Genealogie van familie Geraets Petrus Johannes Gerhardus

Geplaatst op 17-10-14

STAMREEKS

VAN

Petrus Johannes Gerhardus

Geraets

01499                 Piet Geraets jr met zij moeder Siene Geraets

     Ondernemer te Erica

             1932-1991

 Geraets 1

 

Stamreeks

van

Petrus Johannes Gerhardus Geraets

ondernemer te Erica

(geb. Erica 24-04-1932)

1e generatie. [1]

            Gerhard, ook wel Gerhard van Beesel óf Geerken op de Borgh, halfman te

Leeuwen, trouwde N.N.

            Uit dit huwelijk o.a.

  1. Johan Gerets
  2. Willem Gerets
  3. Hermanus Gerets (Gerardts), geb. Maasniel ca. 1655, volgt 2e generatie

 

Vermoedelijk slaat “op de Borgh” op een locatie van een boerderij, wellicht te Leeuwen, een gemeenschap ressorterende onder Roermond. Een halfman was een pachter van een grote boerderij die de helft van de opbrengst mocht houden, de andere helft was voor de eigenaar van de boerderij (vandaar de naam halfman). De eigenaar was meestal een klooster.

 

 

2e generatie.

            Hermanus Gerets, geb. ca. 1655, boer/herbergier, overl. 1712, trouwde 03-06-1683 met Encken (Anna) Crompvoets, oud 28 jaar, geb. 1655, overl. ca. 1732, oud 77 jaar, dochter van Maes Compvoets en van Sophia (Fijcken) Hansen.

Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder:

  1. Gerardus Gerets
  2. Maes Gerets, ged. 31-03-1694, volgt 3e generatie (Maes was het 8e kind)
  3. Petrus Gerets, geb. ca. 1687, overl. aug. 1712

 

Het gezin woonde aan de Eyermert in het dorp Maasniel, maar in 1689 kocht het echtpaar een boomgaard. Herman bouwde daar een boerderij, bestaande uit huis, hof, stal en schuur. In 1698 waren nog vier van de elf kinderen in leven. Vanaf 1691 fungeert de boerderij tevens als herberg. De herberg komt in vele verhalen voor, meestal in processen over gewelddadigheden die daar hun oorsprong vonden.

 

 

3e generatie.

            Maes Gerets, ged. 31-03-1694, boer, overl. sept. 1769, trouwde vóór 1725 met Jacomina Dilhay, ged. 29-09-1700, overl. 18-01-1764, dochter van Joannes Dilhay, schoenmaker, en van Margaretha Pelsers.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

  1. Hermannus Geraedts, ged. ca. 1726, volgt 4e generatie
  2. Anna Margaretha Geraedts, geb. ca. 1742
  3. Barbara Geraedts, geb. ca. 1746

 

 


[1] Uit: N.G.V. afd. Kempen en Peelland, jrg. 17. nr 3.

Maes nam eind twintiger jaren de boerderij van zijn vader over. In 1733 ging hij een lening aan van 300 rijksdaalders om daarmee zijn broers en zusters uit te kopen. Zijn kindsdeel had hij reeds in 1722 beleend! Achterstallige betalingen aan het armenweeshuis te Roermond kon hij dan ook niet meer opbrengen. In 1737 werd er beslag gelegd op al zijn bezittingen. Maes verhuisde met gezin naar het huis van wijlen zijn schoonouders.

 

4e generatie.[2]

Hermanus Geraerdts, geb. Maasniel (bij Melick, Limburg) ca. 1727, landbouwer, overl. Maasniel 12-05-1909 trouwde te Maasniel 20-04-1760 met Elisabertha Hindrikxs, ged. St. Odiliënberg 07-05-1734,overl. 01-05-1788, om 6 uur des avonds, oud 54 jaar, begr. 03-05-1788, dochter van Arnoldi Hendrix en van Gertrudis Lueninx.

Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Gierardts, geb. te Maasniel 31-03-1761, overl. Maasniel

12-11-1763

  1. Maria Gerardts, geb. Maasniel 11-01-1763
  2. Johannes Gerardts, geb. Maasniel 05-01-1765, overl. Maasniel

07-01-1765, oud 2 dagen.

  1. Gertrudis Gerardts, geb. Maasniel 11-05-1766, overl. Melick 25-08-1772,

oud 6 jaar.

