Genealogie van familie Sluis van der Alle Wytzes

Geplaatst op 15-01-15

Stamreeks

van

Alle Wytzes van der Sluis

Alle Wytses van der Sluis - Copy

Directeur Friesche Veen Maatschappij te Erica

(1865-1943)

1e generatie.

Alle Sjoerds, geb. ca. 1530 te Terwispel, boer, overl. vóór 1600, tr. N.N.

Uit dit huwelijk:

  1. Eebele, geb. ca. 1560, zie 2e generatie
  2. Sjoerd, geb. ca. 1560
  3. Rue, geb. ca. 1560

Alle Sjoerds wordt genoemd (als Alle Sywrdts) in een belastingkohier uit 1578 van Opsterland. Het betreft hier een belasting op het dragen van zijden en fluwelen laken, een luxe-belasting dus. Daaruit mogen we afleiden dat Alle Sjoerds tot de ( betrekkelijke) elite van Terwispel behoorde. Hij wordt daarin aangeslagen voor 1 Car. gulden.

2e generatie. 

Eebele Alles, geb. ca. 1560, boer, overl. na oktober 1617 te Lippenhuizen, tr. ca. 1590 met Aeddu (Jets) Sierds, geb. ca. 1560 te Hemrik.

Uit dit huwelijk:

  1. Alle, geb. ca. 1590
  2. Otte, geb. ca. 1592, volgt 3e generatie
  3. Saak, geb. ca. 1598
  4. Hedman, geb. ca. 1600

Over Eebele Alles zijn weinig concrete gegevens bekend. Allen bij aankoop van hooiland onder Terwispel wordt zijn naam in de koopakte vermeld.

 

3e generatie.

Otte Eebeles, geb. ca. 1592, boer, overl. na april 1653 en voor mei 1659 te Lippenhuizen, tr. (1) 17-08-1626 gerecht Opsterland met Feick Jenckes, geb. ca. 1600, overl. 1630/1632, dr. van Jencke Doeijes en van Sjouck Fritsens, tr. (2) 21-02-1632 te Opsterland met Aat Ates, geb. ca. 1600, overl. na december 1660.

Uit 1e huwelijk:

  1. Eebele, geb. ca. 1627, volgt 4e generatie

Uit 2e huwelijk:

  1. Feik, geb. ca. 1632
  2. Jets, geb. ca. 1635
  3. Ate, geb. ca. 1635
  4. Hans, geb. ca. 1640, overl. na november 1667
  5. Saak, geb. ca. 1648

 

In 1630 koopt Otte Eebeles van zijn schoonvader de helft van boerderij Lippenhuizen 21. Deze zathe zal generaties lang in bezit van de familie blijven. De andere helft wordt door zijn oudste zoon geërfd en zo staan in het eerste stemcohier van 1640 als eigenaren vermeld “Otte en zijn voorkint” dat wil zeggen het kind uit zijn eerste huwelijk. In 1650 is hij Hervormd kerkvoogd te Lippenhuizen. Van drie van zijn kinderen, nl. Eebele, Ate en Saak is evenwel bekend dat zij niet tot de Hervormde Kerk behoorden, maar tot de Doopsgezinde Kerk.Toen Otte overleed waren de twee jongste kinderen Saak en Hans nog minderjarig. Hedman Eebeles en Sytse Hilles worden dan voogd. Ate Ottes wordt in 1666 voogd over de kinderen van Feik, Eebele Ottes wordt voogd in 1667 over de kinderen van Jets. Feik en Jets woonden te Lippenhuizen, Saak te Opeinde.

4e generatie.

 Eebele Ottes, geb. ca. 1627 te Lippenhuizen, boer, overl. april 1670 te Langezwaag, tr. (1) 1649 te Surhuisterveen met Willemke Hendriks, geb. ca. 1649, tr. (2) 11-03-1652 te Langezwaag met Lipk Fookes, geb. ca. 1627 te Langezwaag, overl. na juni 1665, dr. van Fooke Feddes en van Sjouk Tiebbes.

