De nalatenschap van Harm Veltrop en Jan Korterik

Geplaatst op 06-08-22 door Gerhard Vedder

Beste lezeres en lezer, denk bij het lezen van dit verhaal vooral aan een trotse en vooral niet chauvinistische Ericaan, die dit verhaal al eens, bijna in zijn geheel, uitsprak tijdens de “livestream” versie van het 2020  FestErica Festival, dat toen vanwege de coronings niet “live” door kon gaan. Gelukkig kan het dit jaar op zaterdag 10 september wel weer. En als ik de tel niet kwijt ben dan betreft het, sinds de eerste in 2014, alweer de 9e FESTERICA op rij. En daarmee horen FestErica en Erica bij elkaar als het “koppie bij ’t schutteltie”. https://www.festerica.nl/over-festerica/

Afijn, nu naar  Harm Veltrop en Jan Korterik.

Het was rond 1860 dat de uit Groningen afkomstige gierigaard en industrieel Willem Albert Scholten een Haagse lobby begon.

Hij wilde, voor eigen gemak en gewin, het tracé van de Verlengde Hoogeveense Vaart veranderen en naar zijn hand zetten. Hij wilde het kanaal door de naar zijn vrouw genoemde nederzetting Klazienaveen laten lopen.

Het verder graven van het kanaal naar het Pruisische achterland, toen nog het koninkrijk Hannover, stagneerde en kwam zelfs tijdelijk tot stilstand. De weduwe van de kanaalgraver Jan Korterik en de kanaalgraver Harm Veltrop wachten af en vestigden zich daar tot waar het kanaal in 1863 al gegraven was; op Erica.

Zij zouden de geschiedenis in gaan als de eerste inwoners en stichters van Erica. En het is niet voor niets dat onze kanaalgravers in het logo van FestErica prijken.

Hiernaast zien we, op een uitsnede uit een schilderij, de gierigaard WA Scholten op een van zijn “lobby reizen” weigert 10 cent te betalen voor de overtocht van het net dichtgevroren IJ achter het treinstation Amsterdam CS. Even later zal hij door het dunne ijs zakken en moet hij met een nat pak alsnog 10 cent betalen om aan de overkant te komen. (Echt gebeurd)      

Harm en de weduwe Korterik, en nog enkele anderen, zaten echter niet stil en toen ze na een paar jaar weer aan de “schuppe” konden, renden er op het Ericase Geitenveld al heel wat kinderen rond. Jonge Ericaantjes die het allemaal goed met elkaar konden vinden.

Totdat ze op enig moment naar school moesten. Dan scheidden zich hun wegen want de dominee en de pastoor bepaalden dat de ene naar de Openbare School ging en de andere naar de Roomse School en weer een andere naar de School met de Bijbel. Maar ook dat hebben we in de loop der jaren opgelost, want op Erica doen we de dingen, nu al weer vele jaren, samen.

Wel had die WA Scholten het met zijn “Haagse lobby” voor elkaar gekregen dat het kanaal een knikje naar links ging maken (de Kanaallinie) en zo door Klazienaveen zijn weg naar de grens met Duitsland  vervolgde met als bijkomstigheid dat dientengevolge de juist gebouwde r.k. kerk van Zwartemeer op de verkeerde plaats stond omdat het dorp Zwartemeer zich “voor” aan het kanaal ontwikkelde. Maar goed, de kerk staat er nog en de theetuin “d’ Aole Pastorie” is een gezellige pleisterplaats waar het voor de fietser en de wandelaar goed toeven is.

Erica een uniek dorp

Voordat ik nu verder ga met die kanaalgravers en hun Erica.

Als trotse Ericaan citeer ik maar wat graag de laatste zin uit het boek “Op Erica, 1863 – 2013: “Erica, een dorp omringt door een weids landschap met vruchtbare akkers met de buurdorpen aan de horizon. Een dorp om trots op te zijn. Een dorp waar het goed toeven is.”

En dat niet alleen omdat we lijn 44 hebben, maar ook omdat we van al het andere minstens 2 hebben.

Okay, okay maar één supermarkt maar nog steeds, zoals al genoemd, nog steeds 3 basisscholen meerdere snackbars, kapsalons en bijna 5000 inwoners.

En op die 3 basisscholen leren de kinderen allemaal nog dat de Hondsrug loopt van de stad Groningen naar het dorp Emmen. Maar dat Groningen met zijn “Hoogstraatje” slechts op 8 meter boven Amsterdams Peil ligt en dat de Grote kerk in Emmen, net als de Katholieke Kerk op Erica, allebei op 20 meter boven NAP liggen. Nee, dat leren ze nog steeds niet.