  1. Arnoldus Gerrardts, geb. Melick 06-08-1768
  2. Thomas Geeraths, geb. Melick 29-04-1770
  3. Jacobina Gerrardts, geb. Melick 16-11-1771
  4. Anthonie Gerraths, geb. Melick 12-11773, volgt 5e generatie.
  5. Leonardus Gerrardts, geb. Maasniel 08-12-1775, overl. Maasniel

16-01-1781, oud 6 jaar.

  1. Maria Christina Gerrardts, geb. Maasniel 24-12-1778

 Geraets 2

 


[2] Uit: N.G.V. afd. Kempen en Peelland, jrg. 16. nr. 3

 

5e generatie. [3]

Anthonius Gerards (Gieraerdts, Gerardts, Gerrardts, Geeraths), geb. Melick 12-10-1773, ged. Rk. suikerbakkersknecht, overl. Ommerschans 02-08-1842, tr. te Dordrecht op donderdag 14 april 1803, tr. Rk. kerk op 1 mei 1803 met Hermina Petronella Pierlo, geb. Kranenburg (Dld) 27-09-1772, ged. Rk. spinster, overl. Ommerschans 02-08-1857, dochter van Hendrikus Pierloen en van Theodora Sanders

Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Henricus, geb. Dordrecht 21-01-1804
  2. Elisabeth, geb. Dordrecht 25-12-1805
  3. Theodora, geb. Delfshaven 12-12-1808
  4. Maria, geb. Delfshaven 04-12-1810
  5. Adrianus, geb. Delfshaven 30-03-1813, overl. Rotterdam 27-08-1818
  6. Hermannus Frans, geb. Delfshaven 20-05-1815, overl. Rotterdam

06-07-1815

  1. Theodorus, geb. Rotterdam 27-07-1817, volgt 6e generatie

 

Anthonie Geraets is geboren te Melick bij Roermond. Hij vertrekt ca. 1800 naar Dordrecht, daar trouwt hij in 1803. Vandaar gaat hij naar Delfshaven en ca. 1815 is hij terug in Rotterdam. Het gezin heeft het moeilijk, in Rottedam sterven 2 kinderen en waarschijnlijk is hij al enige tijd werkloos. De familie leeft van ca. 1816 tot 1818 van de bedeling en zij zijn daarin geen uitzondering: in die tijd is bijna 25% van de bevolking van Zuid Holland armlastig. Rotterdam telt in 1818 ca. 800 bedelaars. Anthonie wordt met zijn gezin als één van de eersten naar de proefcolonie Frederiksoord gestuurd.

 

Uit de voordrachtsbrief van de subcommissie Rotterdam d.d. 8 oktober 1818.[4]

Wat de behoefte aangaat dezelfde hebben eigene bed en toebehoren, dog zonder dekens. De man alléén een wisselhemd tot verschooning. Nog heeft de vrouw korfbank theebossen en eenig winkelgereedschap, overig van haar vorig bedrijf, en ’t welk zij misschien in de kolonie zouden kunnen voortzetten. Nog hebben zij in de lommerd voor ruim 20 gls aan waarde; immers zoo zij vernemen, daarvoor aflosbaar.

 

 

Uit de Rotterdamsche Courant d.d. 29 oktober 1818.[5]

Gisteren is van hier naar de volksplanting Frederiksoord vertrokken het huisgezin van Anthony Gerards, bestaande uit man, vrouw en vijf kinderen, welke allen door de subcommissie van weldadigheid alhier van het noodige voor de reize zijn  voorzien.

Het gezin moet zich melden in Amsterdam en in een kazerne aan de Utrechtsepoort worden ze opgevangen. Om in Amsterdam te komen wordt vooral gebruik gemaakt van de trekschuit omdat vervoer over de weg kostbaar is en de wegen heel slecht. Tweemaal in de week gaat er een groep naar Frederiksoord, op dinsdag- en op zaterdagavond vertrekt een buurtschip, dat een dienst onderhoudt tussen Amsterdam en Blokzijl.

 

 


[3] idem

[4] Drents Archief “de Maatschappij van Weldadigheid”.

