Genealogie van familie Keep Egbertinus Johannes

Geplaatst op 21-07-15

Stamreeks

van

Egbertinus Johannes Keep

(1850-1898)

Hoofdmeester te Erica

 

 

1e generatie.

Gerrit Gerrits Keep, geb. ca. 1710,. Vriezenveen overl.  november 1798, trouwde ca. 1735 met Aaltien Berends, geb. ca. 1710, overl. Vriezenveen 1798.

.Uit dit huwelijk:

  1. Gerhardus Gerrits Keep, geb. Vriezenveen 1736, volgt 2e generatie
  2. Gerrit, geb. Vriezenveen ca. 1736
  3. Gerrit Gerrits, geb. Vriezenveen ca. 1738
  4. Wicher Gerrits Keep, geb. Vriezenveen ca. 1740
  5. Lamberdina Gerrits, geb. Vriezenveen ca. 1742
  6. Jennigjen Gerrits, geb. Vriezenveen ca. 1749
  7. Fredrik Gerrits, geb. Vriezenveen ca. 1751
  8. Aaltjen Gerrits, geb. Vriezenveen ca. 1753

 

2e generatie.

Gerhardus Keep, geb. Vriezenveen ca. 1736, dienstbode, timmerman, kistenmaker, overl. Vriezenveen 30-06-1794, zn. van Gerrit Gerrits en van Aaltien Berends, trouwde (1) Vriezenveen 1761 met Aaltjen Stumer, geb. Vriezenveen ca. 1720, overl. tussen 1761 en 1785, dr. van Hendrik Berends en van Jenneken Gerrits, trouwde (2) te Vriezenveen 1785 met Janna Hermsen, ged. Vriezenveen 1760, overl. Vriezenveen 1806.

Uit 2e huwelijk:

  1. Aaltjen Gerrits, ged. Vriezenveen 09-04-1786
  2. Gerhardina Gerrits, ged. Vriezenveen 30-03-1788
  3. Hanna Keep, ged. Vriezenveen 07-02-1790
  4. Egbert Keep, ged. Vriezenveen 26-12-1791, volgt 3e generatie
  5. Geesijna Gerrit, ged. Vriezenveen 30-06-1794

 

3e generatie.

Egbert Keep, ged. Vriezenveen 26-12-1791, landbouwer, overl. Zwinderen (Oosterhesselen) 16-05-1834, oud 44 jaar, zn. Gerhardus Gerrits Keep en van Janna Harmsen, trouwde, oud 29 jaar, te Vriezenveen op 05-02-1820 met Petronella Susanna Christina Kymmell, oud 32 jaar, geb. Zwinderen 28-05-1788,ged. Oosterhesselen 01-06-1788, overl. Zwinderen 28-11-1838, oud 50 jaar dr. van Tymen Kymmell en van Susanna Geertruida Cock.

 

Egbert’s Schoonvader, Tymen Kymmell, studeerde rechten werd vervolgens                                                   
“gedeputeerde staat van Drenthe” van 1788-1795. Hij woonde in Zwinderen op de  erve “Oldenhuis”
  Na de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden. was hij van       
  1814 tot 1826 lid van de Provinciale Staten van Drenthe en van 1814 tot 1816 lid van.
  Gedeputeerde Staten van Drenthe.

 

Uit dit huwelijk:

          1. Tijmen Johannes Keep, geb. Vriezenveen 03-01-1820
          2. Gerhardus Jacobus Keep, geb. Vriezenveen 24-09-1821
          3. Jan Keep, geb. Vriezenveen 21-09-1823, overl. Vriezenveen 19-07-1826, oud 2 jaar
          4. Gerrit Keep, geb. Vriezenveen 26-03-1825
          5. Jan Keep, geb. Vriezenveen 17-03-1827, volgt 4e generatie
          6. Susanna Keep, geb. Zwinderen (Oosterhesseen) 17-08-1828, overl. Zwinderen1838, oud 34 dagen
          7. Susanna Keep, geb. Zwinderen 29-06-1831

 

4e generatie:

Jan Keep, geb. Vriezenveen 17-03-1827, schrijnwerker, overl. Erica (Emmen) 08-01-1899, oud 72 jaar, zn. van Egbert Keep en van Petronella Susanna Christina Kymmell, trouwde, oud 23 jaar, te Dalen op 17-10-1850 met Johanna Louisa Woudstra, oud 37 jaar, geb. Dalen 13-06-1813, zonder beroep, overl. Erica 24-01-1891, oud 78 jaar, dr. van Albert Alberts Woudstra, schoolonderwijzer en van Jentje Reinders.

