Dokter Karel Diederik Schönfeld op Erica

Geplaatst op 29-04-19 door Gerhard Vedder

In het boek “Op Erica (1863 -2013) Van boekweit- en veenkolonie naar een moderne dorpssamenleving” uitgegeven ter gelegenheid van de 150ste verjaardag van ons mooie dorp lezen we op pagina 194: “Vanaf 1874 werd ieder jaar in de gemeente in opdracht van de landelijke overheid een lijst van geneesheren, vroedvrouwen, apothekers en drogisten opgesteld. Aanvankelijk was Karel Diederik Schönfeld de enige huisarts en Fennegien Timmerman de enige vroedvrouw in de gemeente Emmen”.

Er waren echter veel mensen die een bezoek aan de arts niet konden betalen en daarom benoemde de gemeenteraad dan “de plaatselijke geneesheer, belast met de armenpractijk, de doodschouw en de vaccinatie”.

Voor een jaarwedde van 1500 gulden kreeg dokter Schönfeld, die rond 1870 in Emmen en wijde omgeving was aangesteld die “klus” er bij. Nauwkeurig werd omschreven wat zijn taken waren en zo lezen wij op enig moment in de Gemeenteraadsnotulen van 1870:

“Onder de armenpractijk wordt verstaan de geneeskundige behandeling van alle ziekten, been- of andere breuken, kneuzingen, verwondingen, van welken aard een en ander ook zij, alsmede de verloskundige hulp, voor zoover de vroedvrouwen zich daarmede niet kunnen redden, alles met de bijlevering der noodige geneesmiddelen…”

Dokter Schönfeld werd mede hierom op de meest ongelegen tijdstippen naar de meest afgelegen oorden in de gemeente Emmen “besteld”. Zo lezen wij in de Drentsche en Asser Courant van 17 februari 1890:

“Naar wij vernemen heeft te Compascuum weder eenen vechtpartij plaats gehad waarbij, als gewoonlijk de messen ter dege dienst hebben gedaan. Zoo werd heden door twee arbeiders van genoemde kolonie, welke per as naar hier moesten worden vervoerd, geneeskundige hulp ingeroepen bij onzen geneesheer, dr. Schönfeld. Aan armen en rug moesten ernstige wonden zijn toegebracht. De sterke drank zal in deze wel weder de voornaamste oorzaak zijn.”

Dat dokter Schönfeld niet alleen een grote maar ook een drukke praktijk had moge blijken uit het volgende relaas.

De kanaalgravers en turfarbeiders op Erica moesten het aanvankelijk ook – duur of niet duur – zonder medische hulp stellen en men redde zich veelal met allerlei huismiddeltjes en men vermeed het inroepen van de hulp van dokter Schönfeld zo lang mogelijk. Ondanks dat men tot het bittere einde wachtte met het roepen van de huisarts, men ontkwam er helaas niet aan.

Want dokter Schönfeld moest ook de attesten van overlijden uitschrijven. En zonder zo’n attest kon er niet begraven worden. Zo ook bij het overlijden van Lucas Middendorp.

Lucas Johannes Middendorp te Erica placht, zoals zijn vader op 1 mei 1894 voor de rechtbank te Assen verklaarde, wel eens wat te veel te gebruiken en dan laat thuis te komen. Zijn huisgenoten waren op de avond van de 29ste januari zonder ongerust te zijn naar bed gegaan, Lucas zou het wel weer laat maken.

Maar toen op de ochtend van de 30ste zijn bed leeg bleek ging men op onderzoek uit en vond men hem, levenloos.

De doodsoorzaak was geen ongebruikelijke in die tijd: Lichtelijk aangeschoten wilde hij langs de verkeerde kant van de brugleuning naar de andere kant van het kanaal en, in het duister te water geraakt, was hij verdronken.

Op zaterdag 3 februari bracht de familie het stoffelijk overschot naar de r.k. begraafplaats te Erica om het daar ter aarde te bestellen.

Maar op dat moment was er nog geen toestemming, of attest, zoals het formeel heette, om het lichaam te begraven: er had nog geen lijkschouwing plaats gehad.

In de nog on-gesloten kist werd het stoffelijk overschot daarom voorlopig in het lijkenhuisje gezet.

