1918, de Spaanse Griep

Geplaatst op 18-02-22 door Gerhard Vedder

Het Coronavirus is weliswaar nog regelmatig het gesprek van de dag in Nederland en de rest van de wereld. Inmiddels hebben we te maken met de zoveelste variant en zien we ook dat er achter de wolken iets begint te gloren. Het is niet de eerste keer dat we hier te maken krijgen met een virus dat wereldwijd rondgaat en ons leven bepaald.

In 1918, nu alweer zo’n 104 jaar geleden, werd Nederland ook getroffen door de Spaanse griep. In de zomer van 1918 steekt de ziekte ook in Drenthe de kop op. Op 16 juli 1918 meldt de Provinciale Drentsche en Asser courant: “Gisteren is hier de z.g. Spaansche griep uitgebroken. Met zekerheid is na te gaan, dat de ziekte overgebracht is door militairen, in Assen“.

Samen met u wil ik met u in dit artikel terug gaan naar deze zeer dodelijke en niets en niemand ontziende ziekte in het Noorden, Zuidoost Drenthe en ook op Erica.

Er zouden 50 miljoen mensen sterven

Die eerste berichten van begin juli vormden de start van een lange periode waarin de Spaanse griep het nieuws bepaalde. Terugkijkend weten we dat er zo’n 50 miljoen mensen zouden sterven aan de Spaanse Griep, maar niemand kon die rampzalige afloop toen al vermoeden.

Achteraf gezien is het ook lastig om vat te krijgen op het ziekteverloop in 1918. De bronnen zijn namelijk diffuus. Zelfs tegenwoordig worstelen historici met de ziektegeschiedenis, terwijl medische wetenschappers zich blijven storten op de eigenschappen van het virus en de herkomst ervan. iep kwam uit VS.

Wereldwijd stierven 50 tot 100 miljoen mensen aan de Spaanse griep die in 1918 uitbrak. Virologen denken dat de ziekte een jaar eerder in de Verenigde Staten is ontstaan. Militairen namen het virus vervolgens mee naar het slagveld van WO I in België en Frankrijk, waar het werd overgedragen op duizenden vatbare Europese soldaten.

Oorlogvoerende landen bestempelden de ziekte als militair geheim en hun kranten schreven er niet over. Toen het virus in Spanje uitbrak, kreeg het daar echter wel grote journalistieke aandacht. Hierdoor ontstond internationaal de indruk dat het om een Spaanse ziekte ging, vandaar de naam.

De eerste ziektegolf in de zomer van 1918 maakte in onze regio relatief weinig slachtoffers. De meeste zieken herstelden normaal, zoals bij iedere griep. De tweede griepgolf die vanaf oktober over Nederland sloeg, bleek echter verrassend dodelijk. Pas toen kwamen overal meldingen van – vaak jonge – mensen die ‘na een kortstondige ongesteldheid’ waren overleden. Waarschijnlijk stierven zij niet aan het griepvirus zelf, maar aan een longontsteking die hierop volgde. De bronnen zijn schaars en dat is geen wonder. De aandacht voor de ziekte moest honderd jaar geleden namelijk concurreren met een stortvloed aan ander indrukwekkend nieuws. De griepgolf was namelijk op zijn ergst toen de Eerste Wereldoorlog ten einde liep. Nederland was weliswaar neutraal in de strijd, maar kampte wel met schrikbarende schaarste aan voedsel en brandstof.

De Spaanse Griep van ‘18

In de omvangrijke bibliotheek van het Museum Collectie Brands te Nieuw Dordrecht bevindt zich een boekje  met deze titel. U kunt daar het boek inzien, of zelfs op uw gemak met een kop koffie doorbladeren. Het boek behandeld vrij uitvoerig de gevolgen van de Spaanse Griep in Nederland, terwijl de pagina’s 181 en 182  in detail de situatie en gevolgen voor Zuidoost Drenthe beschrijven.

De Spaanse Griep in het Noorden

In dit verhaal wil ik aan de hand van krantenartikelen uit de regionale kranten uit de zomer van 1918 terugblikken en duidelijk maken hoe de ziekte aan geen deur voorbij ging en ook toen het dagelijks leven ontwrichte.

Zo schrijft de Hoogeveense historicus Albert Metselaar bijvoorbeeld:

“Op het hoogtepunt van de uitbraak in Drenthe waren de grafdelvers in Hoogeveen en Hollandscheveld, uit zelfbescherming stomdronken.

