1933, Erica viert haar 70ste verjaardag

Geplaatst op 28-03-18 door Gerhard Vedder

Bij het 70-jarig bestaan van Erica verscheen er in  de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 29 juli 1933 een uitvoerig artikel over de geschiedenis van Erica tot dan toe. En het was ons HKE lid Gerard Kolker die terecht vond dat het een lezenswaardig verhaal is dat 85 jaar later wel weer eens gedeeld mag worden

Wild en woest en ledig

Was het ruwe veen

Slechts de heide vlocht er

Kransen overeen …..

Erica viert dit jaar (1933) haar zeventig-jarig bestaan. Een menschenleeftijd is voor een dorp nog niet zo heel veel, doch de ingezetenen hebben desalniettemin gemeend dit feit niet onopgemerkt te moeten laten voorbij gaan. Het plan is dan ook gerezen om dit jaar een herdenkingsfeest te houden, waarvoor zich een commissie heeft gevormd, bestaande uit de heren C. J. v. d. Capelle, J. Beuker, R. de Jong, A. C. van Heesewijk, Lucas Prins, P. Middendorp, Joh. De Haas, D. Kamps en H. Stoker.

Met het oog op een en ander hebben we eens in de geschiedenis van Erica geneusd, waarvan we hier de markantste punten laten volgen.

Het ontstaan van Erica.

Erica, thans een florissant dorp, waar naast vele winkels en bakkerijen, flinke burgerwoningen staan, was in het jaar 1863 één grote vlakte, waarop heide groeide en men de veenboekweit verbouwde. De boeren Zuid-Barge lieten de koeien er weiden en brachten de beienstallen in den bloeitijd van de heide er heen. De plek lag n.l. aan de veldweg van Zuid-Barge. Nadat de vervening te Nieuw Amsterdam ongeveer tien jaar had plaats gevonden, schoof die vanzelf op naar de plaats waar nu Erica ligt en al spoedig kwamen zich verschillende arbeiders vestigen op de nieuwe plaats. Dit waren voornamelijk menschen uit plaatsen waar het veen reeds vergraven was en waar dientengevolge dus   weinig werk meer voor hen was te vinden in het veenbedrijf. Uit Slagharen, Smilde en de Friesche venen zakten de arbeiders naar deze streken af. Er was in het Zuid-Oosten van Drenthe een nieuw en groot arbeidsveld te vinden. Aan het dialect der bevolking en aan den volksaard kan men thans nog merken dat de menschen oorspronkelijk van alle kanten hier heen kwamen. In het jaar 1863 vestigden de eerste menschen uit Slagharen zich in de buurt van Pannekoekendijk. De toenmalige bevolking wilde aan de plaats den naam Nieuw-Slagharen geven, dat in navolging van Nieuw-Amsterdam en Nieuw-Dordrecht, doch de heeren die er over te zeggen hadden wisten een betere naam, n.l. Erica, ontleend aan de latijnsche benaming voor de dopheide (Erica tetralix) die daar in groote verscheidenheid groeide. Langzamerhand werd het kanaal, de Verlengde Hoogeveensche Vaart, doorgetrokken en vele arbeiderskeeten verrezen aan beide kanten langs dezen waterweg. Eenigen sluizen worden gebouwd in het kanaal, n.l. de Heemskerksluis en de Kalffsluis, genaamd naar de heeren Mr. J. Heemskerk A. zn. en Jan Kalff te Amsterdam, de heeren aan wie concessie was verleend tot verbetering der Hoogeveensche Vaart.

Als een bijzonderheid kunnen wij nog vermelden dat de arbeiders de zoogenaamde Heemskerkje veel gebruikten; dit was een fleschje waarin een paar deciliter jenever ging. Deze Heemkerkjes vonden in die dagen flinke aftrek.

Door een der grootste verveners, den heer A. van der Sluis uit Appelscha, die zich later ging vestigen op deze plaats, werden groote complexen veen aangekocht, waarmede begonnen werd te vergraven.

De heer van der Sluis woont momenteel nog te Erica, in het centrum van het dorp, aan het kruispunt der wegen van Klazienaveen naar Nieuw Amsterdam en van Zuid-Barge naar Amsterdamscheveld. In den loop der tijden vestigden zich er winkeliers en andere neringdoenden, zoodat er een uitgestrekt streekdorp ontstond.

Kerken.