Uit 2e huwelijk:

  1. Otte, geb. 1655, volgt 5e generatie
  2. Fooke, geb. ca. 1659
  3. Sjouk, geb. ca. 1660, overl. maart 1676
  4. Tiebbe, geb. 1661
  5. Hans, geb. 1662

Eebele Ottes, in 1640 genoemd als mede eigenaar van boerderij Lippenhuizen 21, koopt na zijn huwelijk ook het aandeel van zijn vader in die boerderij, maar is niet lang gebruiker van deze zathe. Hij woont in 1657 te Langezwaag, waar zijn vrouw een belangrijk deel van een aantal zathes en een behoorlijk kapitaal heeft geërfd.
Eebele Ottes en zijn vrouw waren lidmaat van de Doopsgezinde gemeente. Omdat een huwelijk in deze kerk gesloten door de overheid niet als rechtsgeldig werd erkend, trouwden zij voor het gerecht.

5e generatie.

Otte Ybles, geb. 1655, boer, overl. 1741 te Lippenhuizen, tr. ca. 1680 met Tietske Jans, geb. ca. 1655 te Terwispel, overl. na 1734.

Uit dit huwelijk:

  1. Jan, geb. ca. 1680, volgt 6e generatie
  2. Yble, geb. ca. 1680
  3. Sytse, geb. ca. 1685
  4. Joukje, geb. ca. 1685
  5. Lipkjen, geb. ca. 1690, overl. 1721
  6. Hidser, geb. ca. 1690
  7. Wytske, geb. ca. 1700

Otte Ybles wordt boer op de boerderij van zijn vader, Lippenhuizen 21. Zijn bezit wordt behoorlijk uitgebreid wanneer zijn vrouw Lippenhuizen 19 verwerft. Hoe dit precies in zijn werk is gegaan, is niet duidelijk.
In de tijd van Otte Ybles komt in zijn woonplaats de vervening op gang. Otte wordt in latere stukken als veenbaas aangeduid en ook zijn kinderen worden hiertoe gestimuleerd. Bij zijn leven al wordt zijn hoogveenbezit onder hen verdeeld.

6e generatie.

Jan Ottes, geb. ca. 1680, koopman, overl. maart 1721 te Heerenveen, tr. (1)
15-05-1707 te IJlst met Trijntje Harryks, geb. ca. 1680, overl. voor 1721, dr. van Harrit Frericks en van Jetske Ruijrdts, tr. (2) 24-03-1720 met Grietje Jans, geb. na 1696, dr. van Jan Oedses en van Corneliske Wybes.

Uit 1e huwelijk:

  1. Jetske, ged. 12-08-1708
  2. Ruurd, ged. 10-08-1710, overl. voor 1721
  3. Wytze, ged. ca. 1712, volgt 7e generatie

Uit 2e huwelijk:

      4. Trijntje, geb. 1720/1721

Jan Ottes is de eerste voorvader die niet het boerenbedrijf ingaat, maar kiest voor de handel. Hij vestigde zich te Heerenveen. De producten die hij verhandelde hadden echter wel veel met het boerenbedrijf te maken: veekoeken, rogge, boekweit, boter kaas en bonen, maar ook zeep en jenever kwamen voor op de rekeningen, die na zijn dood aan de voogden van zijn kinderen werden betaald.

7e generatie.

Wytze Jans, geb. 1712 te Heerenveen, veenbaas, overl. 13-11-1788 te Hemrik, tr. 23-07-1747 te Wijnjeterp met Jeltje Alles, geb.1718 te Lippenhuizen, overl. 08-03-1807 te Hemrik, dr. van Alle Gurbes en van Tjaltje Sjoerds.

Uit dit huwelijk:

  1. Jan, geb. 30-06-1748, overl. voor 1755
  2. Tjaltje, ged. 04-07-1751 te Hemrik
  3. Jan, ged. 06-10-1754
  4. Alle, ged. 01-04-1759, volgt 8e generatie.