Er vielen enorm veel doden, maar uit angst voor besmetting durfde bijna niemand de ongelukkigen te begraven. “Alcohol zuivert”; zeiden de grafdelvers. Dus dronken ze, terwijl ze de lichamen ophaalden, bij iedere gelegenheid een paar borrels. Met meerdere begrafenissen achter elkaar hadden ze dan zoveel op, dat ze niet meer wisten wie ze waar hadden begraven.

Zo schrijnend was de toestand in de nadagen van 1918.

Landelijke primeur voor Groningen

Groningen had op 10 juli 1918 de landelijke primeur. De ziekte was hier uitgebarsten in het kamp van geïnterneerde militairen. Honderd mannen lagen er met koorts in bed, zo meldden verschillende dagbladen.

,,Alhier is de zoogenaamde Spaansche griep uitgebroken. De toestand is niet ernstig.’’

Wie geregeld een krant las, wist toen al lang waar het over ging, want de griep beheerste al weken de kolommen met buitenlands nieuws. Het Zwitserse leger meldde diezelfde week bijvoorbeeld al 6800 zieken, in Berlijn ging het zelfs om meer 16.000 mensen. Sommige Engelse fabrieken misten 60 tot 70 procent van hun arbeiders.

Toch leidde het eerste Nederlandse ziektebericht niet tot paniek. Want, zoals reeds vermeld, er stierven in de zomer namelijk maar weinig mensen aan de kwaal.

In diezelfde week werden ook in andere steden en dorpen ziektegevallen gemeld.

De ziekte kwam dichterbij.

,,Te Dalen (Drenthe) zijn drie gevallen van de zoogenaamde Spaansche ziekte geconstateerd’’, schreef de krant De Tijd op 11 juli 1918.

 

500 geïnterneerden ziek in Groningen

Terug naar juli, de maand dat Nederland kennismaakte met de griep, die algemeen als ‘Spaans’ werd aangeduid.

Toen al vermoedden deskundigen een relatie met het front van de Eerste Wereldoorlog. Daar vormden de duizenden verzwakte en vervuilde soldaten aan het front een gevaarlijke verspreidingshaard.

In het Groninger gevangenkamp liep het aantal zieke geïnterneerden al snel op richting 500.

Rond 16 juli ontstonden er ook grote problemen in Assen. De Provinciale Drentsche Courant (PDC) schreef:

,,Gisteren is hier de zoogenaamde Spaansche griep uitgebroken. Met zekerheid is na te gaan, dat de ziekte overgebracht is door militairen, in Assen in garnizoen, die den Zondag thuis doorbrachten. Reeds zijn zeer veel gezinnen aangetast.’’

Op 25 juli werden al duizend zieken gemeld in het Asser garnizoen. Inmiddels verspreidde het virus zich verder westwaarts.

Op 30 juli schreef de PDC: ,,In de Friesche gemeente Schoterland breidt deze ziekte zich uit. Evenals tijdens de vroegere influenza-epidemie liggen geheele gezinnen te bed.’’

Aan het einde van augustus droogde de berichtenstroom over de Spaanse griep even op. De meeste zieken waren hersteld en gingen weer naar school of aan het werk. Nieuwe besmettingen waren er niet veel meer. De kranten concentreerden zich nu weer op andere problemen: het gebrek aan brandstof, vlees en ander voedsel. Bijna alles was inmiddels op de bon. Het kabinet probeerde het volk te helpen met eenheidsworst en eenheidssigaren.

De eenheidsworst was eigenlijk een Duitse vinding, die in april 1918 werd overgenomen van de Duitsers.

Voedsel werd steeds schaarser en de regering besloot op een gegeven moment dat slagers niet meer allerlei soorten vlees mochten verkopen. In plaats daarvan moesten ze al dat vlees door de gehaktmolen draaien. Op die manier kreeg iedereen hetzelfde. De eenheidsworst was, net als brood, toen op de bon. Het weekrantsoen was bepaald op 100 gram per Nederlander en de prijs op 25 cent per worst. Eenheidsworsten waren niet bijzonder lekker maar door de magere tijden wel erg gewild.

Moest Nederland zich nu voorbereiden op hongersnoden en dus even minder aandacht geven aan de Spaanse griep?

Gehele gezinnen liggen ziek te bed

In oktober keerde de Spaanse griep plotseling terug als gespreksonderwerp. Op 14 oktober schreef de PDC:

,,Uit Oldenzaal wordt het uitsterven van huisgezinnen gemeld. Te Heerenveen is de Spaansche griep opnieuw uitgebroken en woedt veel erger dan de vorige keer. Geheele gezinnen liggen ziek te bed en sommige scholen zijn voor de helft ontvolkt.’’

