Een wegenwachter is meer dan alleen een goede monteur

Geplaatst op 27-07-22 door Gerhard Vedder

Een op het eerste gezicht alledaags artikel  in het Reformatorisch Dagblad van d.d. 17 april 1971 over een Wegenwachter.

Het betreft hier een artikel over de wegenwachter Mosheuvel uit Rotterdam, die geïnterviewd wordt over zijn ervaringen in een Duits gevangenenkamp  in 1944, zijn vlucht naar huis en de avonturen die hij meemaakte. Zo’n 25 jaar na het einde van de oorlog wordt dhr Mosheuvel door het Reformatorisch Dagblad geïnterviewd.

Het artikel, begon met de volgende zin: „Ik voorzag vervelende situaties in dat kamp. Er werd door de Duitsers geslagen, geknuppeld en gedaan. Mijn broer en ik waren het er over eens: er staan hier trieste dingen te gebeuren, we kunnen beter weg gaan.”

Aanvankelijk een oorlogsverhaal waarvan er 13 in een dozijn gaan, maar dan krijgt het opeens toch nog een verassende wending. Vooral nu voor velen van ons de vakantie weer voor de deur staat en we er met auto, al dan niet met een caravan erachter, hopelijk onze bestemming bereiken, genieten en weer veilig thuis komen zonder dat we hierbij de hulp van de Wegenwacht nodig zijn.

Afijn, indien van toepassing, een mooie vakantie en weer heel en gezond thuis komen. Maar eerst nog even het verhaal van de wegenwachter Mosheuvel en Harm Prins van de Timmerwinkel.  

“Tijdens het aanleggen van tankwallen zijn we achtergebleven en gevlucht, geholpen door grensgangers. Na een razzia begin ’44 waren we in dat Duitse kamp terecht gekomen niet ver achter Coevorden”.

„We hadden afgesproken dat we het stuk vlak voor en na de grens alleen zouden oversteken, maar toen gebeurde het. Er waren voortdurend Duitse patrouilles en wij moesten een paar nachten in het veld doorbrengen. Omdat we zo’n honger kregen, pikten we wat    appels en toen kreeg ik die pit in mijn holle kies: vreselijke pijnen. Die kies moest eruit.”

„De pijn was zo erg dat ik ondanks de gevaren in een klein Duits grensdorp naar de tandarts ging. Liegen hielp niet, want die man ‘ had direct door dat ik geen Duitser was. Krantenartikel in het Reformatorisch Dagblad over dhr A. J. M. (Bram) Mosheuvel

Na  de verdoving moesten we de kelder in voor een luchtalarm en toen dat afgelopen was, bleek de verdoving uitgewerkt. Dat heeft zich twee keer herhaald, maar uiteindelijk trok hij die kies eruit. Daarna moest ik nog zeggen dat ik geen geld had. Dat komt u na de oorlog wel brengen, zei die tandarts. Toen ik buiten kwam, ben ik op hol geslagen.”

Werkplaats van stelmaker Harm Prins, met op de voorgrond Tinus naast een houten trekke cabine, een “na-oorlogs” succes-product van de Fa. Prins.

 ,,Wij zijn na veel gedoe tenslotte terecht gekomen bij de familie Prins in Erica, waar we een jaar ondergedoken zaten. Wat gewerkt in de stelmakerij aan kruiwagens en handkarren en we hadden wat contact met het verzet. Er lag één brug in Erica. De Duitsers wilden hem opblazen en wij wilden dat tegen houden wat natuurlijk niet lukte.”

10 april 1945. De Ericasebrug werd door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen

 AFSPRAAK

Tegen het eind van de oorlog lagen de Amerikanen vlak bij. Toen ben ik gewoon naar die vier Duitse wachten gegaan om te vragen of ik er even door mocht. Dat vonden ze goed als ik beloofde dat ik voor hen ook wat sigaretten meebracht. Dat heb ik gedaan. Afspraak.

Ach, in zo’n klein plaatsje viel dat allemaal nog al mee.

Na de oorlog bleek dat er in Erica NSB-ers waren die precies wisten waar wij zaten, maar die dat nooit tegen de Duitsers hadden gezegd.” 

,,Het merkwaardige is dat ik op de zesde dag van de oorlog In uniform ook door de Duitse linies ben gegaan, per motorrijwiel. Ik was onderofficier bij de motordienst en wij zaten in Amsterdam toen het afgelopen was voor het Nederlandse leger.

Toen ik van het bombardement op Rotterdam hoorde, vroeg ik mijn overste of ik mijn ouders mocht gaan zoeken. Dat mocht als ik beloofde terug te komen. Ik ben nog aangehouden, maar die Duitse officier zei: ga met God.”

De Vierambachtsstraat in Rotterdam

„Rotterdam, 16 mei: één zwarte rookwolk; één grote, overweldigende ellende. Volgens de berichten waren er geen overlevenden in het centrum. Mijn ouders woonden In de Vierambachtsstraat. Ze mankeerden niks.

Ze dachten: die knul is allang dood, want het hele leger is in de pan gehakt. Ik moest terug, plat op het ding. Er werd zo nu en dan geschoten, maar ik wist niet of het voor mij bedoeld was. Liever was ik niet gegaan, maar het was een afspraak met de overste.”

ADVERTENTIE

„Die ervaring bij de motordienst, waar ik de ordonnans onder me had, kwam goed van pas, toen na de bevrijding die advertentie verscheen: De ANWB zoekt voor de wegenwacht zes motorrijders en een chef. Dat is nu precies 25 jaar geleden. We hebben nu vijfhonderd wegenwachters. De eerste ritten heb ik als chef zelf gemaakt om de reacties van het publiek te testen. Het was enorm improviseren, want iedereen had pech en er waren geen onderdelen. Ik bracht zelf de salarissen rond. Hoewel de organisatie enorm gegroeid is, hebben we altijd een goede, soepele sfeer gehouden.”