 

Wytse Jans koopt in 1741 als vrijgezel een huis in Gorredijk, maar vertrekt na zijn huwelijk naar Lippenhuizen. Hij woont daar aan de vaart naast zijn oom en voogd Gosse Hanzes. In het Quotisatiecohier staat hij omschreven als “arbeijder redelijk instaat”. Uit de aanslag kan een vermogen van 600 Car. gulden afgeleid worden.
Het zal zijn oom en voogd geweest zijn, die Wytze Jans met geld en vakkennis heeft geholpen in de vervening. In 1754 koopt hij al voor meer dan 2000 Car. gld hoogveen in Lippenhuizen aan. In 1760 wordt Wytze Jans inwoner van Hemrik, waar hij zich vestigt bij de in 1755 aangelegde sluis. In een akte uit 1763 wordt hij aangeduid als “veenbaas en vallaatsman” en treedt hij dus ook als sluiswachter op. Dat zijn zoons Jan en Alle zich in 1812 Van der Sluis noemen heeft dus een duidelijke reden.
Toch wordt de Opsterlandse Compagnonsvaart, die als transportweg zo’n grote rol speelt in zijn leven, hem nog noodlottig: in een bewaard gebleven kerkboek van zijn kleinzoon Wytze Jans staat dat diens grootvader “in het water gestorven” is.

8e generatie.

Alle Wytzes van der Sluis, ged. januari 1759 te Hemrik, ontvanger Opsterlandse Veencompagnie, overl. 16-05-1841 te Hemrik, tr. 16-02-1783 te Hemrik met Froukjen Luitzens, ged. 09-04-1758 te Duurswoude, overl. 20-07-1809 te Hemrik, dr. van Luitzen Luitzens en van Aaltje Jans.

Uit dit huwelijk:

  1. Wytze, geb. 18-11-1783 te Hemrik, volgt 9e generatie
  2. Luitzen, geb. 11-08-1785, overl. 12-04-1790 te Hemrik
  3. Jan, geb. 30-06-1787 te Hemrik
  4. Jeltje, geb. 20-06-1789, overl. 09-10-1789 te Hemrik
  5. Luitzen, geb. 06-08-1790 te Hemrik
  6. Ruurd, geb. 08-01-1792 te Hemrik
  7. Sybe, geb. 28-08-1793, overl. 14-09-1797 te Hemrik
  8. Jeltje, geb. 23-10-1796, overl. 17-09-1797 te Hemrik

Alle Wytzes speelde een belangrijke bestuurlijke rol bij de vervening in Hemrik en Wijnjeterp. Hij was één van de “architecten” bij het ontwerpen van de arbeidscontracten waarbij de rechten en plichten van de veenbazen en veenarbeiders werden vastgelegd. Van 1798 tot 1832 was Alle Wytzes ontvanger van de Opsterlandse Veencompagnie.Volgens J.Visser in “Inventaris van het archief van de Opsterlandse Veencompagnie” was dit een consortium van aanzienlijke personen die als kapitaalverstrekkers optraden met betrekking tot de ontginning van hoogveengebieden. De ontvanger voerde het beheer. Hij ontving o.a. huis- en landhuren, inkomsten uit de vaarten met sluizen, bruggen en wallen, zetgeld, hond- en grondgelden en hij betaalde het onderhoud van vaarten, sluizen, etc. en belastingen en diverse andere posten.
Op 27 mei 1806 werd Alle Wytzes van der Sluis benoemd in het bestuur van de gemeente Opsterland. In 1811 werd hij “maire” (burgemeester) van Lippenhuizen. De maire Lippenhuizen omvatte de dorpen Lippenhuizen,Hemrik en Wijnjeterp. Een achterkleinzoon van Alle Wytzes, Jacob Jans, schijnt de eresabel van de maire nog in zijn bezit te hebben gehad, maar deze te hebben gebruikt voor het snoeien van wilgenbomen!
In 1813, toen de Prins van Oranje werd uitgeroepen tot soeverein vorst, werden de maires afgezet en door schouten vervangen. In die tijd was het waarschijnlijk niet zo erg dat men met de bezetter collaboreerde, want op 30 april 1814 werd in Lippenhuizen als schout aangesteld…. Alle Wytzes van der Sluis.
Na zijn overlijden wordt op 20 september 1841 bij notaris Andreae te Beetsterzwaag de boedel van Alle Wytzes onder de erfgenamen verdeeld. Te verdelen zijn: de boerderij Lippenhuizen 11, negen huizen, 35 ha. weiland, 12 ha. bouwland, 15 ha. hooiland, 70 ha. heide, 6 ha. bos en 5 ha. diversen. De totale waarde van de erfenis is f 14.199,00.