[5] Idem

 

Uit de opzendbrief van Rotterdam van 12 november 1818: [6]

 

Geraets 3

Maatschappij van Weldadigheid: [7]

Door de langdurende Napoleontische oorlogen was Europa sterk verarmd. Zo war  er ook in Nederland, vooral in de grote steden, zeer veel bedelaars andere

Geraets 4behoeftigen. Een man die zich volledig inzette om aan deze trieste en sombere toekomst een einde te maken was generaal Johannes van den Bosch. Om aan “al diegenen die wel willen werken, maar geen werk kunnen vinden” weer arbeid te verschaffen, kwam hij met het plan om de uitgestrekte heidevelden in het noorden vanons land door hen te laten ontginnen. Hij stelde zich voor de behoeftige en werkloze stedelingen in gezinsverband daarheen over te plaatsen en onder bepaalde voorwaarden een huis en een stukje grond ter beschikking te stellen. De grond moesten zij zelf onder deskundige leiding ontginnen in de hoop dat men na verloop van tijd in eigen onderhoud zou kunnen voorzien. Natuurlijk kon het hele gezin zich niet met veldarbeid bezig houden, daarom wilde van den Bosch werkplaatsen inrichten, waar datgene vervaardigd zou worden wat voor onderhoud en inrichting nodig zou zijn. Met deze doelstelling werd door generaal van den Bosch op 1 april 1818 de Maatschappij van Weldadigheid opgericht met als voorzitter prins Willem Frederik. Onder de bezielende leiding van van den Bosch werd aan de realisering van deze doelstelling gewerkt.

Geraets 5Op 22 juni 1818 vergaderde de commissie van Weldadigheid voor de eerste keer, onder voorzitterschap van prins Frederik. Het aantal leden van de Maatschappij bedroeg toen 14843. Hieruit trok men de conclusie dat het koloniesatieplan goed in het land was ontvangen en werd besloten een proefkolonie te stichten. Het landgoed Westerbeeksloot in zuidwest Drenthe werd aangekocht, het land werd ontgonnen en men begon te bouwen aan 52 hoeves; in oktober waren de eerste kolonisten al onderweg vanuit Amsterdam.Tussen augustus 1819 en januari 1820 werd een tweede kolonie aangelegd, bestaande uit 50 boerderijtjes. Deze beide koloniën tezamen kregen de naam “Frederiksoord”, vernoemd naar prins Frederik. De kolonie Willemsoord met 100 boerderijtjes ontstond in 1820 en vervolgens werd Wilhelminaoord en nog twee koloniën iets noordelijker daarvan aangelegd.

 


[6] Idem

[7] Internet: www.mvwfrederiksoord.nl

 

Uit een brief van de subcommissie Rotterdam dd 12 febr. 1819 [8]

Eindelijk zal het voorzeker UWE genoegen geven te vernemen dat bij ons is ingekomen een brief van Anthony Gerards, hoofd van de familie die van hier naar Frederiksoord is verplaatst, strekkende om ons te informeren dat hij al uitmuntend wel en naar genoegen is: dit zal voorzeker contribueeren tot dereusite van onze poging om voor dit jaar ’t getal der leden te doen vermeerderen.

Bezoek commissie van toezicht: [9]

Toen de vice voorzitter graaf Karel van Hogendorp van de commissie van toezicht de proefkolonie bezocht ging hij ook een koloniewoning binnen. Citaat: ‘De eerste intrede in een huis van de kolonie is regt aangenaam’ Hij beschrijft een moeder die met haar dochter aan het werk is. ‘Goede orde, geschiktheid, zindelijkheid, straalden door in alles.’Hij praat met de vrouw des huizes over de ‘fijne groente’ die hij naast de hoeve had zien staan. ‘De vrouw zeide mij, voor keukenmeid gediend hebbende, ze gereed kon maken, wenshalve de man ze gekweekt had.’ Als die man, Anthonie Gerards uit Rotterdam, even later van de veldarbeid thuiskomt, wil van Hogendorp onder meer weten hoe het gezin de avonden doorbrengt. Gerards antwoordt dat ze meestal met hun kinderen lezen en vraagt of hij de graaf zijn boeken mag laten zien. Hij gaat de trap naar de zolder op, keert terug met een stapeltje boeken en overhandigt het bovenste ‘als hetgeen waarop hij den meesten prijs stelde’. Het is een bijna honderd jaar oude uitgave van het Nieuwe Testament. Als van Hogendorp het doorbladert, treft hij achterin een aantal gebeden waaruit hij  op kan maken dat het gezin katholiek is. De kolonist ziet dat en glimlacht ‘met eene beminnelijke zachtmoedigheid’. Verrukt over zoveel wijsheid bij een eenvoudige man noteert van Hogendorp dat Gerards ‘eenige woorden van groote verdraagzaamheid tusschen roomschen en protestanten’ uitspreekt. Einde citaat.