„In die beginperiode reden er 47.000 auto’s rond. Nu hebben we alleen al 1,2 miljoen leden. Het groeten op de weg hebben we afgeschaft. De groet stamt uit Engeland. Daar waarschuwde de wegenwacht het publiek altijd tegen een politiefuik. Toen dat werd verboden, gingen de wegenwachters groeten. Als er dan politiecontrole was, groette men niet om zodoende te waarschuwen. Zo werd het verbod ontdoken. Wij hebben hier altijd een uitstekende verstandhouding gehad met de politie.”

„Een wegenwachter is meer dan een goede monteur. Hij moet EHBO hebben, maar hij moet vooral met mensen kunnen omgaan. Ze doen duizend andere dingen. Onlangs gaf een automobilist zijn hele maandsalaris aan een wegenwacht: breng dat even langs mijn vrouw anders zit ze zonder geld. Hij noemde het adres en reed zonder meer, in blind vertrouwen weg.”

OPMERKZAAM

„De wegenwachters verwijderen ieder obstakel, mits dit met handkracht kan geschieden. Zo heet dat. Ze helpen als ere en koe staat te kalven, als er boerderijen in brand staan, als er vrouwen in auto’s bevallen, als er koeien op de weg lopen of in de sloot zitten. Ze brengen weggelopen kinderen terug, die altijd naar een rijksweg trekken. Ze herstellen desnoods een trein en ze slaan alarm als er ten onrechte een vliegtuig op een rijksweg landt. Met een beetje trots noem ik ook hun opmerkzaamheid. Als er een man onderuit in zijn auto langs de weg zit, stopt de wegenwacht. Toch even kijken of alles goed is met meneer.”

„Assistentie bij de meest verschrikkelijke ongelukken, dat is het zwaarst. Daar krijg ik vreselijke verhalen over te horen. Ze zoeken een klankbord. Zeer begrijpelijk. Op dit punt hebben we een harde opleiding, met realistische, bloederige filmbeelden. Als een cursist wit om de neus wordt, zegt de instructeur olijk: prachtig, een echte patiënt, een goed voorbeeld.”

„Het verloop is 0 tot 1/10e  procent. Ik rijd zelf nog steeds 50.000 km per jaar en ik kan het niet laten om te stoppen als er wat aan de hand is. Ook als er een wegenwacht is, wil ik toch even kijken. Ze kunnen het beter dan ik.”

„Of ik na de oorlog nog aan die afspraak met die Duitse tandarts heb gedacht? Welzeker, ik ben er met mijn vrouw heen gereden, maar het huis stond er niet meer. Bijna het hele dorp was weggebombardeerd. Ik wilde er weer gauw weg. We zijn snel de grens over gegaan: het Nederlandse wegennet op: waarschijnlijk zullen daar binnen tien jaar duizend wegenwachters rondrijden.”

Van de redactie:

  • Ik werd door ons HKE lid Luuk Prins attent gemaakt op dit verhaal.
  • De eerste mobiele pechhulp brigade van Nederland ging 15 april 1946 van start. Zeven geel overgeschilderde Harley Davidson Liberator motorfietsen reden de ‘grote’ wegen af om langs de kant staande auto’s weer aan de praat te krijgen. In 1946 bestond het Nederlandse wagenpark uit ongeveer 30.000 auto’s.
  • Het is 1 Februari 1947. Nederland is al bijna twee jaar bevrijd, maar een nieuwe fietsband is er nog amper te krijgen. Om maar niet te spreken van een fiets of een auto. Dat betekent, dat de meeste Nederlanders voorlopig gedwongen zijn om binnen het geïsoleerde kringetje van hun eigen stad of dorp te blijven ronddraaien. Want, ondanks de optimistische verhalen van ir. Posthumus in het veel beluisterde radioprogramma ‘De Spoorwegen spreken’ – blijft het met het openbaar vervoer voorlopig ook behelpen. En aan de auto’s, die men uit de handen van de Duitsers heeft weten te houden en die weer over de Nederlandse wegen rijden, mankeert zo ongeveer alles. Daarom doet de ANWB in 1946 een uitstekende zet door – naar Engels voorbeeld – een Wegenwacht op te zetten. Uit een Amerikaanse legerdump weet men een stel Harley Davidsons te bemachtigen zijspanbouwer Jan Bom uit De Meern maakt daar handige bakjes aan, die worden volgestopt met prachtig Zweeds gereedschap. Vijf man telt het korps wegenwachters, dat na maanden voorbereiding op de Nederlandse wegen wordt losgelaten. Dat wil zeggen: op de wegen die Den Haag verbinden met Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Chef van het vijftal is de heer Bram Mosheuvel.

  • 19 juli 1959. De heer Engelbrecht uit Den Haag is ten gevolge van een duik in het Lago Maggiore in Italië gewond geraakt.. en moest in een ziekenhuis worden opgenomen. Zijn vrouw en dochter stonden toen alleen met de auto in Locarno. Hoofdinspecteur A.J.M. (Bram) Mosheuvel van de ANWB-Wegenwacht heeft vrouw en dochter plus auto weer veilig naar het huisadres, aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag, gebracht. Aan de Zwitserse grens heeft de heer Mosheuvel moeilijkheden ondervonden omdat de grensbewaking hem niet toe wilde laten, vanwege zijn uniform, men meende met een militair van doen te hebben.

Eén reactie op “Een wegenwachter is meer dan alleen een goede monteur”

  1. Thea schreef:

    Boeiend verhaal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


vijf + = 13

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.