 Hieronder de akte waarmee Alle Wytzes als achternaam van der Sluis laat vastleggen.

 Van der Sluis 1

 van der Sluis 2

9e generatie.

Wytze Alle van der Sluis, geb.18-11-1783 te Hemrik, veenbaas, overl. 03-10-1847 te Wijnjeterp, tr. 08-02-1807 te Hemrik met Janke Arends Jongsma, geb. 19-12-1786 te Terwispel, overl. 02-09-1826 te Wijnjeterp, dr. van Arend Pieters Jongsma en van Sytske Wiebes.

Uit dit huwelijk:

  1. Froukjen, geb. 23-01-1808, overl. 22-03-1830 te Wijnjeterp
  2. Sytske, geb. 25-04-1809 te Wijnjeterp
  3. Jeltje, geb. 20-12-1810 te Wijnjeterp
  4. Elisabeth, geb. 31-12-1811, overl. 30-01-1812 te Wijnjeterp
  5. Alle, geb. 11-01-1813, te Wijnjeterp, volgt 10e generatie
  6. Arend, geb. 02-01-1815 te Wijnjeterp
  7. Luitzen, geb. 22-10-1816 te Wijnjeterp
  8. Elisabeth, geb. 23-04-1818, overl. 13-05-1830 te Wijnjeterp
  9. Tjaltje, geb. 29-12-1819 te Wijnjeterp
  10. pieter, geb. 18-09-1821 te Wijnjeterp
  11. Jan, geb. 15-05-1825, overl. 31-08-1825 te Wijnjeterp
  12. Jan, geb. 27-08-1826 te Wijnjeterp

Bij Wytze Alle van der Sluis zien we dat de vervening in Hemrik alweer over het hoogtepunt heen is. Hij woont en werkt een dorp verder langs de vaart, in Wijnjeterp bij de sluis. Wanneer in 1827 voor de eerste keer veen te Appelscha wordt verkocht behoort ook hij tot de kopers. Zijn oudste zoon Alle wordt daar de grote vervener. Ook te Hoornsterzwaag aan de Schoterlandse Compagnomsvaart wordt door Wytze Alles verveend.
Dat hij in de vervening een behoorlijk kapitaal heeft verdiend, blijkt bij de verdeling van de boedel na zijn overlijden. Er valt dan te verdelen: 9 huizen, 2 schuren, een paardenhok, 18 ha. hoogveen met daarop 59850 ton turf, 23 ha. weiland, 7 ha. bouwland, 10 ha. hooiland, 41 ha. heide en veengrond en 5 graven. De waarde van het geheel bedraagt f 41.032,00. Bij het boelgoed dat van zijn roerende goederen gehouden wordt is de opbrengst nog eens 1054 gulden.

10e generatie

Alle Wytzes van der Sluis, geb. 11-01-1813 te Wijnjeterp, veenbaas, overl.

10-09-1900 te Appelscha, tr. 31-05-1833 te Opsterland met Akke Aukes Wartena, geb. 25-10-1813 te Poppingawier, overl. 31-08-1878 te Appelscha, dr. van Auke Ruurds Wartena en van Feikjen Heeres Tietsma.

Uit dit huwelijk:

    1. Wytze, geb. 02-06-1835 te Appelscha, volgt 11e generatie.van der Sluis 3
    2. Fiekjen, geb. 06-09-1837 te Appelscha
    3. Janke, geb. 20-05-1840 te Appelsch
    4. Auke, geb. 27-05-1842 te Appelsch
    5. Ruurd, geb. 14-02-1844 te Appelscha
    6. Jan, geb. 21-07-1846 te Appelscha
    7. Arent, geb. 06-04-1849 te Appelscha
    8. Klasina Froukje, geb.16-01-1852 te Appelscha