 

 

Uit een brief van Benjamin dd 29 december 1819: [10]

(…) Geerhards uit Rotterdam, mede steeds braaf oppassende, heeft verzogt 4 dagen op zijn eigen grond, en dus maar 2 in daguur te mogen werken. Deze prijzenswaardige voorbeelden zullen zeker door de kommissie worden goed gekeurd, terwijl ik hoop, zij van goede uitwerking zijn zullen op veele, die door enige zorgloze en verkwistende aard, tot nog toe zo weinig aan de verwachting beantwoorden.

 

Uit de Star van oktober 1820: [11]

Vele kolonisten hebben, na het afbetalen hunner huur en het opleggen van hunnen eigen wintervoorraad nog een aanmerkelijke hoeveelheid van voortbrengselen te verkoopen. Zoo b.v. hebben Molenaar van Haarlem en Gerards van Rotterdam, na afbetaling en na afrek hunner pootaardappelen, ieder meer dan 400 schepels aardappelen verkocht, ongerekend hunne voorraad van garst, haver of boekweit.

 

Uit de Star van maart 1822:

Geeraards uit de kolonie 1, zeer ziek geweest zijnde, betert meer en meer.

 

 


[8] Drents Archief : “Maatschappij van Weldadigheid”.

[9] Uit: “De proefkolonie” blz. 193, door: Wil Schackmann

[10]  Drents Archief: “Maatschappij van Weldadigheid”.

[11] Idem.

 

Uit een brief van Johannes van den Bosch dd 23 mei 1822: [12]

Er bestaat in kolonie N 1 en 2 eene ziekte die contagieus schijnt te zijn, althans zoiemand daar mede in een huisgezin besmet word, lopen zelden iemand der anderen vrij. Reeds zijn daar aan eenige kolonisten gestorven en verscheidene anderen liggendaar nog zeer ziek. De wachtmeester, de vrouw van Tijmes, de Wals, de zoon van Geraads en meester Middelboer zijn geen zins buiten gevaar.

Uit de Star van juli 1822 over scholen:

In no. 1 had de opkomst der kinderen uitgemunt, en vele der grootste jongens, zelfs eenige kinderen uit de dagschool, woonden de avondschool bij. Ongelukkiglijk werden de beide onderwijzers, daarin fungerende, den 16 den mei ziek, en de één, H.H.Middelboer, sedert twee jaren getrouw en bemind in den schooldienst bezig, overleed den 28 sten daarna: terwijl de tweede, J.H.Geeraets, in het begin van junij weder begon te herstellen, doch nog buiten staat was, het maandrapport op te maken. Sedert dien is het schoolonderwijs in deze kolonie met vrucht weder hervat.

Dokter Schuurman in de Star van augustus 1822:

(…), hoewel bijna allen herstellende; deze zijn dan ook allen reeds hersteld, en tot hunne werkzaamheden teruggekeerd, behalve twee dochters van Gerrads, die hare krachten niet volkomen herkregen hebben, doch ook, naar alle vermoeden, spoedig volkomen hersteld zullen zijn.

In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 worden ook genoemd als ‘hebbende uitgemunt in gedragen vorderingen:’ Elisabeth en Theodora Geraets. 

Uit een brief van Wouter Visser dd 20 december 1823:

Te Veenhuizen zullen spoedig zeven en te Ommerschans vier boerenwoningen gereed zijn, bestemd om de meest oppassende en bekwame kolonisten uit de vrije koloniën te worden bewoond; ten gevolge daarvan heb ik de eer te vragen authorisatie tot en overplaatsing van zodanige kolonisten welke op deze bevordering een billijke aanspraak hebben verkregen: in de veronderstelling, dat deze verplaatsing door de Perm. Komm. wel zal worden geapporbeert, zullen eerstdaags naar de Ommerschans vertrekken uit kolonie 1 Gerards en ter Smetten. 

Volgens het stamboek Ommerschans:

Betrekt de familie Gerards op 23 december als vrijboer hoeve nr. 7 bij de Ommerschans.

 

Uit een brief van Wouter Visser dd 25 februari 1825:

Ter voldoening aan art. 3 van het besluit der Permanente Kommissie dd 8 dezer N3 heb ik de eer tot 2e onderwijzer in het 1e etablissement te Veenhuizen voor te stellen den persoon Geerards, zoon van kolonist Gerards in kolonie N5 en seedert eenig jaren als onderwijzer in de scholen van kolonie 1 en 4 geemploijeerd.


