De evangelist Jonker vestigt zich op Erica

Geplaatst op 23-04-15 door Gerhard Vedder

Kerkweg 74-2Aanvankelijk kwam de evangelist Jonker enkele keren voor een kort verblijf op Erica. Dit alles in het kader van de drankbestrijding in de Drentse Venen.

Maar ik schreef het reeds; de mensen op Erica lieten hem niet onverschillig en al spoedig kwam hij tot het besluit “om mij onder deze menschen metterwoon te vestigen”

En op 11 april 1885, 22 jaar na de stichting van ons dorp, was het dan zover.

In zijn boekje “Het Morgenrood in de Drenthsche Venen” schrijft hij:

De trein had mij en mijn gezin de 10en April te Beilen gebracht, vanwaar het per rijtuig naar Emmen ging. Daar werd overnacht en den volgenden morgen ging het per kleedwagen over Noordbarge naar Erica, tot ongeveer 5 minuten voorbij de Roomsche kerk.

Het eigenlijke Erica, waarvan de Roomsche kerk het middenpunt uitmaakt, ligt ongeveer tien minuten ten Noorden van de Verlengde Hoogeveensche vaart. Er staan enkele woningen en boerderijtjes. Er zijn een paar winkels. De kerk, in 1854 gebouwd, ligt lief in het groen verscholen.

Eerste R.K. KerkDe oorspronkelijke bewoners kwamen meest van het overwegend Roomsch-Katholieke Slagharen, in Overijssel: zij hadden het er op gezet deze nederzetting Nieuw-Slagharen te noemen; men had in die buurt immers een Nieuw-Amsterdam, een Nieuw-Dordrecht, een Nieuw-Schoonebeek? Maar de toenmalige burgemeester van Emmen, de heer Tymes, die zoo trouw de belangen zijner gemeente behartigde en inderdaad een burgervader was, wilde van geen Nieuw-Slagharen weten en plaatste op een goeden dag op den hoofdweg van het gehucht midden op de hei een bord, warop geschilderd stond “Erica”, en sinds is het Erica gebleven ook.

De hoop, dat Erica eenmaal worden zou wat Nieuw-Amsterdam geworden is, is niet vervuld. Daartoe lag het te veel op een hoogen ondankbaren zandgrond (de Hondsrug) en te ver van de vaart. Was het bijv. aangelegd, daar waar nu de Verlengde Hoogeveensche Vaart in het zoogenaamde van Echtenskanaal valt, of aan de Ericasche brug, dan had het wellicht een betere toekomst gehad. Maar nu? Nu zal Erica wel blijven zoals het is, evenals Nieuw Dordrecht.

Mijn woning stond tusschen de kerk en de vaart. ’t Was een betrekkelijk goed huis en bevatte een voor- en achter-kamer (de laatste met steenen vloer) en achterhuis of keuken, een deel en een bouwvallige schuur. De ramen waren niet in kozijnen vervat: één kast was in het geheele huis. In den winter stoof de sneeuw over den zolder en moest meer dan eens met de schop verwijderd worden. Er behoorden vier bunders grond bij de woning. Het 100 M. breede gedeelte aan den weg was schrale zandgrond, waar in een drogen zomer maar weinig wilde groeien. Het achtergedeelte was veengrond, waar slechts vier á vijf klem veen zat[1]. Er stond op het heele terrein geen enkel boompje.

De ontvangst te Erica was hartelijk. Toen ik met de mijnen uit den wagen stapte, werd door Poelman, de onderbaas van Nieuw Haarlem[2], een paar schoten uit een oud pistool gelost, als een welkomstgroet. Plankje met spreukOnder eenvoudige, maar welgemeende bewoordingen werd ik met mijn gezin ontvangen. De woning was met dennengroen en gekleurd papier versierd. Diezelfde woning zou getuige worden van blijdschap, maar ook van zieleleed en worsteling. Maar er zou ook ondervonden worden de waarheid van het woord: “Uw Vader weet wat gij van noode hebt”, van noode hebt in elk opzicht, van noode hebt voor uw dagelijks leven, van noode hebt tot loutering, tot versterking. Dit woord, een eenvoudige, maar keurig uitgevoerde wandtekst, heeft altijd in huis- of slaapkamer gehangen. Als deze tekst kon spreken, zou hij veel, zeer veel kunnen vertellen.