En het werd erger, zo bleek op 21 oktober:

,,Te Wildervank heeft een arbeidersvrouw, moeder van 8 kinderen, van wie evenals zij zelf een viertal aan Spaansche griep te bed lagen, in overspannen toestand zichzelf gewurgd.’’

Een dag later over diezelfde omgeving:

,,De Spaansche ziekte doet zich hier in zoo erge mate voor, dat B. en W. dezer gemeente hebben besloten de openbare school voor eenigen tijd te sluiten.’’

,,Er zijn gezinnen waar 6 a 7 personen bedlegerig zijn. Ook valt reeds 1 sterfgeval te betreuren. In Veendam is de sluiting der openbare lagere scholen wederom met een week verlengd. Verschillende jonge menschen zijn reeds aan de ziekte overleden.’’

Daarna stapelden de aangrijpende verhalen zich op. ,,In Enschede schijnt de toestand zeer ernstig te zijn. Het aantal sterfgevallen is groot. In den loop van October zijn reeds 100 sterfgevallen aangegeven, terwijl dit getal gemiddeld per maand 40 is.’’

Die zestig extra doden moesten haast wel van de griep zijn, suggereerde de verslaggever.

Gemeenten begonnen op grote schaal in te grijpen. Coevorden sloot bijvoorbeeld alle scholen, zo werd op 23 oktober bekend. En de kermis van Steenwijk ging niet door, ook al waren de kramen al aangevoerd. Groningen sloot verschillende scholen.

Op 28 oktober werden er twee sterfgevallen in Gasselte gemeld ,,En ook in het overige deel van de gemeente zijn enkelen bezweken.’’

Langzaam maar zeker komt de ziekte dichterbij en zijn de gevolgen heftiger.

Dichterbij en heftiger

Over Coevorden vervolgde de PDC die dertigste oktober: ,,Vandaag werden ten gemeentehuize 6 aangiften van overlijden gedaan. Een paar kinderen en een drietal jonge mannen tusschen 20 en 30 jaar zijn aan de ziekte bezweken.

Over Emmen op 30 oktober: ,,De Spaansche griep heerscht hier in zeer erge mate. Geheele huisgezinnen liggen ziek. De dokters komen handen te kort. Het percentage van de leerlingen der lagere scholen is ook tot een zeer laag cijfer gedaald. Het personeel bij de post is voor het grootste deel absent. De conducteurs van de tram liggen bijna allen ziek.’’

Tien doden op een dag

In Zuidlaren hield het virus ook vreselijk huis. ,,Bijna huis aan huis leden er eenigen aan die ziekte, die nu hier en daar een slachtoffer maakte. Verscheidene personen tussen 20 en 40 jaar zijn aan deze ziekte reeds bezweken, wat aanleiding geweest is om het luiden der torenklok – wat hier nog bij elk sterfgeval en tijdens elke begrafenis geschiedde – te verbieden.’’

‘Bijna iederen dag hoort men van een sterfgeval’

Op 5 november heerste de ziekte in Zweeloo ontzettend: ,,Geheele huisgezinnen zijn er door aangetast.’’

Een dag later volgde een bericht over Wagenborgen, waar een psychiatrische inrichting stond: ,,In de Huizen van Barmhartigheid eischt de griep vele slachtoffers: bijna iederen dag hoort men van een sterfgeval.’’

Op 7 november berichtte het PDC over een Friese onderwijzer die in Drenthe aan de griep was gestorven:

,,Maandag werd het stoffelijk omhulsel van den heer J. Reitsma, in leven onderwijzer te Gieten, naar den trein gebracht om in de woonplaats zijner ouders te Dokkum te aarde te worden besteld.’’

,,In de wachtkamer van het station spraken burgemeester en wethouders en de heer Willering als hoofd der school enkele woorden van troost tot de ouders. De heer Reitsma, die als slachtoffer der griep op slechts 24-jarigen leeftijd viel, had zich gedurende den korten tijd, dat hij te Gieten werkzaam was, bij allen die hem in aanraking kwamen, zeer bemind weten te maken.’’

Bijna alle redacteuren met griep thuis

Verderop, in Dalen werden nu ook doden gemeld en de PDC schreef: ,,De griep blijft hier heerschen. Er is nog weinig van teruggang der ziekte te bespeuren. In verschillende bedrijven bestaat de kans op ernstige stagnatie door ziekte van het personeel. Op onze drukkerij beginnen we dit al te merken. En het redactiepersoneel ligt op één na rustig onder de wol. Moge die ééne gespaard blijven tot heil van de lezers van dit blad.’’