De R.K. Kerk werd reeds spoedig na het ontstaan van Erica gebouwd en wel in het jaar 1866. Het oorspronkelijke R.K. Kerkgebouw bestaat thans niet meer. Juist dit jaar moest de oude kerk worden afgebroken om plaats te maken voor een groot, nieuw kerkgebouw, waaraan thans druk wordt gewerkt omdat zoo spoedig mogelijk klaar te krijgen, daar thans de godsdienstoefeningen moeten worden gehouden in een houten noodkerk. Vermoedelijk zal de nieuwe kerk einde 1933 voltooid zijn. De R.K. Kerk werd gebouwd in het z.g.n. oud-Erica.

Een Ned. Herv. Kerk werd pas later gesticht. Aan het kanaal werd een eenvoudig gebouw geplaatst, waarin nu nog geregeld godsdienstoefeningen worden gehouden.

Een Geref. Kerk bezit Erica niet en de gereformeerde bewoners gaan naar Nieuw Amsterdam ter kerke.

Steenfabriek.

Door den voortdurende aanwas der bevolking, met het gevolg dat er vele huizen moesten worden gebouwd, waarvoor natuurlijk steenen noodig waren, werd er een steenfabriek opgericht in het “oud-Erica”, in de buurt der R.K. Kerk, van den heer Houkes. Deze steenfabriek bestaat nu al lang niet meer, daar er later  geen voldoende afname van stenen meer was. Er bestaan echter nog eenige huizen te Erica welke zijn gebouwd met de Ericasche steen, een soort zandsteen.

Het onderwijs.

Zooals opgemerkt nam de bevolking steeds toe. De ouders moesten hun kinderen naar de school, staande aan de schooldijk te Nieuw-Amsterdam, sturen. Begrijpelijkerwijze kwam daar practisch heel weinig van terecht, want de school stond op een afstand van ongeveer zes kilometer van de plaats. Er werd maar heel weinig gebruik van gemaakt. De ouders konden hun kinderen reeds vroeg gebruiken om mee te helpen in het veenbedrijf en zoo lang de kinderen nog te jong waren om mee te werken was de afstand naar de school te ver. In Erica kwam later een school en wel op de plaats waar thans het kerkhof ligt. Het was een tweeklassige school met twee leerkrachten. De leerlingen werden allen ondergebracht in één groot lokaal. Later kwam de thans bestaande openbare lagere school met vier lokalen, hoofd de heer T. Pol. Deze school werd later uitgebreid tot zes lokalen. De oude school werd niet direct opgedoekt, doch nog een tijdlang als hulpschool gebruikt.

In 1906 werd er nog een tweede openbare school, hoofd de heer J. Schonewille, bijgebouwd, zoodat  het hulplokaal buiten dienst kon worden gesteld.

De algemeene begraafplaats werd in dat jaar door de gemeente ingericht en in gebruik genomen. Tot dien tijd moest men de overledenen begraven te Nieuw-Amsterdam.

Door den voortdurende aanwas der bevolking werden de bestaande twee scholen overbevolkt en de gemeenteraad besloot er nog een openbare lagere school, hoofd de heer A. C. van Heeswijk, bij te bouwen. Een bijzondere lagere school, hoofd heer E. Algra, volgde en in 1826 werd een groote R. K. School, de St. Gerardus school, hoofd de heer H.J.M.L. ter Hofstede, gebouwd, zoodat Erica thans drie openbare lagere scholen, één bijzondere lagere school en één R.K. School bezit.

Tram en wegen.

Zooals  vanzelf spreekt waren er in het begin niets dan zandwegen en men was voor het vervoer aangewezen op de trekschuit. De oude Willem Westra had een veerhuis met vergunning, waar thans het café Beuker staat en deze zorgde er voor dat de menschen van Erica heel genoegelijk in de trekschuit des Maandags naar de markt te Coevorden konden gaan en des Donderdags naar Hoogeveen. Het ging wel een beetje langzaam, doch men kwam veilig op de plaats van bestemming.

Opmerkelijk is dat de zoons van den ouden heer Westra nog altijd als beurtschippers zorgen voor het vrachtvervoer door de Hoogeveensche Vaart.

Een opmerkelijke verbetering in de communicatie met den omtrek brachten de verharde wegen en de Dedemvaartsche Stoomtram Maatschappij van Nieuw- Amsterdam naar Erica op 22 Februari 1902 en van Erica naar Klazienaveen op 14 juni 1904.

