlijk naar Nieuw Amsterdam en ging Akkerman weer terug het land in om verder te gaan met het uitbetalen van de weeklonen.

Echter na een half uur waren De Kruyff en Vos terug op de boerderij. De Kruyff bleef in de boerderij en stuurde Vos het land op om Akkerman andermaal op te halen. Vermoedelijk had De Kruyff zich in de nabijheid van de boerderij verdekt opgesteld in de hoop, dat Akkerman naar “een persoon uit de organisatie” zou toegaan. Toen dat niet gebeurde, haalde hij Akkerman op. Dit keer werd Akkerman voor “een kort verhoor” meegenomen naar het politiebureau in Nieuw Amsterdam.

Op zondag 16 augustus kreeg Akkerman in het politiebureau van Nieuw Amsterdam nog een keer  bezoek van zijn vrouw en kinderen. Op maandag 17 augustus reisde Akkerman onder begeleiding van een politieman naar het Huis van Bewaring in Assen.

Hoe liep het met de gearresteerde mannen af?

Na een half jaar te hebben vastgezeten in het Huis van Bewaring in Assen werden de mannen uit Erica en Nieuw Amsterdam en drie mannen uit Goirle op 28 januari 1943 op transport gesteld naar het concentratiekamp Vught.

Natzweiler, van 10 juli 1943 tot 3 sept. 1944.

Een half jaar later, begin juli 1943, werden de mannen overgebracht naar Kamp Amersfoort.

Hier bleven ze maar heel kort. Want op 10 juli 1943 vertrokken de mannen, als groepje samen met zo’n 80 andere personen vanuit Amersfoort, met het gebrekkig functionerende openbare vervoer (de trein) reizend als “gewone mensen”, maar met bewaking naar een “onbekende bestemming”. In de trein hoorden de mannen van hun bewakers dat de groep onderweg was naar een zogenaamd “Nacht und Nebel Lager”. Dat hield in dat hun familie vanaf nu geen enkel bericht meer zou ontvangen over hun verblijfplaats. Ze reisden via Mannheim naar de Vogezen (in het zuiden van Duitsland). Toen de trein uiteindelijk stopte  werd de groep opgevangen door SS’ers. Deze SS’ers stonden bekend als brute mannen voor wie het menselijk leven geen cent waard was. Ze werden in vrachtwagens gejaagd en toen de vrachtwagens op hun bestemming aankwamen bleek dat de mannen waren aangekomen in het concentratiekamp Natzweiler.

Na de oorlog hoorden we dat de dat de gevangenen hier werden gejaagd, geslagen, geranseld, uitgevloekt, toe gekrijst… en behandeld als “vee in een slachthuis”. De gevangenen moesten in de naburige steengroeves onmenselijk zware lichamelijke arbeid verrichten. Naast de zware arbeid en de lange werkdagen was het eten slecht en raakten de mannen verzwakt en als we daar de slechte sanitaire omstandigheden bijrekenen kunnen we ons goed voorstellen dat er veel slachtoffers vielen.

Van de bijna 600 Nederlanders die in Natzweiler vastzaten hebben 280 de oorlog niet overleefd. Toen Koos Akkerman, na bijna anderhalf jaar, samen met de gebroeders Geraets en nog enkele mannen uit hun groep op 3 september 1944 op transport gezet naar Dachau.

Dachau, van 3 sept. 1944 tot 10 sept. 1944 (een week). 

In het concentratiekamp Dachau, in de omgeving van München, had de SS alles  voor het zeggen en heerste hier met haar eigen gruwelijke regels. Hier werden de mannen samen met vele anderen “geselecteerd” voor werk in de zogenaamde buitenkampen. De broers Geraets hadden (achteraf) geluk dat ze op het moment van aankomst te zwak waren voor het verrichten van zware arbeid. Ze moesten wel werken maar bleven in Dachau. Koos Akkerman werd samen met nog zo’n 30 andere Nederlanders toegevoegd aan een groep van 400 mannen. De groep werd op 10 september 1944 in veewagons van Dachau naar het “Aussenlager” Ottobrunn vervoerd, niet ver van Dachau bij München.

Ottobrunn, 10 sept 1944 tot 9 nov. 1944.  