Toen de vader op maandag 5 februari naar het kerkhof ging bleek de kist niet meer in het lijkenhuisje te staan, maar al toegedekt met aarde in het graf geplaatst te zijn.

De goede man begreep er niets van en deed aangifte bij de marechaussee.

Dit leidde tot een rechtszaak, waarbij Schönfeld beschuldigd werd van valsheid in geschrifte. Wat was het geval?

De ambtenaar van de burgelijke stand te Emmen, bij wie het overlijden van Lucas door de familie onmiddellijk was aangegeven, had de dokter op 30 januari schriftelijk gevraagd de lijkschouwing te verrichten.

Dokter Schönfeld was echter zo overladen met werk dat hij zich pas op 5 februari met dat doel naar het kerkhof op Erica spoedde.

Daar aangekomen bleek hem dat het lijk al begraven was.

Hoe dat kon?

Ene Johan Eenhuis nam een enkele keer de functie waar van de eigenlijke, oude doodgraver en was zich blijkbaar onvoldoende bewust, dat de kist de grond niet in mocht zonder attest. Op zondagavond 4 februari had hij eigenmachtig de kist gesloten en die, geholpen door Freerk Scheper, in het graf neergelaten. De familie wist nergens van.

Schönfeld deed bij zijn komst op het kerkhof op 5 februari niet wat hij had moeten doen, namelijk de burgemeester in kennis stellen van het een en ander.

Dat zou ongetwijfeld hebben geleid tot opgraving van het lijk, dat nog geen 24 uur eer ter aarde was besteld.

Hij ging evenwel in de fout en maakte een verklaring op, dat hij Lucas werkelijk overleden had bevonden; vermoedelijke doodsoorzaak; verdrinking.

Schönfeld had een attest tot begraven op zak en gaf dit aan Eenhuis, die het aan de pastoor overhandigde.

Toen door de aangifte van vader Middendorp deze affaire tot een rechtszaak leidde bleek Schönfeld ter zitting ongelukkig met zijn eigen gedrag. Als enige arts in Emmen had hij het buitengewoon druk, was zijn verweer.

Hij werd overigens vrijgesproken op formele gronden.

Afijn, na verloop van enkele jaren kwamen er niet alleen in Emmen huisartsen bij maar bood de uit Sleen afkomstige huisarts Gerard Jan Lodewijks aan zich als huisarts in Nieuw Amsterdam te vestigen. En zomede kreeg in feite Erica ook haar eigen huisarts.  

De eerste huisarts die zich echt, in 1923, op Erica vestigde was Abraham Jan Dingeman Stukje. Aanvankelijk had ook hij een praktijkadres in Nieuw Amsterdam, maar al gauw liet hij een huis bouwen aan de Verlengde Vaart N.Z. 

Weliswaar kreeg eind jaren dertig van de vorige eeuw het huis met een aanbouw zijn huidige vorm, maar het oorspronkelijk voor dokter Stukje gebouwde huis is nog duidelijk in onderstaande foto te herkennen.

En dan nog even iets over dokter Schönfeld. Karel Diederik Schönfeld werd in 1833 als één van de zeven kinderen van het echtpaar Jan Frederik Schönfeld  en Klaasje Oeges de waard op het eiland Texel geboren. Toen Karel Diederik 3 jaar was verliet het gezin het eiland Texel om ergens op het Groningerland weer dominee te worden. Hier op het Groningerland leerde Karel Diederik zijn vrouw Zwaantien Boelken uit Roswinkel kennen. Zij trouwden in 1859 te Vlagtwedde. In 1861 werd hij dus als eerste gemeentearts benoemd te Emmen. Uit het huwelijk kwamen drie kinderen voort die alle drie in Emmen zijn geboren. En ondanks dat hun vader dus de eerste geneesheer in Emmen was, kon hij niet voorkomen dat in 1883, binnen één maand, twee van zijn kinderen stierven. Zelf overleed dokter Schönfeld, op 66 jarige leeftijd, in 1899. Zijn graf is er nog steeds op de oude begraafplaats in het centrum van Emmen, naast zijn vrouw Zwaantien.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


+ 1 = drie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.