Uit dit huweijk:

          1. Egbertinus Johannes Keep, geb. Dalen 10-11-1850, volgt 5e generatie
          2. Petrus Albertus Keep, geb. Dalen 06-10-1852, overl. Dalen 26-07-1855, oud 3 jaar

            Het gezin Keep werd op 18 mei 1877 ingeschreven in de gemeente Emmen en vestigde zich te Erica.
Zie bevolkingsregister gemeente Emmen deel 3, blz 119

            of deel K, blz. 44.

 

            Zondag is te Erica uit de Verlengde Hoogeveense Vaart opgehaald het lijk van de 70   jarige J. Keep, vermoedelijk is de ongelukkige door de duisternis misleid te water  geraakt.  

  • 5e generatie:Egbertinus Johannes Keep, geb. Dalen 10-11-1850, ongehuwd, hulponderwijzer, overl. Erica 12-05-1898, oud 48 jaar.Op 15 januari 1880 laat de schoolopziener van het 3e district Drenthe weten geen bezwaar te hebben tegen de benoeming van de heer Egbertinus Johannes Keep, hulponderwijzer te Nieuw Amsterdam, tot hoofdonderwijzer aan de openbare school te Erica. De eerste school was een houten gebouw en had twee leslokalen; het stond op de plek waar nu de openbare begraafplaats is. Voor die tijd gingen de kinderen uit Erica naar een school te Nieuw  Amsterdam en de kinderen “achter op Erica” naar een school in Zuidbarge, of gingen helemaal niet naar school.Al spoedig kwamen er klachten over hoofdmeester Keep. Hulponderwijzer de Groot klaagde bij B. en W. over het gedrag van het hoofd. De hoofdonderwijzer zou zijn klasje, of een gedeelte daarvan vóór twaalf uur en vóór 4 uur naar huis laten gaan en dreigde alle klassen te laten gaan. “Hij liet werkelijk mijn hoogste klas, de 4e , naar huis gaan zonder mij te raadplegen”.  Een dag later schrijft ook onderwijzer H. Vos een brief aan B. en W. Hij schrijft eveneens dat de heer Keep zijn klassen veel te vroeg naar huis laat gaan, soms een uur te vroeg. Hij wijt dit aan de wanorde in de klassen van het hoofd. Door dit alles wordt hem en onderwijzer de Groot het lesgeven bijna onmogelijk gemaakt.Op 22 mei 1889 schrijft dominee W. Jonker een brief aan het gemeente bestuur, hij wijst op de treurige en onhoudbare toestand waarin het onderwijs zich bevindt. Ook wijst hij op de klachten van de ouders. Het geharrewar tussen het hoofd en de hulponderwijzers, in bijzijn van de leerlingen, schijnt eindeloos te zijn, de toestand is aller treurigst. Enkele ouders houden hun kinderen reeds thuis.In een brief van 25 juni 1892 schrijft de Arrondissement Schoolopziener te Emmen.,   
  •                      “Reeds geruime tijd is het hoofd der school (openbare lagere) te Erica in de gemeente Emmen lijdende aan verstandsverbijstering. In den laatste tijd is de ongesteldheid toegenomen, hetgeen blijkt uit onzedelijke woorden en handelingen in tegenwoordigheid van schoolgaande kinderen Volgens verslag van het zoontje van J.Visser te Erica en van andere kinderen liep hij herhaaldelijk met een revolver in zijn zak. Enkele ouders, t.w. Jan Visser, Johannes Schuurman, B. Wever, W. Westera, B.H.Bruins, Th. Aukes, H.H.Wehkamp, B.Berens en J.H.Töller, hebben vaak een klacht ingediend. Tevens geven zij aan dat ze door het zeer onbehoorlijk gedrag van de onderwijzer, genoodzaakt zijn hun kinderen thuis te houden. Uit eigen waarneming is mij gebleken, dat gemelde onderwijzer niet in het bezit is van zijn verstandelijke vermogens. Ik stel daarom het college van B. en W. voor de hoofdonderwijzer voor één maand te schorsen  met ingang van 27 juni aanstaande en wel op grond van krankzinnigheid, tevens stel ik voor hulponderwijzer H. Vos te benoemen tot waarneming van deze betrekking. Uiteindelijk werd de hoofdonderwijzer, Egbertinus Johannes Keep, “Wegens    zielsgebreken voor de waarneming dezer betrekking ongeschikt verklaard”, eervol ontslagen.De heer Keep neemt daarmee geen genoegen en gaat in beroep bij de   Gedeputeerde Staten van Drenthe. Door overlegging van twee geneeskundige  verklaringen van respectievelijk Dr. Schönfeld te Emmen en van Dr. Fledderus  van Nieuw Amsterdam en een verklaring van 34 ingezetenen van Erica, verzoekt hij het college te onderzoeken of er termen aanwezig zijn om het  besluit van de gemeente Emmen te verwerpen. Tevens verzoekt hij het   college te wachten met de uitslag tot het onderzoek van professor Kooiker bekend is.
  •  Na bestudering van de verklaringen geeft het college te kennen geen termen   te hebben gevonden om aan zijn verzoek te voldoen en wordt dus afgewezen.Over Meester Keep schreef Ds. W. Jonker Jr. in “Het Morgenrood in de venen” het volgende: “De oude School !  Zij bestond uit twee lokalen. Over school en onderwijs zou heel  wat gezegd kunnen worden, maar ik doe dit niet, want meester Keep is niet meer.