[12] Idem

 

De Ommerschans:

De Ommerschans werd tijdens de Tachtigjarige-Oorlog gebouwd tussen de rivieren de Reest en de Overijsselse Vecht en moest het optrekken van de Spanjaarden naar de Noordelijke Nederlanden beletten.Geraets 6 In de latere jaren werd het een echt fort, omdat de schans versterkt werd met wallen, grachten en bastions. Binnen de versterkingen, de buiten-gracht en de binnengracht met de binnen wal, lagen de gebouwen. In het midden was een plein van zeer behoorlijke afmetingen. Door deze versterkingen was het voor de vijand heel moeilijk binnen te komen. Het was Prof. Tydeman die in 1818 als eerste de aandacht vestigde op dit, toen nog in redelijke staat verkerende, fort. Hij achtte dit fort met rondom uitgestrekte veengebieden uitermate geschikt om daar door de Maatschappij van Weldadigheid een bedelaarsinstituut te vestigen. Het vruchtgebruik van dit verlaten fort met het omliggend gebied werd aangevraagd en op 26 oktober 1819 nam generaal van den Bosch officieel het geheel in ontvangst. Begin 1820 werden de bestaande gebouwen opgeknapt en mei 1820 waren reeds twaalf woningen gereed om gezinnen behoorlijk te huisvesten. In het voorjaar van 1822 begon men met het bouwen van een gesticht op het plein binnen de schans voor ruim 1000 bedelaars. Rondom de schans werd kolonie 5 aangelegd, ook wel Ommerschans-Buiten genoemd. In deze kolonie zijn 18 grote boerenhoeven gebouwd en over het terrein verspreid 17 veldwachterhutten. De beste en bekwaamste kolonisten werden uitgekozen voor de functie van zetboer op de boerderijen in de kolonie 5.

 

Later:

Anthonie Gerards en echtgenote blijven op de kolonie en overlijden te Ommerschans.

Zoon Jan Hendrik is onderwijzer geworden en heeft jarenlang een school in Veenhuizen geleid; hij wordt in 1844 instituteur van het landbouwkundig opleidings-instituut van de Maatschappij te Wateren en in 1860 onderdirecteur in kolonie 2.

Dochter Elisabeth trouwt met een wijkmeester in Veenhuizen 2.

 

Dochter Theodora trouwt de ‘smidsbaas’ van de Ommerschans.

Dochter Maria trouwt met proefkolonist Harmeling die ook een hoeve bij Ommerschans heeft.

Alleen zoon Theodorus keert de kolonie de rug toe. Hij trouwt ene Catharina Bartels en gaat in Hardenberg wonen.

 

6e generatie:

            Theodorus Geraets, geb.Rotterdam 27-11-1817, ged. Rk., landbouwer, overl. de Krim 04-01-1894, oud 77 jaar, begr. Slagharen (?), trouwde Stad Ommen 16-05-1838 met Catharina Bartels, geb. Bergen op Zoom 06-07-1818, ged. Rk., kolonistendochter, overl. Ambt Hardenberg 00-00-1871, begr. Slagharen (?), dochter van Pieter Bartels en van Gijsberdina van der Ven.

Uit dit huwelijk:

  1. Anthonius Jacobus, geb. Stad Ommen 1839
  2. Petrus Johannes, geb. Lutten 22-03-1840, volgt 7e generatie
  3. Hermina Petronella, geb. Heemserveen 1841
  4. Theodora Maria, geb. Ambt Hardenberg 1845
  5. Johannes Hendrikus, geb. Dedemsvaart 1848
  6. Martina Gijsberdina, geb. Slagharen 28-01-1850
  7. Elisabeth Rosina, geb. Ambt Hardenberg 1853
  8. Willemina Theodora, geb. Ambt Hardenberg 06-01-1857
  9. Jacobus Hermannus, geb. Hardenberg 30-03-1859

 

7e generatie

Petrus Johannes Geraets, geb. de Lutten 22-03-1840, ged. Rk., overl. Emmen 01-08-1912, oud 72 jaar, begr. Erica, trouwde Ambt Hardenberg 27-04-1866 met Hilleke Gonda Wittendorp, geb. Ambt Hardenberg 31-01-1844, om 18.00 uur, overl. Emmen 30-12-1915, om 17.00 uur, oud 71 jaar, begr. Erica dochter van Hendrikus Wittendorp en van Janske Fokke (Jantje Tuk; Jannetje Fukke).