De verharde straatweg van Nieuw-Amsterdam over Erica naar Emmen kwam reeds eenige tijd eerder tot stand en wel in 1898, terwijl de weg naar Klazienaveen in 1909 gereed was. Later werd een verharde weg aangelegd naar het Griendtsveen, genaamd de Horchstraat. Men heeft thans in het centrum van de plaats een kruispunt van verharde wegen.

De autobusdienst van den heer K. de Boer, de dienst Ter Apel-Coevorden, loopt door Erica en heeft heel wat personenvervoer van de D. S. M. overgenomen.

Volkshuisvesting.

Bij het ontstaan van Erica zag men weinig anders dan keten langs het kanaal en als men thans ziet dat de eene nette burgerwoning na de andere verschijnt is er wel een groot verschil op te merken in de zeventig jaren.

Bijna alle keten zijn in den loop van den tijd opgeruimd. Slechts een enkele treft men er nog aan, maar meer achteraf gelegen in het veen. Ook deze zullen zoo langzamerhand verdwijnen daar de gemeente Emmen zooveel mogelijk nieuwe arbeiderswoningen gaat bouwen, ingevolge de krot- en keetopruiming. Dit jaar zullen er bijv. vijf woningen worden gebouwd. In de oorlogsjaren werd door de gemeente een groot terrein, ter grootte van ongeveer 11 H.A. van het Waterschap aangekocht en waarop 46 woningen worden gebouwd. Bij iedere woning is ½ H.A. goede bouwgrond, zoodat de bewoners hun eigen groenten kunnen verbouwen. Deze woningbouw is wel intrek, want de woningen zijn altijd bezet. Er is in Erica nog steeds vraag naar woningen. De uitbreiding van het dorp gaat ook nu nog gestadig vooruit. In het jaar 1932 b.v. werden niet minder dan zeventien nieuwe woningen gebouwd.

Verlichting.

De verlichting van het dorp was in het begin erg primitief. Eenige petroleum-lampen, waarvoor men ieder jaar een bijdrage gaf, dus een particuliere straatverlichting, zorgden in de wintermaanden er voor dat de bewoners ook des avonds veilig hun woning konden bereiken. Later gaf de gemeente een subsidie van f 6,- per lantaarn. Door een combinatie, bestaande uit de heeren A. Veldkamp, Popping en Schuurman werd tijdens de mobilisatie een electrische centrale opgericht, zoodat men ook in Erica kon genieten van het electrisch licht. Eenige jaren geleden, nadat de kabel van de  maatschappij Laagspanningsnetten te Groningen was doorgetrokken, nam de Gemeente het net der particuliere centrale van den heer A. Veldkamp over. In den beginne werd de meening uitgesproken dat dit gedeelte van het electrisch bedrijf een strop zou worden, doch nu na eenige jaren blijkt wel, dat Erica een der beste netten heeft wat betreft de financiële uitkomsten. De vastrechttarieven waren eerst te hoog, doch nu zijn ze aanmerkelijk verlaagd.

Haven.

Door medewerking der bevolking kwam Erica in het bezit van haven. Deze haven is in werkverschaffing aangelegd en voldoet niet geheel aan de verwachtingen, die men heeft gekoesterd, daar de haven onpractisch is aangelegd en niet geschikt is voor los- en laadplaats. Door de inwoners is voor den aanleg van dezen haven f.700,- bijeen gebracht maar als men geweten had dat de uitvoering op een manier zou geschieden zooals is gebeurd dan zou men zich wel eerst hebben bedacht om dit geld er in te steken. Men zou dan zeker niet zoo spontaan hebben meegewerkt.

Het verenigingsleven.

De bevolking van Erica bestaat hoofdzakelijk uit arbeiders en landbouwers, terwijl ook veel aan tuinbouw en pluimveeteelt wordt gedaan, ofschoon de laatst genoemde bedrijfstak wel iets vermindert, daar het bedrijf niet meer rendabel is.

Het verenigingsleven mag zich in een grooten bloei verheugen. Een vereniging “Plaatselijk Belang” bestaat reeds jaren en heeft zeer veel gedaan in het belang van Erica. In het jaar 1910 werd een Boerenleenbank opgericht. Deze bank is een zegen geweest en is dit nog voor de plaats, daar vele menschen door deze inrichting uit financiële moeilijkheden zijn geholpen. De landbouwvereniging werd eenige jaren later in het leven geroepen.