Wel krijgen ze op enig moment allemaal het verhaal over de veenlijken te horen. Met als voorbeeld het meisje van Yde.

En dan denk ik, waarom niet naast het verhaal over het “festival op een meisjesnaam” (zoals de livestreamversie van FestErica in 2020 werd genoemd) ook niet het verhaal over “de Man van Erica”.

“De Man van Erica”

Ons allereigenste Ericase Veenlijk!

Het stond allemaal in de Emmer Courant van 21 mei 1921 en anders vraag het maar aan de veenarbeider Bijlsma die eigenlijk Bergsma heette. Hij was het, die tijdens “den arbeid in het zesde blok in het zwarte veen, op ongeveer 25 cm diepte, met zijn schop op de nagenoeg gave en eeuwenoude overblijfselen van een mensch van het manlijk geslacht stootte”.

Helaas ging er daarna van alles fout met “de man van Erica”, want ook toen bestond er al zoiets als “ramptoerisme, gecombineerd met de zucht naar souvenir jagerij”. Toen vanwege de ambtelijke stroperigheid, die van alle tijden is, pas na een week de archeologen van het Drents Museum ter plekke  kwamen was van de “Man van Erica” waardoor uiteindelijk alleen maar een arm van deze noeste voorouder in het depot van het Drents Museum in Assen terecht kwam en daar nog steeds wacht op hereniging met de rest van zijn lijf en leden.

Overigens; “de man van Erica” werd gevonden in het land, zo’n 200 meter achter de “H. J. Kniggehoeve” aan de Ensingwijk.

Gebouwen met de status van Rijksmonument op Erica

Goed, van “de Man van Erica” maken we een sprongetje naar “De Gebouwen met de status van Rijksmonument” op Erica en omstreken:

  • Het Kerkdorp Emmen telt er nog steeds 7
  • Klazienaveen jammer genoeg maar 1
  • Nieuw Amsterdam waarachtig 4
  • En Erica maar liefst 8, juist ja 8.

Tja, ik kan er ook niets aan doen en als u mij niet gelooft dan gewoon even googelen op

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumentenregister?f%5B0%5D=field_gemeente%3A1222&f%5B1%5D=field_plaats%3A1225

De eerlijkheid gebiedt dat de meeste van deze 8 Ericase Rijksmonumenten in het Amsterdamscheveld (voorheen De Peel) staan en dat we die te danken hebben aan de Brabantse familie Van der Griendt en hun ondernemende activiteiten in het Amsterdamscheveld. Maar ook het Tegeltjespand, molen de Heidebloem en de R.K. kerk staan op de lijst van Rijksmonumenten.

We maken weer een sprong en nu komen we al wat dichter bij FestErica.

De zestiger jaren van de vorige eeuw. Het was de tijd waarin ik begon te ruiken aan het Ericase en Zuidoost Drentse uitgaansleven. Zo was er de Boogie Bar in Barger Oosterveld en als je serieuze verkering kreeg ging je met z’n 2-en naar het Stuupke in Coevorden. Maar er was ook Zaal Kortwijk bij de Ericasebrug voor de meesten beter bekend als The Spot.

Ik was erbij toen daar op enig moment bij Kortwijk ZZ & De Maskers optraden.

De band ontstond eind 1962 rondom de zanger Bob Bouber, de artiestennaam van Boris Blom.

Bouber, alias ZZ, had een begeleidingsband nodig en bedacht het concept ZZ & De Maskers. Alle bandleden droegen een Zorro masker. Een soort mondmasker maar dan voor je ogen.

Voor de al wat rijpere luisteraars en kijkers: De band brak door met nummers als, “Ik heb genoeg van jou”, “Trek het je niet aan” en “Dracula”: https://www.youtube.com/watch?v=Qu1G2kfdy6A&list=RDQu1G2kfdy6A&start_radio=1

Nu doen we er lacherig om en vraag ik mij af waarom ik ook zo onder de indruk van die Bob Bouber en z’n bandje was. Want we hadden toen toch ook onze eigen Black Lake.

Black Lake; opgericht in Zwartemeer.

De eerste bezetting bestond uit Henny de Munnnik (drums), Gerrit de Hoop (gitaar), Henk Linneman (gitaar), Hammy Hemme (gitaar) en Siebe Pol (gitaar). Hun eerste optreden hadden de mannen in oktober 1962. Georganiseerd door Berend Gustin de eigenaar van Café Gustin in Barger Compascuum. Ze zouden, weliswaar met regelmatige veranderingen en vernieuwingen in de samenstelling, lang onder ons blijven.