Kranten stonden vol met overlijdensadvertenties

De Emmer Courant van 13 november 1918 bestond voor de helft uit overlijdensadvertenties

Het Nieuwsblad van het Noorden had nu een hele pagina met overlijdensadvertenties. Emmen gooide al zijn 31 scholen dicht tot 18 november.

Uit Friesland kwamen soortgelijke meldingen. ,,Tegengevolge van bijna geheel ontvolkte klassen, veroorzaakt door de Spaansche griep, is de openbare school hier gesloten’’, schreef de Leeuwarder Courant. Heerenveen sloot de Mulo en de bibliotheek.

Uit Assen kwam de melding dat er een paar militairen waren overleden.

In Steenwijk waren inmiddels duizend zieken, meldde de PDC op acht november: ,,Twee van onze drie geneesheeren zijn aangetast, zoodat van elders medische hulp moet ontboden worden. Wel komen er veel ernstige gevallen voor; doch tot heden eischte de ziekte nog weinig offers.’’

In Klazienaveen was het ernstiger: ,,De Spaansche griep is voor deze veenstreken een zware bezoeking geworden: bijna huis-aan-huis liggen talrijke zieken en sterven verschillende personen, meest in den kracht van het leven. De bevolking noemt deze ziekte dan ook een pestziekte, welke waarschijnlijk ook in de hand gewerkt wordt door de slechte huisvesting van menig arbeider.’’

In Smilde kwamen abonnees van het Drentse dagblad zelf hun krantje halen, want veel krantenbezorgers waren er te ziek voor. ,,Ook in Koekange waren velen getroffen, maar er werden weinig nieuwe sterfgevallen gemeld”.

Meer dan 243 doden in Emmen

Kranten probeerden nu dodencijfers te vergelijken met andere jaren om cijfermatig grip te krijgen op het verloop. De PDC schreef op 20 november: ,,We ontvingen de mededeeling dat in de gemeente Emmen van 1 tot en met 18 November zijn overleden 243 personen.’’

,,In hetzelfde tijdvak 1917 overleden er 21. Zoo geweldig heeft de griep Emmen geteisterd. Met inbegrip der plaatselijke artsen zijn er nu 14 geneesheeren werkzaam benevens eenige verpleegsters. Voegen we hier nog aan toe, dat Emmen plusminus 36.000 inwoners heeft.’’

De kranten vertelden weinig over de sfeer en de persoonlijke drama’s die zich overal afspeelden. Dat het er heftig aan toe ging, was echter zeer duidelijk.

Zo schreef de PDC op 26 november dat Rolde het ,,luiden der klokken bij begrafenissen’’ verbood. De reden was eenvoudig: er gingen zoveel mensen dood dat dorpsbewoners het onophoudelijke macabere gebeier niet meer konden verdragen.

Diezelfde dag berichtte de krant over twee nieuwe doden in Roswinkel. ,,In Roswinkelerveen is al 4 procent van de bevolking aan de ziekte overleden.’’

Ook in Borger was het vreselijk: ,,De Spaansche griep heerscht in deze gemeente nog in erge mate. In de afgeloopen week kwamen nog 27 sterfgevallen voor, terwijl het cijfer voor deze maand tot 72 steeg. De scholen zijn nog tot 2 december gesloten.’’

Het leed was groot in Drenthe: ,,Een treurig ongeval speelde zich gistermorgen af te Zwiggelte ten huize van weduwe Zwaan. Zij overleed des morgens aan de griep. Haar 39-jarige zoon trok zich dit zoo aan, dat hij zich eenige uren daarna door ophanging van het leven beroofde.’’

Honderden jonge levens zijn weggemaaid

Gasselte ging op zoek naar een nieuwe juf voor de openbare school, want de vorige was aan de griep bezweken. Op 4 januari 1919 schreef de PDC: ,,In Groningen treffen ons de ontzettende verwoestingen die de Spaansche griep in de laatste maanden van’t jaar onder de bevolking heeft aangericht. Honderden jonge levens zijn weggemaaid. Hier, gelijk elders stonden de esculapen machteloos tegenover den geesel.’’

Op Erica verergert de situatie nog steeds

Op 19 november schrijft de Emmer Courant dat de Nieuw Amsterdamse huisarts ‘s nachts met rust gelaten wil worden omdat hij anders overdag niet meer aan zijn werk toekomt. En dat de toestand in Nieuw Amsterdam en Erica nog steeds verergert.

De lezer zal begrijpen dat bovenstaande relaas slechts een greep is uit al de krantenberichten dat ieder dorp, dus ook Erica, haar slachtoffers kende.