Gek genoeg bleek het hier om een “vergissing” te gaan. Want Ottobrunn was officieel geen “Nacht und Nebel Lager” en de mannen hoopten dat ze hier zouden blijven om het einde van de oorlog te kunnen “afwachten” en de bevrijding mee te kunnen maken. Het mocht echter niet zo zijn, want op 20 sept. 1944 werd de groep al weer op transport gesteld. Koos Akkerman mocht echter, samen met een groep van ongeveer 30 Nederlanders blijven. Het grootste gedeelte van de groep vertrok en de vriend van Bakels schreef in zijn dagboek: “Niemand van ons wist wat ons te wachten stond: het Grote Lijden”.

Maar lang mocht het niet meer duren.

Dautmergen, 9 nov. 1944 tot 20 nov. 1944.

Op 9 november 1944 werd ook Koos Akkerman op transport gesteld naar kamp Dautmergen, waar het lot hem weer samenbracht met zijn vriend Bakels, die hier al sinds 21 september verbleef. In het dagboek van Bakels stond ook: “Dautbergen was een oord van verschrikking dat onder leiding stond van Poolse criminelen. Allesoverheersend was er de modder. De modder, al dan niet bedekt met sneeuw, was een halve meter diep. En ook de geluksvogel die schoenen had, was er niet tegen beschermd; de drek liep van boven de schoenen in.”

Dautmergen was een verschrikkelijk oord, waar het sterftecijfer enorm hoog was en de groep Nederlanders van uitputting, vervuiling, te weinig voeding en slechte medische verzorging ziek werd. Op 20 november 1944 vertrok het laatste ziekentransport van Dautmergen naar Vaihingen/ Enz bij Stuttgart.

Bij deze ongeveer 250 personen bevonden zich 22 Nederlanders onder wie ook Koos Akkerman en Bakels. In deze groep zaten 14 mannen die al vanaf Natzweiler met elkaar hadden opgetrokken.

Vaihingen, van 20 nov. 1944 waar hij op 27 feb. 1945 overleed.

De slechte omstandigheden in Vaihingen was de genadeslag voor velen. Ze verbleven hier samen met voornamelijk Poolse joden uit de omgeving van Krakau en Radom.

Bakels schreef over deze Poolse mannen: “Zo in slecht als de Poolse bewakers in Dautmergen waren, zo in-hartelijk waren de Poolse joden in Vaihingen”

Maar het mocht allemaal niet baten, bijna alle Nederlanders bezweken van honger en gebrek aan medische verzorging voor de vlektyfusepidemie die er heerste.

Op 1 maart 1945 schreef Bakels: “Akkerman is dood, er zijn er nog vijf over“.

Na Akkerman zouden er nog twee sterven waardoor uiteindelijk Bakels en een zekere Bas Backer als enigen, na de bevrijding van het kamp op 20 april 1945, in Nederland zouden terugkeren. Akkerman werd, net al alle anderen, begraven in een anoniem graf op “KZ Friedhof Vaihingen”

Dat is dan het trieste verhaal over Koos Akkerman.

Het verhaal over hoe hij de Franse krijgsgevangenen hielp, hoe hij werd gearresteerd en een barre tocht door meerdere Duitse concentratiekampen niet overleefde.

Weliswaar werd op 6 juli 1949 Koos Akkerman nog wel postuum door de Franse generaal Charles de Gaulle (de latere president van Frankrijk) onderscheiden voor zijn onbaatzuchtige hulp aan Franse gevangenen en aan de strijders van de geallieerde legers, maar zijn familie kreeg Koos niet terug.

De familie heeft “opa Akkerman” goed in herinnering en voor hen zelf en allen die het willen bezoeken richtten zij een herinneringsteen op. Daar op die plek waar Koos Akkerman op zaterdag 15 augustus werd gearresteerd, afgevoerd en nooit meer terug kwam.

Onze fiets- en herdenkingstocht met de Ericase “bovenbouwertjes”.

En dan gaan we nu verder met het verhaal over hoe we met de Ericase “bovenbouwertjes” stilstonden bij de Tweede Wereldoorlog en deze herdachten.

Wij gingen dus met de kinderen van de Brummelbos, de Willem Alexander en van de Anbrenge allereerst op de fiets naar de boerderij van Akkerman aan de Griendtsveenstraat.