Hoewel Alle Wytze in Appelscha woonde en werkte als veenbaas werden blijkbaar nog regelmatig contacten onderhouden met de Hemriker tak van de familie. In het dagboek van neef Alle Jans valt te lezen dat er per koets vele reizen van Hemrik naar Appelscha en omgekeerd worden gemaakt. De beide neven hadden veel gemeenschappelijke belangen, vooral in de veenderij. Samen met Pieter Jans en Egbert Suardus Posthuma besteedden zij de drooglegging van de Reiderwolder Polder aan. Waarschijnlijk mede om deze gemeenschappelijke belangen veilig te stellen trouwden drie zoons van Alle Wytze: Auke, Ruurd en Jan met drie dochters van Alle Jans: Geeske, Mintje en Aaltje. De jongste dochter van Alle Wytze, Klasina Froukje, trouwde met de zoon van Pier Jans.
Volgens de overlevering was Alle Wytze niet gemakkelijk voor zijn zoons, al jong werden zij van school gehaald om in Drenthe de vervening opgang te brengen. Alleen Ruurd bleef dit lot bespaard: hij werd arts in plaats van veenbaas.
Alle Wytze was een van de eersten en een van de belangrijkste verveners in Appelscha, naar hem werd in dat dorp zelfs een weg genoemd, de Alle Wytzesweg.

11e generatie.

Wytze Alle van der Sluis, geb. 02-08-1835 te Appelscha, vervener, overl. 29-11-1920 te Appelscha, tr. 06-07-1860 te Opsterland met Joukje Jans Houwink, geb. 15-04-1837 te Gorredijk, overl. 29-12-1924 te Leiden, dr. van Jan Harmens Houwink en van Korneliske Jacobus Faber.

Uit dit huwelijk:

  1. Akke, geb. 23-09-1861, overl. 12-05-1862 te Appelscha
  2. Akke, geb. 20-07-1863 te Appelscha
  3. Alle, geb. 03-01-1865 te Appelscha, volgt 12e generatie
  4. Jan, geb. 06-05-1867 te Appelscha
  5. Kornelia, geb. 05-07-1867 te Appelscha
  6. Hermanna, geb. 09-01-1869 te Appelscha
  7. Auke, geb. 31-10-1870 te Appelscha
  8. Klazina, geb. 27-01-1873 te Appelscha
  9. Aafje, geb. 22-12-1874, overl. 12-05-1876 te Appelscha
  10. Aafje, geb. 29-05-1877, overl. 30-09-1882 te Appelscha

Het volgende werd overgenomen uit: “Notities uit de geschiedenis van de Ooststellingwerfse dorpen” door dr. T.H.Oosterwijk.
In 1856 werd Makkinga de hoofdplaats van de gemeente Ooststellingwerf. In het jaar 1884 wordt in de gemeenteraad een voorstel behandeld om de zetel van het bestuur zo spoedig en zo goedkoop mogelijk te verplaatsen naar Oosterwolde. Daarbij wordt een motie van het gemeenteraadslid Wytze Alles van der Sluis aangenomen waarin wordt gesteld dat Oosterwolde het meest centrale punt van de gemeente is. De financiële positie laat verplaatsing van het gemeentehuis echter niet toe. Enkele weken later wordt opnieuw een voorstel tot verplaatsing behandeld. Bestek en tekening worden overlegd en meegedeeld wordt dat de verplaatsing zal geschieden zonder bezwaar voor de gemeentekas. Bovendien zal de grond voor de wederopbouw in Oosterwolde worden geschonken terwijl de kosten van overbrenging door solide personen zullen worden gewaarborgd.
Het voorstel wordt goedgekeurd, ondanks protesten van de kant van de bevolking van verschillende dorpen. Er wordt voorst besloten tot aanvaarding van:
- Een schenking van grond door Suardus Posthuma Ezn en Aafje M.Koopmans van een
   perceel grond;
- Een verklaring van Suardus Posthuma Ezn waarbij hij uit eigen hoofde en als borg voor
  anderen het geld aanbiedt  dat bij aanbesteding nodig zal blijken te zijn voor de verplaatsing;
- Een verklaring van J.A.van Weperen e.a. dat het vervoer van de bouwstoffen en inboedel
  van het gemeentehuis zonder kosten van de gemeente kan geschieden.
Dat leek er dus op. Echter, toen dit voorstel met 7 tegen 6 stemmen was aangenomen behoorde tot de voorstemmers de schenker, Suardus Posthuma. Hij mocht op grond van de bepalingen van de gemeente niet stemmen. Gedeputeerde Staten deelden dan ook mee dat zij het besluit ter vernietiging hadden voorgedragen. Maar Posthuma vond er wat op. Hij schonk de grond aan J.R.Prakken, deze zou het dan aan de gemeente aanbieden.
De schenking van de geldsom trok hij in en er kwam een soortelijke schenking aan de gemeente voor in de plaats van A.Vondeling en J.H.Reinders te Appelscha. Voor Van Weperen deed H.A.Zwart te Oosterwolde een aanbieding. Desalniettemin werden de raadsleden die geld en grond hadden aangeboden op 25 juni1885 van hun lidmaatschap vervallen verklaard. Dit waren de heren S.Posthuma Ezn, Wytze Alles van der Sluis en J.F.van den Bosch.
Een politiek schandaal van honderd jaar geleden…..