Op philantropisch gebied treft me de volgende verenigingen aan: Groene Kruis, Begrafenisvereniging “De Laatste Eer”, Consultatiebureau, gehouden door de plaatselijke arts A. J. D. Stukje, Commissie voor Hygiëne van Moeder en Kind, R. K. Ziekenfonds, Vereniging Ziekenhuisverpleging en een afdeling der Centrale Vereniging  Ziekenzorg.

Op land- en tuinbouw gebied: Een Veefonds, R.K. kleinveeverzekering, afdeling A.B.T.B. Tuinbouwvereniging, Geitenfokvereniging, Afdeling der Oostelijke Pluimvee Coöperatie (O.P.C.)

Verder zijn er R. K., Chr. Een moderne Arbeidersorganisaties, twee Muziekverenigingen, Zangverenigingen, Voetbalvereniging, Damclub, R.K. Toneel-vereniging, R. K. Spaarkas en verschillende kerkelijke verenigingen.

Kiesvereniging der S.D.A.P., Anti Rev. Partij en R.K. treft men er aan.

Erica telt vele mooie zaken. In alle branches kan men terecht. Een uitgebreide inrichting voor het maken van cement van den heer Pranger is de eenige  industrie, terwijl het hoofdkantoor van de Turstrooiselfabriek en Veenderijen van den heer A. Veldkamp er is gevestigd. In het nabij gelegen Amsterdamscheveld staan een tweetal turfstrooiselfabrieken van de Griendtsveen Maatschappij, waar heel wat arbeiders werk vinden. Erica heeft een eigen dokter, wijkverpleegster en kraamverzorgster. Er worden een drietal jaarmarkten gehouden en wel in Mei, Juli en September.

Bevolking.

Het totaal inwoners bedroeg op 1 januari 1933 2787, verdeeld in 1424 mannelijke en 1368 vrouwelijke, verdeeld in de volgende godsdienstige gezindheden:  1302 Ned. Herv. 2 Remonstranten, 8 H.A.Z.G. i.d. E. v.A., 818 Gereformeerden, 64 Christelijk Gereformeerden, 949 Roomsch Katholieken, 2 Baptisten en 132 tot geene der genoemde gezindten behorende.

De loop van de bevolking was in de laatste jaren als volgt: 1921-2738; 1922-2867; 1923-2951; 1924-2982; 1925-2990; 1926-2783; 1927-2755; 1828-2655; 1929-2593; 1930-2581; 1931-2602; 1932-2663; 1933-2787.

Het aantal raadsleden der gemeente Emmen woont in Erica, n.l. de heeren H. L. Reuvers, Roomsch Katholiek en J. Wanders, Anti Revolutionair.

Een der eerste bewoners aan het woord.

Van de eerste bewoners van Erica zijn er nog enkele in de plaats woonachtig. Wij troffen aan een oude vrouw, die als kind met haar ouders van Slagharen kwam als één der eerste bewoners. Dit was Geertruida Veltrop, nu gehuwd met H. Berends. Toen wij bij het boerderijtje kwamen zat het oudje met haar kleinkind voor de deur te aardappelen schillen.

Op onze vraag of zij nog iets wist te vertellen over den eersten tijd dat zij te Erica woonde kwam het oudje los. ─ Ja, mijnheer, mijn vader heeft ons vaak verteld over den eersten tijd toen we van Slagharen naar Erica kwamen. De eerste dagen huisde men gewoon tegen een aarden wal aan, doch na eenigen tijd hadden de ouders een keet klaar, eenige hoopen zand met wat plaggen er over, een gat in den wand en de keet was klaar, diende als woning!

Nog vaak hebben wij er later om gelachen als vader vertelde, dar hij later een paard had, dat hij den eersten tijd tegen de wal zette, waar wij de eerste dagen hadden gewoond, doch het paard maakte net zoo lang lawaai tot het er uit gehaald werd, het dier wou zelfs niet staan waar wij eerst hebben moeten wonen!

 

Het oudje kwam toen op haar praatstoel en vervolgde: Zij hebben den naam Erica aan de plaats gegeven omdat het grootste gedeelte van het land het eigendom was van een zekere Rika en daarom noemde men het E-Rika, later Erica. Het was vroeger allemaal heideveld en de boeren uit Barge verbouwden hier boekweit en mijnheer Lokkers zette een bord neer op de plaats met de naam Erica. Ja, wij hebben hier al heel wat meegemaakt, mijnheer en ook veel armoede geleden, vooral in den eersten tijd. Als U dat alles eens wist. (Het oude gerimpelde menschje heeft veel moeten werken in haar leven en nog alle dagen is zij in de weer).