Uit dit huwelijk:

    1. Catrina Hendrika, geb. Ambt Hardenberg 21-04-1867, overl.Ambt.Hardenberg 29-12-1867,
      oud 252 dagen.
    2. Hendrikus Johannes, geb. Ambt Hardenberg 19-11-1867, jaar niet zeker,
    3. overleden.
    4. Theodorus Wilhelmus, geb. Emmen 15-04-1870, overl. Fehndorp (Dld)
    5. Catharina Johanna, geb. Emmen 25-01-1873

1 november 1899 bevalt zij van een zoon, Anthonius Petrus, te Erica en op 22-10-1909 erkent zij dit kind. Op 04-06-1901 is ze gehuwd met Henricus Geradus Nijman, logementhouder, vervener en arbeider te Erica.

      1. Johanna Maria, geb. Emmen 23-09-1875
      2. Hendrikus Franciscus, geb. Emmen 14-06-1878
      3. Hillegonda Maria, geb. Emmen 04-05-1880
      4. Henderika Margretha, geb. Emmen 29-03-1883
      5. Petrus Johannes, geb. Emmen 23-11-1885, volgt 8e generatie

 

8e generatie:

Petrus Johannes Geraets, geb. Emmen 23-11-1885, ged. Rk. Erica, overl. Emmen 29-07-1961, oud 75 jaar, begr. Erica 02-08-1961, tr. (1) Emmen 27-04-1909 met Johanna Willemina Stout, geb. Emmen 21-02-1874, ged. Rk. Erica, overl. Emmen 13-03-1929, oud 55 jaar, begr. Erica, dr. van Willebrordus Stout, koopman en van Anna Catharina Veltrop, tr. (2) Emmen 02-07-1929 met Hendrika Gesina Vinke, geb. Emmen 13-05-1893, ged. Rk. Erica, overl. Emmen 20-02-1978, oud 84 jaar, begr. Erica 24-02-1978, dr. van Johannes Hendrikus Vinke en van Anna Maria Bolmer.

Zij was eerder gehuwd te Emmen op 19 jarige leeftijd op 03-04-1913, gehuwd voor de kerk te Erica 05-04-1913 met Hermannus Johannes van der Kolk, oud 26 jaar, winkelier, geb. te Avereest 02-02-1887, om 11.00 uur, overl. te Emmen op 24-03-1924, oud 37 jaar, begr. Erica, zn. van Hermanus Johannes Wolterus Gerhardus van der Kolk en van Susanna Meppelenbroek.

 

Uit het tweede huwelijk:

      1. Maria Johanna (Marietje), geb. Emmen 05-12-1930, overl. Emmen 26-03-1931, 111 dagen oud, begr. Erica.
      2. Petrus Johannes Gerhardus (Piet), geb. Emmen 24-04-1932, volgt 9generatie.
      3. Maria Gerarda Theresia (Miep), geb. Emmen 05-01-1934, overl. Emmen 18-02-2002, oud 68 jaar, begr. Erica 22-02-2002
      4. Henderikus Bernardus Franciscus (Henk), geb. Emmen 21-08-1935, overl. Groningen 24-08-1940, oud 5 jaar, begr. Erica.
      5. Henderika Gesina Andrea (Sientje), geb. Emmen 10-11-1937

 

9e generatie:

Petrus Johannes Gerhardus Geraets, geb. Emmen, ondernemer, geb. Emmen 24-04-1932, ged. Rk. Erica 24-04-1932, overl. Venlo 25-08-1991, oud 59 jaar, begr. Erica 30-08-1991, tr. Emmen 19-02-1957 met Maria Gesina (Marietje) Kolker, verkoopster, geb. Emmen 23-03-1932, ged. Rk. Erica 24-03-1932, overl. Emmen 08-07-2007, oud 75 jaar, begr. Erica 13-07-2007, dr. van Herman Joseph Kolker en van Aleida Bladder.

Uit dit huwelijk:

      1. Henderika Gesina (Sien), geb. Emmen 05-12-1957
      2. Aleida Maria (Lia), geb. Emmen 15-01-1959
      3. Maria Gerarda Theresia (Marja), geb. Emmen 27-03-1963

 Geraets 7

 

Geraadpleegde literatuur :

      1. Ir. C.A.Kloosterhuis; De bevolking van de vrije koloniën der Maatschappij

van Weldadigheid.

      1. Wil Schackmann: de proefkolonie.
      2. Susanna Jansen: pauperparadijs.
 ”Historische Kring Erica”
Samengesteld door:Gerard H.J.Kolker
16-10-2011