12e generatie.

Alle Wytzes van der Sluis, geb. 03-01-1865 te Appelscha, vervener, overl.
04-01-1943 te Emmen, tr. 16-12-1897 te Emmen met Zwaantina Hendrika Jacoba Akkerman, geb. 06-03-1862 te Sleen, overl. 07-07-1934 te Erica, dr. van Jacobus Henderikus Akkerman en van Hendrikje Aling.

Uit dit huwelijk:

    1. Henderika, geb.15-08-1898 te Erica, overl. 08-02-1987 te Haarlem, tr. 02-05-1937 te Emmen met Heimerik Bodde Bouw
    2. man, directeur Friesche Veenmaatschappij.  

 Schoonzoon Bodde Bouwman schreef over zijn   schoonvader het volgende:                                                                                                                                                        In december 1892 werd te Nw. Amsterdam de NV “De Friesche Veenmaatschappij” opgericht, die zich tot doel stelde om, nu de verveningen in Friesland op hun einde liepen, die te Drenthe voortvarend aan te pakken. Het startkapitaal van de NV bedroeg f 56.000,- verdeeld over 80 aandelen. Alle Wytzes was de van der Sluis 4enige oprichter uit zijn generatie, de anderen waren zijn vader Wytze Alles, zijn ooms Jan Alles , Jan Piers en Suardus Posthuma. Hij werd op 28 jarige leeftijd tot directeur van de NV benoemd.De taak van de directeur moest uiterst zwaar geweest zijn zolang zijn benen het enige vervoermiddelen waren. Vrijwel dagelijks wandelde hij van Nw. Amsterdam naar de veenderijen in de omgeving van Erica, die minstens 6 kilometer verder lagen. Volgens de verhalen is hij vele malen voor dag en dauw de veenderijen langs gewandeld om de lonen uit te betalen, om dan ’s middags naar Nieuweroord te gaan voor overleg met zijn oom Jan Piers, die als president commissaris zijn grote steun was. Op zulke dagen moet hij meer dan 40 km gelopen hebben.In 1897 trouwde hij en ging hij in Erica in een nieuw gebouwd huis wonen en kantoor houden.Verbetering in het vervoer kwam eerst tot stand ruim na de eeuwwisseling met de aanschaf van een nieuw transportmiddel, de zogenaamde “fiets”.De NV floreerde: in de eerste 50 jaar werd per aandeel van f 700,- per jaar f126,- dividend uitgekeerd. De jaarvergaderingen groeiden uit tot jaarlijkse familiereünieën. In 1942 volgde Bodde Bouwman zijn schoonvader op als directeur, in 1969 werd de NV geliquideerd.van der Sluis 5

 

 

 

 

 

 

Bron:Gem.Archief Emmen, Genlias ,Drenlias 
en familieboek van der Sluis

 

“Historische Kring Erica”
Samengesteld door Gerard H.J.Kolker
04-05-2012