Eind 1918 nam de Spaanse griep langzaam af maar nog steeds niet op Erica en in het Amsterdamscheveld.

Zo lezen we in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 4 december 1918 bij het Provincie-Nieuws over de gemeente Emmen:

“Het aantal alhier overledenen van 1 November tot 2 December bedraagt 404 tegen 33 in het zelfde tijdvak in 1917”…. De ziekte schijnt af te nemen. Te Erica en Amsterdamscheveld woedt ze nog ernstig.”

Kommer en kwel in Emmen

Vooral in de gemeente Emmen is het kommer en kwel. Het inwoneraantal is hier tussen 1900 en 1918 gegroeid van ruim 19.000 naar 38.000 mensen. „De oorlog zorgt voor een groot brandstoftekort. Turf wordt ineens weer een waardevolle grondstof en daardoor komt er een massale toestroom van arbeiders naar de veengebieden op gang. Er is woningnood, weinig voedsel en mensen wonen dicht op elkaar. Een gemeenteraadslid stelt dat de woningen zo slecht zijn dat je er je vee nog niet zou stallen. Een ideale voedingsbodem voor het virus dus.”

Tijdens het hoogtepunt van de epidemie, in november 1918, overlijden er in Emmen 366 inwoners. Ter vergelijking: een jaar eerder stierven in november 26 Emmenaren. Burgemeester Gauke Kootstra weet niet wat hem overkomt.

De kerkklokken blijven luiden, tot het gemeentebestuur besluit dit te verbieden omdat het de ernstig zieken angstig maakt. De Emmer Courant, die twee keer per week verschijnt in vier pagina’s, bestaat bijna de hele maand november voor de helft uit rouwadvertenties.

De artsen staan met lege handen. Pijnstillers, hoestdrank, het advies goed te ventileren en bedrust te nemen, meer hebben de dokters in 1918 niet in de aanbieding. Er wordt  geëxperimenteerd met injecties met sublimaat, een giftige kwikverbinding.

De Emmense weekmarkt

Maar ook toen waren er al paralellen met de huidige corona of covid pandemie. Op 13 december 1918, toen de epidemie bijna op haar hoogtepunt was, herpakte de wekelijkse Emmense markt weer zijn ritme.

De balans wordt opgemaakt

In 1919 flakkerde de ziekte zo nu en dan weer op, maar van een epidemie kon in Nederland inmiddels niet meer gesproken worden. Uiteindelijk viel in de kranten alleen nog over griep te lezen in de rubriek buitenland, die nog maanden gevuld bleef met ontstellende verhalen.

Hoeveel doden de griep en de bijbehorende longontsteking in de noordelijke provincies heeft opgeleverd, valt niet te zeggen.

Landelijk zouden er zo’n 60.000 mensen aan zijn gestorven, maar er bestaat geen enkel betrouwbaar cijfer. De dorpsdokters die wandelend en per fiets het noordelijke platteland af moesten om getroffen gezinnen te bezoeken, noteerden een veelheid aan doodsoorzaken. Overlijdensadvertenties verleenden zelden helderheid.

In duizenden families speelden zich in 1918 bittere tragedies af, maar als nationale ramp werd het probleem destijds niet beschouwd. Het einde van de Eerste Wereldoorlog en de schaarste aan eten en brandstof leidden tot zoveel gespreksstof dat de griep ondergesneeuwd raakte in het nieuws. Hoe erg het was, valt alleen nog te lezen in de familieverhalen die overgeleverd zijn.

 

Verantwoording

Dit artikel is samengesteld uit een verzameling van “Delpher downloads” uit landelijke en regionale krantenartikelen die in de achter ons liggende twee jaren ook al eens geheel of gedeeltelijk  elders werden gepubliceerd.

3 reacties op “1918, de Spaanse Griep”

  1. Thea schreef:

    Dit was vele malen erger dan de huidige pandemie.
    Een broer van mijn moeder is ook aan de Spaanse griep overleden, hij was 19 jaar.

    n.b. Het begrip ‘eenheidsworst’ is me nu ook duidelijk geworden

  2. Johan Hemel schreef:

    Bij mijn moeder thuis, Fam Bruins hadden ze 3 doden in 14 dagen tijd. Oorzaak: Spaanse Griep Moeder en 2 kinderen.
    Moet dramatisch zijn geweest.

  3. Johan Hemel schreef:

    Bij mijn moeder thuis, fam. Bruins waren 3 doden te betreuren door de Spaanse griep.
    Moeder en 2 kinderen. Moet dramatisch zijn geweest voor de achterblijvers.
    Wees gewaarschuwd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


twee + = 7

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.