Met name met de komst van Koos Bloemsma kreeg de band een andere “sound” https://www.youtube.com/watch?v=8bnqTrHzzNk

Maar we kunnen, denk ik, met een gerust geweten stellen dat de mannen van het eerste uur ook allemaal afstammelingen van kanaalgravers waren.

En daarmee komen we nu wel heel dicht in de buurt van de jongelui van FestErica.

Want met ZZ en de Maskers en natuurlijk ook de regionale band Black Lake was op Erica het muzikale vuur gaan branden en sindsdien heeft het, volgens mij, aan muzikaal talent op Erica nooit meer ontbroken.

Dat het genre in de loop van de jaren enigszins is aangepast en meegegroeid hoef je niet alleen aan die Ouwe Mannen van Black Lake te vragen. Dat kan ook de hedendaagse Ericase jeugd spontaan en met de ogen en oren dicht bevestigen.

En dat is goed zo. Laten we er blij mee en om zijn.

Op Erica hebben we van alles minstens 2

Ja, nog even terug naar die bewering aan het begin van dit verhaal. We zijn ons er misschien niet altijd even bewust van maar “op Erica hebben we van alles minstens 2”. (behalve dan de supermarkt).

Te beginnen met muziek evenementen. Oké we hadden Pitfest, het punkrock, hardrock en metal festival op de Golfbaan Erica Zuid dat nu naar Emmen verhuist. En op de laatste zondagmiddag van augustus hadden we altijd “Folk op Erica” in het kuiltheater achter de r.k. kerk. Ook een gezellig festival dat dit jaar door omstandigheden (eenmalig) niet door gaat. Maar ook hiervan hebben we dus ook minstens twee.

Ik noemde hem al; De Golfbaan Erica Zuid. Ik noem ze voor het gemak maar “Erica Noord” en “Erica Zuid”. Klinkt beter als Parc Sandur, Golf Zuid Drenthe of Greenmeets terwijl iedere golfer gelijk weet waar ik het over heb. Erica een dorp met 2 golfbanen.

Dan nog een paar voorbeelden in het kader van op Erica hebben we van alles minstens 2”. We hebben op Erica in ’t Schienvat maar liefst 2 Biljartverenigingen die samen 3 biljarttafels hebben. Ondanks op gezette tijden verwoede fusie pogingen hebben we op Erica ook nog steeds 2 Voetbalverenigingen. Mooi toch?

De slogan

Tja en dan nog eentje die een beetje gevoeliger ligt. Vele, vele jaren geleden was het in om je als provincie, stad of dorp op de kaart te zetten met een slogan. Jawel, zo’n kreet als “Er gaat niet boven Groningen” of “Natuurlijk Zwartemeer”.

Afijn, onze dorpsraad had bedacht dat ook wij, net als ieder ander zich zelf respecterend dorp, een slogan moesten hebben. Een slogan die al het goede over Erica in een paar woorden zou samen vatten. Een slogan die het goed zou doen als welkomstgroet onder de in alle windrichtingen geplaatste plaatsnaamborden.

En ook ik deed, met mijn slogan, een gooi naar de door Harry Roosken voor de winnaar beschikbaar gestelde prachtige Gazellefiets.

Ook toen wist ik het al; op Erica hebben we van alles minstens 2.  

Helaas, mijn slogan kwam niet voorbij aan de ook toen al meedogenloos strenge regels van onze Dorpsraad. En toch blijf ik er bij:

Erica, een dorp om trots op te zijn. Een dorp waar het goed toeven is.”

Laten we daarom allemaal zuinig zijn op en genieten van deze erfenis van Harm en Jan en niet te vergeten “vrouw Korterik“ en haar 2 noeste kanaalgravers. Dat ze nog maar lang, samen met de kanaalgravers van vandaag, een lichtend voorbeeld mogen zijn.

Dan nog wat Trivia (nutteloze kennis of alledaagse feiten) als Bonus Materiaal

Tenslotte, speciaal voor de huidige generatie Kanaalgravers, alias de FestErica Crew, wat aanvullende en misschien ook wel nuttige feiten

Het beeld “De Kanaalgravers” bij de Ericasebrug

Als eerbetoon aan de vele kanaalgravers die eens in Erica woonden, heeft Willem Kind (Rotterdam, 1947) een beeld vervaardigd dat de herinnering levend houdt aan het zware werk dat het aanleggen van kanalen met zich meebracht. Twee gestileerde kanaalgravers symboliseren de vroegere saamhorigheid.

De twee gravers in het beeld werken elkaar echter tegen. De een schept de aarde van beneden naar boven om het kanaal uit te graven. De ander schept de aarde juist weer naar beneden; hij dempt het kanaal. De kunstenaar heeft dat, volgens hemzelf, bewust gedaan want op deze manier worden ontstaan en ondergang van het kanaal in beeld gebracht.