De woning was spoedig in orde gebracht. De menschen vonden de inrichting in één woord prachtig. Er lag zelfs in de woonkamer een mooie deken op den grond, zooals kinderen die door de ramen getuurd hadden, vertelden toen zij het karpet hadden zien liggen.

Ook de deel van de woning, een leemen vloer, werd in orde gebracht om dienst te doen voor “lokaal”. Er werden nieuwe “krooiplanken” (dikke planken, die in de veenderijen gebruikt werden, om met den kruiwagen over te rijden) in het houtstek gekocht; van dito planken werden pooten gemaakt, en op deze ongeschaafde banken zonder leuningen zaten de menschen even gemakkelijk als zij die in de kerk in de stad in goede banken of op stoelen met kussens zitten. Ongeveer 100 personen konden op de deel een zitplaats vinden.

De heer Keep, de “bovenmeester”, bespeelde geregeld het orgel ter begeleiding van den zang.

De deel was spoedig te klein en weldra had er een radicale verbouwing en vergrooting plaats en kwam er nu – dank zij o.a. een milde bijdrage van de firma Scholten te Groningen – iets tot stand, dat toch wat meer op een lokaal geleek. De vergrooting was noodig omdat de belangstelling bleef aanhouden. Dit lokaal was een heele verbetering al was het zeer primitief. De groffe schaaf was gebruikt, de verf had veel weg van waterverf, een vloer lag er niet in; de vaste banken met lezenaar en leuning stonden in het witte mulle zand; maar het bevatte ruimte voor een 250 personen. Soms, in den zomer, moesten de menschen buiten staan, en onder hen waren er die 2½ uur ver woonden. Enkele boertjes achter uit het Amsterdamsche of Schoonebeeker Veld kwamen met paard en wagen. Hier denk ik aan het vriendelijke gezin van Lukassen uit het Schoonbeeker Veld, wiens boerderij deed denken aan een op de Luneburgerheide: de schouw (schoorsteen) midden in het vertrek, aan de eene zijde de koeien en ander vee, aan de andere zijde de bedsteden; de kippen, soms ook een keutje[3], liepen door het vertrek. Tusschen houten spanten waren de muren opgetrokken, met leem bepleisterd (vakbouw). Een en ander heeft iets teekenachtigs. Wat waren die Lukassen toch goede menschen. Hoe gaarne zou ik ze nog eens ontmoeten! Maar vader en moeder zijn misschien niet meer. En de lieve kinderen?

N. H. Kerk 1899Dat oude “lokaal”, waarin ’s Zondags tweemaal werd gesproken, Zondagsschool en naaischool gehouden, Jongelings-, Jongedochters- en Zangvereeeniging, en ’s Zaterdagsavonds bidstond – het is niet meer; het is herbouwd tot een paar woonhuizen, omdat er nu aan de vaart een doelmatig en heel net gebouw is verrezen met een woning voor den evangelist. Een toren[4] siert het gebouw; vóór den aanvang der diensten wordt de klok geluid, en elken dag om 8, 12 en 4 uur. Dit gebouw heeft 400 zitplaatsen en allen zijn ‘s  Zondags bezet. Verschillende voorgangers hebben er de blijde boodschap gebracht. Nu doet de heer Woltman het.

____________________________________________________________

[1] Een “klem” veen is een laag turven, hetgeen neerkwam op een laag van 17 cm dik.

[2] Veenderij aan de Pannekoekendijk, daar waar nu de boerderij met de naam “Nieuw Haarlem” staat.

[3] Oud Nederlands voor big of jong varken.

[4] De eerste N. H. kerk of evangelisatiegebouw stamt uit 1899. De kerk die Jonker beschrijft is de kerk na de grondige verbouwing in 1921, toen ook de klokkentoren werd aangebouwd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


+ zeven = 14

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.