Hier aangekomen vertelden we het verhaal van Koos Akkerman en kregen de kinderen allemaal een bloem aangeboden. Met deze bloem liepen we daarna met z’n allen, over het goed begaanbare pad naar het monumentje. Daar aangekomen spraken we met z’n allen de vurige hoop uit dat er ooit een einde gaat komen aan al die oorlogen en aan ander zinloos geweld en legden alle kinderen hun bloem en werd het op school gemaakte gedicht voorgedragen.

Alle kinderen hadden namelijk in de voorafgaande weken op school een gedicht gemaakt over de gruwelen van de oorlog en samen bepaald welk gedicht het mooist of het meest geslaagd was. En de maakster/maker van dat gedicht mocht hier op deze plek haar/zijn gedicht voordragen.

Voor de Brummelbos was dat Jorien Hummel:

Hongerwinter. Kent u dat woord?

De mensen hadden niks te eten

Ze pleegden overal moord

Hongerwinter, kent u dat woord?

Adolf Hitler was echt gestoord

Dat moet u echt wel weten.

Hongerwinter, kent u dat woord?

De mensen hadden niks te eten.

 

Voor de Willem Alexander was dat Vova Shahnazarian:

Oorlog

tanks rijden door de straten

mensen willen vrijheid

want er zijn veel soldaten

tanks rijden door straten

in de huizen zitten gaten

mensen raken spullen kwijt

tanks rijden door straten

mensen willen vrijheid

 

En op de laatste dag was het de beurt aan Tristan Moes van de Anbrenge met zijn gedicht Adolf Hitler:

 

Adolf Hitler was aan de macht.

Hij had veel mensen vergast.

Met zijn gifgas had hij kracht.

Adolf Hitler was aan de macht.

De Nederlanders leken wel schaapjes met een wollen vacht.

Anne Frank zat achter een boekenkast.

Adolf Hitler was aan de macht

Hij had veel mensen vergast.

 

Na het bezoek aan het Monumentje van Akkerman ging het op de fiets verder naar het Griendtsveenpark aan de Berkenlaan.

In het Griendtsveenparkje krijgen de kinderen door de Brede School een versnapering en nog een “lesje”.

Dit lesje werd door de vertegenwoordigers van de HKE verzorgd en werd ondersteund met enkele foto expositie panelen rond het thema “WO II op Erica” en een Powerpoint presentatie over o.a. de tijdens WO II  neergestorte vliegtuigen in de Peel.

Het “lesje” nam de kinderen mee naar de dag waarop de Duitsers ons land binnenvielen en de Ericasebrug werd opgeblazen en de reden waarom dit gebeurde. Vervolgens kwamen we, met behulp van de plaatjes, terecht bij de vliegtuigen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Peel neerstorten. Op deze plekken staan nu bordjes die aan het neerstorten en de betrokken bemanningen herinneren. Helaas was het een beetje moeilijk om beide plekken te bezoeken. Enerzijds omdat dan de hele “excursie” wel iets te lang zou duren en anderzijds omdat ook het trekpontje dat ons, bij de Griendtsveenfabriek, naar de andere kant van het kanaal moest brengen (tijdelijk) uit de vaart is.

Maar na afloop kregen de kinderen allemaal een plattegrondje mee naar huis waarop de gehele route is afgebeeld inclusief de drie “aandachtspunten”. We hopen hiermee de ouders te inspireren om samen met hun kind/kinderen ook nog eens deze 3 plekken op te zoeken.

En als het aan de HKE ligt dan maken we er een goed jaarlijks gebruik van om, in de tijd waarin WO II op school behandeld wordt, we ook aandacht besteden aan de WO II op Erica.

Mocht u nu al meer over de WO II op Erica willen weten dan verwijzen wij u graag naar het boek: “Erica, 1940 – 1945 Belevenissen van dorpsgenoten” een uitgave van de Historische Kring Erica.

Eén reactie op “Herdenken van WO II met de “bovenbouwertjes” van de onze drie Ericase Basisscholen.”

  1. Gerhard Beukers schreef:

    Triest maar ook een interessant verhaal,mooie gedichten over een heel slechte periode WO 2.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


+ acht = 14