Heel bereidwillig  verklaarde vrouw Berends dat wij wel een portret van haar mochten maken. Even een en ander terecht gestreken, hier een haarlok uit het gezicht weggestreken, daar iets getrokken aan het schort, even rechtop staan en ….. knip, de foto was er.

Uit een Gids van Emmen.

In een in 1932 uitgegeven Gids van de gemeente Emmen lazen we nog het volgende over de plaats Erica, welk artikeltje geschreven is door den heer H.F. Buiskool te Weerdinge.

Evenals Nieuw Dordrecht dankt Erica haar ontstaan aan den Veen-  en boekweitteelt.  De eerste keet was er een van een bewoner uit Slagharen, 1863. Tegen den gevel stond ’n staak, met dwarslat, waarop – in sierlijke (?) letters – Erica –.

’n Wegwijzer in ’t wijde, wijde veld. Hij zag zich gouden bergen voorgespiegeld. Of was Erica dopheide?

Het erfgerucht fluisterde het eerste, de wetenschap bevestigde de tweede veronderstelling. De hut, bekend als de keet van Erica, stond daar zoo eenzaam, aan het z. g. Pannekoekenveen, aan den veldweg van Zuid-Barge. Schuilplaats voor veenhakkers  bij sneeuwbuien. En, bij regen en onweer, voor de boekweitmaaiers. Maar ’t rookte er toch zoo.

Waar nu de R.K. kerk staat kwamen de drie dijken bij elkaar: Pannekoekendijk, Strengdijk, Beekdijk. In die Strengleegte gingen de koeien van Zuid-Barge weiden, die van Noord-Barge , Emmen en Westenesch naar de Runde. Aan de Pannekoekendijk verrees later een steenfabriek (afgebrand). En ’n Franschman bouwde “boven” Erica een lokfabriek. Hij zag zich gouden bergen voorgespiegeld. Uit het vlokkige veen, lok, wilde hij, met zijn procedé, dekens en vilten hoeden fabriceeren. ’t Veen uit Nieuw-Haarlem zou de grondstof leveren. ’t Bleek optimisme van de koude grond. Afgewerkt is de fabriek nooit geworden: klatergoud, schoone schijn.

Door  de turfgraverij langs de Verlengde Hoogeveensche Vaart, de Dedemvaartsche Tram, prachtige straatwegen, die het dorp verbinden met Emmen, Klazienaveen, Schoonebeek en Nieuw-Amsterdam kwam Erica tot volle ontwikkeling. Waar eens de veenarbeider het ruwe veen bewerkte, en z’n boterham, bestaande uit een snee Drentsche stoet met zemelbrood, besmeerd met smolt (varkensvet), gewikkeld in “de Oude Asser” of leege puut (zakje van winkelwaren), gebruikte met water uit de greppels, is thans ’n florissant dorp verrezen.

De plaats heeft een fraaie R.K. Kerk en een Protestantsche. Verder telt Erica 3 openbare  en 1 Bijzondere School, terwijl de stichting van een R.K. School in voorbereiding is.  (De R.K. School staat er thans reeds eenige jaren. Red.)

Zoo hebben we in een zeer kort bestek een en ander gememoreerd uit de geschiedenis van het dorp Erica, een plaats, die gedurende den tijd van hoog- conjunctuur een haast Amerikaansche  ontwikkeling vertoonde, doch op welker uitwas thans door de economische inzinking een rem is gezet, die echter niet bij machte zal zijn den ontwikkelingsgang en de energie der bevolking te stuiten in den opmarsch naar een nog mooiere toekomst.

70 jaar bestaat thans Erica uit veen en heide verrezen tot een aanlokkelijk  oord.

Moge ook na deze mijlpaal, in de geschiedenis van het dorp, het steeds crescendo gaan met zijn bloei.

Aldus schreef de Provinciale Drentsche en Asser Courant op 29 juli 1933. En nu, bijna 85 jaar later, is de Centrumvernieuwing op een haar na gevild en kijken we  weer uit naar een sprankelend jaar met een nog steeds bloeiend verenigingsleven dat er altijd weer voor zorgt dat er ook anno 2018 nog steeds van alles op Erica te doen is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


+ twee = 7