Het kunstwerk, vervaardigd van roestvaststaal, is gemaakt in het kader van de herinrichting van de Gronings-Drentse veenkoloniën en mogelijk gemaakt als een uitvloeisel van de zogenaamde “percentageregeling voor beeldende kunst van het Rijksvastgoedbedrijf”. Voor de decoratieve aankleding van belangrijke, representatieve gebouwen werd vanaf 1951 1,5 % van de nieuwbouwsom gereserveerd. In de loop van de jaren werd deze regeling aangepast en uitgebreid indien de bouwkosten groter zijn dan € 1.000.000,-. Gemeenten en provincies kennen vaak vergelijkbare regelingen ter bevordering van de kunst in of in het openbare gebied bij hun gebouwen

Zo kwam het dat bij het 125-jarig bestaan van Erica in 1988, het beeld officieel is overgedragen aan het dorp door de toenmalige burgemeester van Emmen, Hans Ouwerkerk.

Project Herinrichting Veenkoloniën

Op 23 november 1977 ondertekende onze toenmalige koningen een wet met betrekking tot de herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

Voor haar een van de vele, die zoals gebruikelijk met de volgende aanhef begon: 

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.  Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot de herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën; Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:”

Voor ons veenkolonialen, ook hier in Zuidoost Drenthe en op Erica zou het echter een heel belangrijke worden en veel betekenen.

Men veronderstelde dat de herinrichting positieve effecten zouden hebben op de economische ontwikkeling, zoals werkgelegenheid en recreatie.

Wegen werden verbeterd, openbaar vervoer bevorderd.

De waterbeheersing werd verbeterd door onder meer het opschonen van vele wijken.

Voor de agrarische sector was er herverkaveling, verbetering van de agrarische structuur, het bodemgebruik.

De winderosie, waaronder het veenkoloniale gebied tijdens droge winters en voorjaar onder te lijden had, werd aangepakt.

Boerderijen werden verbeterd of werden verplaatst, toegangswegen en erven werden verhard.

Andere vormen van landbouw, zoals bosbouw en tuinbouw, en ook de alternatieve landbouw, werden bevorderd.

Landschappelijk waren er ook grote werken.

Natuurgebieden werden veiliggesteld en ontwikkeld, evenals cultuurhistorische elementen. Openluchtrecreatie werd door allerlei maatregelen ondersteund.

Bij verbetering van de woonomgeving hoorden maatregelen voor dorps- en stadsvernieuwing.

De leefbaarheid van de kleine kernen werd bevorderd door onder meer het dorpshuizen of een busverbindingen. Men probeerde de werkloosheid te verminderen door maatregelen die banen opleverden. Ten slotte had ook de behandeling van afvalwater een hoge prioriteit.

Het gehele project had een geplande looptijd van 35 jaar en was financieel het grootste infrastructurele project dat tot nu toe ooit in de Groningse en Drentse veenkoloniën plaatsvond. In 2012 waren de meeste klussen klaar en in 2017 werd het project officieel afgesloten. De herinrichting van de Veenkoloniën was een inhaalslag geweest om het deels verpauperde gebied weer op de rails te krijgen. Het vergde een investering van ruim 2 miljard euro.

Met dat geld werd onder andere 150 kilometer nieuwe wegen aangelegd en zijn er vele woningen opgeknapt. Verder is op veel plekken riolering aangelegd en zijn er 120 kunstobjecten geplaatst bij viaducten, duikers, pompgemalen, stuwen en andere infrastructuur. Ook werd toen al een aanvang gemaakt met de ontwikkeling van het door Staatsbosbeheer beheerde Natuurreservaat Bargerveen. Een prachtig natuur en recreatiegebied in onze achtertuin. 

Het Bargerveen nu. En zo zag het er een paarhonderd jaar geleden ook uit in het stroomdal van de Bargerbeek, daar waar nu ons Erica ligt.

2 reacties op “De nalatenschap van Harm Veltrop en Jan Korterik”

  1. Beukers schreef:

    De foto van Griendtsveen is niet de juiste foto dit was de Groffabriek deze is afgebroken.

  2. Philip Lohues schreef:

    Willem Albert Scholte heeft niets te maken met de knik naar het noord-oosten van het kanaal. Scholte was nog niet eens eigenaar van de gronden waar later Klazienaveen op zou verrijzen.
    In het boek “geschiedenis van emmen en zuidoost drenthe” (ISBN: 90 6009 876-5) word op bladzijde 100 en 101 uitleg gegeven over het kanaal en de knik er in.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


2 + = zes

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.