 

De meester was ongehuwd en woont bij zijn vader en moeder, welke laatste hij hartelijk liefhad. Ook zijn school had hij lief. Hij had veel gaven, maar was ook een zonderling. Men kon meester niet altijd begrijpen. Dit speet mij. Er moest wel eens ernstig met hem gesproken worden: ook gebeurde het wel, dat een bezoek aan de burgemeester moest gebracht worden om over het onderwijs te spreken en dan stond men voor de moeilijke vraag wat gedaan moest worden. De ouders hadden veel bezwaren. Nog eens: meester was een zonderlinge man: men verstond zijn wijze van doen niet. Hij bedoelde het goed. Hoe jammer, dat hij tenslotte zijn ontslag moest nemen omdat het niet meer ging, hoewel hij zeker nog wel twintig jaren hoofdonderwijzer had kunnen zijn. Het deed mij goed toen ik vernam, dat de Gemeenteraad gunstige beschikkingen te zijner aanzien had genomen”.

            Wim Visscher schrijft in zijn boek “Erica Centraal” over deze schoolkwestie het  volgende:
“Bij de geruchtmakende Ericase schoolkwestie was de positie van het schoolhoofd in het geding. Deze bekwame schoolmeester hield zich (ook tijdens de lessen) bezig met nogal onbegrijpelijke filosofieën. Omdat de kinderen hiermee thuiskwamen kwam dit ook de Ericase vervener Jan Visscher ter ore. Deze nam als reactie op een dergelijk functioneren van de onderwijzer één van kinderen van school en stuurde deze voortaan naar de school te Nieuw Amsterdam. Na bemiddeling van Ds. Jonker werd dit alles teruggedraaid. Zij het, dat meester Keep, die blijkbaar dit zonderling gedrag niet kon laten, uiteindelijk wel zijn functie moest neerleggen en met vervroegd pensioen werd gestuurd”.

 

Bron:Gemeentearchief Emmen,Wie was wie.
 
“Historische Kring Erica”
Door:Gerard H.J.Kolker
21-07-2015